Wout van Aert
Wout van Aert (Herentals,[bron?] 15 september 1994) is een Belgisch veldrijder en wegwielrenner die sinds maart 2019 in dienst rijdt bij Team Jumbo-Visma.
Biografie[bewerken | brontekst bewerken]
Van Aert studeerde in het middelbaar onderwijs wetenschappen-wiskunde. Daarna volgde hij anderhalf jaar de opleiding toegepaste informatica aan de Thomas More-hogeschool in Geel.[1][2] Zijn vader Henk van Aert en moeder Ivonne Boeckx zijn geboren en getogen in het Kempense Lille. De ouders van de vader van Van Aert, Toon van Aert en Johanna van Dun, zijn van Nederlandse afkomst; zij kwamen respectievelijk uit het Noord-Brabantse Rijsbergen en Ginneken. Zij zijn in de jaren zestig van Rijsbergen naar Lille verhuisd om in België te gaan "boeren". De Nederlandse roots blijken ook uit de schrijfwijze van de achternaam van Wout van Aert. Het tussenvoegsel van wordt namelijk met een kleine letter geschreven, in plaats van met een hoofdletter, zoals gebruikelijk in België.[3] Een neef van de vader van Van Aert, de Nederlander Jos van Aert, was ook wielerprof. Hij fietste van 1988 tot 1994 achtereenvolgens bij Hitachi, PDM-Concorde, Festina-Lotus en Collstrop.[4][5][6][7] Van Aert heeft samen met zijn vrouw Sarah De Bie een zoon, Georges van Aert.
Veldrijden[bewerken | brontekst bewerken]
Jeugd[bewerken | brontekst bewerken]
Van Aert genoot zijn opleiding bij het jeugdteam van Telenet-Fidea. Na een anoniem eerste seizoen bij de junioren in 2010–2011, liet hij voor het eerst van zich spreken in 2011–2012. Zo won hij dat seizoen de cross in Ruddervoorde. Het was dat seizoen de enige cross die Mathieu van der Poel niet wist te winnen. Op zowel het BK als het WK werd hij tweede, dit achter respectievelijk Daan Soete en diezelfde Van der Poel. Vanaf het seizoen 2012–2013 maakte Van Aert de overstap naar de beloften. Als eerstejaars presteerde hij uitstekend; hij won verschillende crossen en werd zowel op het BK als het WK derde. In het daaropvolgende seizoen domineerde hij samen met Van der Poel de beloftecategorie. Van Aert kroonde zich dat seizoen tot wereldkampioen in Hoogerheide, nadat hij drie weken eerder gediskwalificeerd werd op het BK in Waregem vanwege een valse start. Ook won hij zijn eerste wedstrijd bij de elite; in Otegem klopte hij Klaas Vantornout en Rob Peeters.
Gaandeweg het seizoen 2014–2015 merkte Van Aert dat hij de beloftecategorie ontgroeid was. Zo won hij het EK en verschillende manches in de wereldbeker. Samen met Van der Poel besloot hij enkele weken voor het WK om vanaf dan definitief bij de profs te gaan rijden.
Elite[bewerken | brontekst bewerken]
Vanaf het seizoen 2014–2015 reed Van Aert in dienst van Crelan-Vastgoedservice. Hij startte dat seizoen aanvankelijk nog als belofte, hoewel hij de Bpost bank trofee al bij de elite betwistte. Tijdens de Koppenbergcross verbaasde hij door Sven Nys te kloppen en zo zijn eerste grote overwinning bij de profs te behalen. Hij zou dat seizoen 13 overwinningen behalen, inclusief de eindwinst in de Bpost bank trofee. Hij werd ook tweede op het wereldkampioenschap bij de profs achter Mathieu van der Poel.
Vanaf het begin van het seizoen 2015–2016 liet Van Aert een indrukwekkende reeks optekenen door 20 veldritten op rij als eerste (14 keer) of als tweede (6 keer) te finishen. Door de gevolgen van buikgriep eindigde die reeks op 26 december in Heusden-Zolder. Op 1 januari 2016 verzekerde Van Aert zich van een tweede opeenvolgende eindzege in de Bpost bank trofee. Een goeie week later, op 10 januari, kroonde hij zich voor het eerst tot Belgisch kampioen in zijn eigen Lille. Twee weken later, op 24 januari, schreef hij ook de wereldbeker op zijn naam door tweede te worden in Hoogerheide na Mathieu van der Poel. Op 31 januari 2016 werd hij na een spannend eindduel met Lars van der Haar wereldkampioen in het Limburgse Heusden-Zolder. Op 13 februari haalde hij ook het eindklassement van de Superprestige binnen. Van Aert realiseerde hiermee de grand slam van het veldrijden: eindwinst in de drie belangrijkste regelmatigheidsklassementen en winst op het nationale kampioenschap en het wereldkampioenschap. Van Aert is slechts de tweede crosser in de geschiedenis die deze prestatie kon neerzetten, na Sven Nys in het seizoen 2004–2005. Voor de volledigheid moet hier vermeld worden dat Van Aert het Europees kampioenschap aan Lars van der Haar moest laten. Dit kampioenschap werd in het seizoen 2004–2005 nog niet gereden.
In het seizoen 2016–2017 behaalde Van Aert 18 overwinningen. Hij werd dat seizoen voor de tweede keer in zijn carrière Belgisch kampioen en verlengde in het Luxemburgse Belvaux ook zijn wereldtitel. Hij haalde het voor Mathieu van der Poel, die af te rekenen kreeg met vier lekke banden.
Op 4 februari 2018 werd Van Aert in Valkenburg voor de derde keer wereldkampioen. Hij was drie weken eerder ook al voor de derde keer Belgisch kampioen geworden. Een jaar later, in het Deense Bogense, moest Van Aert vrede nemen met de tweede plaats op het WK.
Door de gevolgen van zijn zware valpartij in de Ronde van Frankrijk 2019, miste Van Aert een groot deel van het veldritseizoen 2019–2020. Op 27 december maakte hij tijdens de Azencross zijn rentree in het veld; hij bekroonde zijn lange revalidatie met een vijfde plaats.[8] Tijdens zijn laatste cross, de Krawatencross in zijn eigen thuisdorp, werd hij eerste. Dit was meteen ook zijn eerste overwinning na zijn val in de Tour.
In het seizoen 2020–2021 reed Van Aert veertien veldcrosswedstrijden waarvan hij er vijf wist te winnen, waaronder het Belgisch kampioenschap. Hij won het klassement in de wereldbeker en haalde een zilveren medaille op het wereldkampioenschap. Dit wereldkampioenschap werd gewonnen door Mathieu van der Poel, mede doordat de koploper Van Aert een lekke band kreeg.
Van Aert begon het seizoen 2021-2022 meteen met een overtuigende overwinning in Boom.
Wegwielrennen[bewerken | brontekst bewerken]
Dat Wout van Aert ook een uitstekend wegrenner is, bewees hij in 2014. Nadat hij al achtste geworden was in het eindklassement van de Ster ZLM Toer, won hij in juli de derde en vijfde etappe van de Ronde van Luik. Dit leverde hem ook de eindzege op. Hiermee trad hij in de voetsporen van onder anderen Bjarne Riis, Stijn Devolder en Jan Bakelants. Ook in het zomerseizoen 2015 toonde hij zijn grote potentie. Dit door zowel in de Omloop Het Nieuwsblad voor beloften als de GP Jef Scherens een vierde plek te behalen.
2016[bewerken | brontekst bewerken]
In mei 2016 volgde dan zijn eerste UCI-zege op de weg. In de proloog van de Ronde van België verraste hij vriend en vijand door meervoudig wereldkampioen tijdrijden Tony Martin te kloppen. Hierna bleef Van Aert het goed doen op de weg. Zo werd hij tweede in de vierde etappe van de Ster ZLM Toer na Sep Vanmarcke. Op het Belgisch kampioenschap werd hij na een zeer zware wedstrijd negende. In Dwars door het Hageland werd hij knap tweede na Niki Terpstra. Een paar weken voor de start van het nieuwe veldritseizoen won hij na een indrukwekkende demarrage nog de Schaal Sels.
2017[bewerken | brontekst bewerken]
Tijdens de Ronde van België van 2017 pakte Van Aert na de tijdrit de rode leiderstrui. In de daaropvolgende vierde etappe verloor hij deze op de flanken van de Roche-aux-Faucons. Uiteindelijk werd hij 10e in het algemene klassement. In de Ronde van Limburg bleek hij de snelste te zijn uit een groepje vluchters. Tijdens de nieuw leven ingeblazen Elfstedenronde was hij wederom de beste sprinter. Ook de Grand Prix Pino Cerami wist hij te winnen, opnieuw door de beste sprint in huis te hebben van een select groepje vluchters.
2018[bewerken | brontekst bewerken]
In de Omloop Het Nieuwsblad 2018 ging Van Aert na een lekke band mee met de favorieten voor de winst, waarna hij uiteindelijk 32e werd. Bij zijn debuut in de Strade Bianche eindigde hij als derde. In het verdere voorjaar bevestigde hij deze prestatie met onder meer een 9e plaats in de Ronde van Vlaanderen en een 13e plaats in Parijs-Roubaix.
In augustus won Van Aert de Ronde van Denemarken en pakte hij op het Europees kampioenschap in Glasgow de bronzen medaille. Hij werd er in de sprint geklopt door Matteo Trentin en zijn rivaal uit het veldrijden Mathieu van der Poel.
2019[bewerken | brontekst bewerken]
In 2019 herhaalde Van Aert in de Strade Bianche zijn prestatie van het voorgaande jaar door opnieuw derde te worden. In de E3 Harelbeke sprintte hij naar de tweede plaats. Hij werd geklopt door collega-veldrijder Zdeněk Štybar.
In juni won Van Aert zijn eerste wedstrijd in de World Tour. In het Critérium du Dauphiné slaagde hij erin de tijdrit te winnen met 31 seconden voorsprong op Tejay van Garderen. Een dag later won hij ook de vijfde etappe, door Sam Bennett te verslaan in de sprint.
Op 7 juli won hij met zijn ploeg Jumbo-Visma de 2e etappe, een ploegentijdrit, in de Ronde van Frankrijk en veroverde hij de witte trui van het jongerenklassement. Op 15 juli sprintte hij in Albi naar de overwinning in de 10e etappe. Tijdens de individuele tijdrit op 19 juli kwam Van Aert zwaar ten val, waardoor hij de Tour vroegtijdig moest verlaten.
2020[bewerken | brontekst bewerken]
Van Aert toonde begin 2020 in het openingsweekend met een 11e plaats in de Omloop Het Nieuwsblad dat zijn vorm goed zat voor de andere klassiekers tijdens het voorjaar.
Na een onderbreking van bijna vijf maanden wegens de coronacrisis stond de wielerwereld op 1 augustus klaar om aan het hertekende seizoen te beginnen met de Strade Bianche. Door weg te rijden van de kopgroep op de laatste grindstrook en solo aan te komen, wist Van Aert deze wedstrijd voor het eerst te winnen, na eerder twee keer derde te zijn geëindigd. Het was precies één jaar geleden dat hij aan zijn revalidatie gestart was na zijn val in de Tour.[9] Op 8 augustus won hij ook Milaan-San Remo door Julian Alaphilippe in de spurt te verslaan voor een aanstormend peloton. In de Ronde van Frankrijk won hij de 5e etappe naar Privas in een licht oplopende sprint tegen Cees Bol en de 7e etappe naar Lavaur in de spurt van een afgeslankt peloton. Eind september werd hij tweede op het wereldkampioenschap tijdrijden na Filippo Ganna, waarna hij twee dagen later in de wegwedstrijd opnieuw zilver pakte, ditmaal na Julian Alaphilippe. Op 18 oktober reed hij na een spannende wedstrijd weg met Julian Allaphilipe (die later in de wedstrijd viel) en Mathieu van der Poel die met enkele centimeters verschil als eerste over de streep kwam in de Ronde van Vlaanderen.
Omwille van de goede sportieve prestaties in 2020 werd Van Aert op 12 november beloond met de Nationale trofee voor sportverdienste. Van Aert werd daarvan per telefoon op de hoogte gebracht door oud-wielrenner Eddy Merckx.[10] Op 18 december werd hij tevens uitgeroepen tot Sportman van het jaar.[11]
2021[bewerken | brontekst bewerken]
Van Aert vatte op 6 maart het wegseizoen aan in de Italiaanse klassieker Strade Bianche en werd als titelverdediger 4e in de straten van Siena. Na de Strade Bianche kwam Van Aert met klassementsambities aan de start van de Tirreno-Adriatico, waarin hij in de eerste etappe meteen de massasprint won. Van Aert won ook nog de afsluitende tijdrit en werd tweede in het eindklassement, na Tourwinnaar Tadej Pogačar. Van Aert nam ook de puntentrui mee naar huis. Daarna werd hij als titelverdediger 3e in Milaan-San Remo, na landgenoot Jasper Stuyven en Caleb Ewan. Op 28 maart won Van Aert met Gent-Wevelgem zijn eerste Vlaamse klassieker, na 180 km in een vlucht te hebben gereden die ontstaan was door waaiervorming. Op 18 april won Van Aert met de Amstel Gold Race zijn tweede klassieker van het voorjaar na een prangende millimeterspurt[12] voor Tom Pidcock.
Begin mei kreeg Van Aert af te rekenen met een blindedarmontsteking[13] waardoor zijn voorbereiding op de Tour De France onderbroken werd en hierdoor verdedigde Van Aert zijn titel op het BK tijdrijden niet. Bij zijn terugkeer in competitie werd Van Aert voor het eerst Belgisch kampioen op de weg in Waregem. Op 7 juli pakte Van Aert zijn 4e rizege in de Tour na een bergrit gewonnen te hebben met twee keer de beklimming van de mythische Mont Ventoux erin. In de voorlaatste etappe pakte Van Aert zijn 2e ritzege van deze tour in een tijdrit naar Saint-Émilion. Een dag na de tijdrit won Van Aert zijn 3e etappe in de slotetappe naar de Champs-Elysées. Zes dagen na de Tour pakte Van Aert zilver op de Olympische wegrit in Tokio na Richard Carapaz.
Als voorbereiding op het WK in eigen land en Parijs-Roubaix reed Van Aert de Ronde van Groot-Brittannië. Daar won hij 4 etappes en het eindklassement. Op het WK tijdrijden werd Van Aert andermaal tweede op 5 seconden van Filippo Ganna. Van Aert sloot zijn successeizoen 2021 af met een 7e plaats in een heroïsche editie van Parijs-Roubaix.
Palmares[bewerken | brontekst bewerken]
Wegwielrennen[bewerken | brontekst bewerken]
Overwinningen[bewerken | brontekst bewerken]
2014 - 3 zeges
- 3e en 5e etappe Ronde van Luik (geen UCI-zeges)
Eindklassement Ronde van Luik (geen UCI-zege)
Puntenklassement Ronde van Luik
Bergklassement Ronde van Luik
Jongerenklassement Ronde van Luik
2015 - 1 zege
- Wingene Koers (geen UCI-zege)
2016 - 4 zeges
- Puivelde Koerse (geen UCI-zege)
- Proloog Ronde van België
- Profronde van Deurne (geen UCI-zege)
- Schaal Sels
2017 - 3 zeges
2018 - 3 zeges
- 2e etappe Ronde van Denemarken
Eindklassement Ronde van Denemarken- Dernycriterium van Antwerpen (geen UCI-zege)
2019 - 5 zeges
- 4e (individuele tijdrit) en 5e etappe Critérium du Dauphiné
Puntenklassement Critérium du Dauphiné
Belgisch kampioenschap tijdrijden- 2e (ploegentijdrit) en 10e etappe Ronde van Frankrijk
2020 - 6 zeges
- Strade Bianche
- Milaan-San Remo
- 1e etappe Critérium du Dauphiné
Puntenklassement Critérium du Dauphiné
Belgisch kampioenschap tijdrijden- 5e en 7e etappe Ronde van Frankrijk
2021 - 13 zeges
- 1e en 7e (individuele tijdrit) etappe Tirreno-Adriatico
Puntenklassement Tirreno-Adriatico- Gent-Wevelgem
- Amstel Gold Race
Belgisch kampioen op de weg, Elite- 11e, 20e etappe (individuele tijdrit) en 21e etappe Ronde van Frankrijk
in de wegwedstrijd op de Olympische Spelen in Tokio- 1e, 4e, 6e en 8e etappe Ronde van Groot-Brittannië
Eindklassement Ronde van Groot-Brittannië
Totaal: 38 zeges (waarvan 31 individuele UCI-zeges)
Resultaten in voornaamste wedstrijden[bewerken | brontekst bewerken]
|
|
Resultaten in kleinere rondes[bewerken | brontekst bewerken]
| Jaar | Tirreno-Adriatico | Critérium du Dauphiné | BinckBank Tour | Ronde van België | Ronde van Denemarken | Ronde van Groot-Brittannië |
| 2013 | opgave | |||||
| 2014 | ||||||
| 2015 | 23e | |||||
| 2016 | 8e (1) | |||||
| 2017 | 37e | 10e | ||||
| 2018 | ||||||
| 2019 | 47e (2) |
|||||
| 2020 | 32e (1) |
|||||
| 2021 |
(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen
Veldrijden[bewerken | brontekst bewerken]
Overwinningen[bewerken | brontekst bewerken]
| Seizoen | Wereldbeker | Superprestige | X²O Trofee | WK |
EK |
BK |
Overige | Totaal aantal zeges |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013–2014 | NVT | NVT | NVT | Otegem | 1 | |||
| 2014–2015 | Koksijde | Oudenaarde, Hamme, Essen, Loenhout, Baal, Eindklassement | NVT | Kruibeke, Mol, Bredene, Zonnebeke, Eeklo, Lebbeke, Oostmalle | 13 | |||
| 2015–2016 | Las Vegas, Eindklassement | Gieten, Zonhoven, Asper-Gavere, Francorchamps, Eindklassement | Ronse, Oudenaarde, Hamme, Essen, Antwerpen, Baal, Eindklassement | Neerpelt, Erpe-Mere, Kruibeke, Mol, Eeklo | 18 | |||
| 2016–2017 | Las Vegas, Iowa, Heusden-Zolder, Fiuggi, Eindklassement | Francorchamps | Ronse, Oudenaarde, Essen, Loenhout, Eindklassement | Geraardsbergen, Waterloo, Ardooie, Boom, Bredene, Oostmalle, Masters Waregem | 18 | |||
| 2017–2018 | Zeven, Namen | Boom, Asper-Gavere | DNS | Ardooie, Sint-Niklaas, Bredene | 9 | |||
| 2018–2019 | Pontchâteau | Ardooie, Bredene, La Mézière | 4 | |||||
| 2019–2020 | Lille | 4e | DNS | 5e | 1 | |||
| 2020–2021 | Dendermonde, Overijse, Eindklassement | Herentals | DNS | Mol | 5 | |||
| 2021–2022 | Val di Sole | Boom | DNS | Essen | 3 | |||
| Totaal | 12 | 8 | 17 | 3 | 0 | 4 | 28 | 72 |
Erelijst[bewerken | brontekst bewerken]
| Seizoen | Aantal zeges | WB | SP | X²O | UCI | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013–2014 | 1 overwinning | NVT | NVT | NVT | NVT | NVT | NVT | 10e |
| 2014–2015 | 13 overwinningen | NVT | 24e | 12e | ||||
| 2015–2016 | 18 overwinningen | |||||||
| 2016–2017 | 18 overwinningen | |||||||
| 2017–2018 | 9 overwinningen | DNS | ||||||
| 2018–2019 | 4 overwinningen | 4e | 14e | |||||
| 2019–2020 | 1 overwinning | 4e | DNS | 5e | 53e | DNS | 15e | 34e |
| 2020–2021 | 5 overwinningen | DNS | 13e | 9e | 7e | |||
| 2021-2022 | 3 overwinningen | |||||||
| Totaal | 72 overwinningen | 3 | 0 | 4 | 3 | 1 | 3 | 2 |
Jeugd[bewerken | brontekst bewerken]
- 1x Superprestige: 2012–2013 (beloften)
- 1x Bpost bank trofee: 2013–2014 (beloften)
- 1x
Wereldkampioenschap: 2014 (beloften) - 1x
Europees kampioenschap: 2014 (beloften)
Ploegen[bewerken | brontekst bewerken]
- 2012 –
Telenet-Fidea - 2013 –
Telenet-Fidea - 2014 –
Vastgoedservice-Golden Palace - 2015 –
Vastgoedservice-Golden Palace - 2016 –
Crelan-Vastgoedservice - 2017 –
Veranda's Willems-Crelan - 2018 –
Veranda's Willems-Crelan - 2019 –
Team Jumbo-Visma - 2020 –
Team Jumbo-Visma - 2021 –
Team Jumbo-Visma - 2022 –
Team Jumbo-Visma
Onderscheidingen[bewerken | brontekst bewerken]
- Flandrien-Trofee: 2019, 2020, 2021
- Sportman van het jaar: 2020, 2021
- Nationale trofee voor sportverdienste: 2020
- Vlaamse Reus: 2020
- Kristallen Fiets: 2020, 2021
Kledinglijn[bewerken | brontekst bewerken]
Sinds 29 september 2017 heeft Wout van Aert samen met zijn vrouw Sarah De Bie een eigen kledinglijn met de naam Panache. “Fans zijn op zoek naar kledij die ze niet alleen in het veld, maar ook in het dagelijkse leven kunnen dragen”, aldus Van Aert.
Externe link[bewerken | brontekst bewerken]
- Profiel bij Team Jumbo-Visma
Adams · Aerts · Al · Jouffroy · Meeusen · R.Peeters · Soete · Van Aert · van Kessel · Vandekinderen · B.Wellens
Aerts · Al · Boets · Cleppe · Hermans · Meeusen · Soete · Van Aert · van Amerongen · van Kessel · Vandekinderen · B.Wellens
Je.Adams · Jo.Adams · Cools · Cordeel · Denuwelaere · Geysen · Hulsmans · Lennertz · K.Peeters · R.Peeters · Ruijgh · van Aert · Van Laer · Van Staeyen · Vandousselaere · Vermote · Wynants
Bille · Cordeel · De Bondt · Devolder · Dupont · Duijn · Godrie · Goolaerts · Jaspers · Kruopis · Merlier · Prémont · van Aert · Van Breussegem · Van Zummeren · Vergaerde · Livyns (stagiair) · Teugels (stagiair)
De Bie · De Bondt · De Witte · Devolder · Duijn · Godrie · Goolaerts · Jaspers · Kruopis · Leysen · Livyns · Merlier · Steels · Tanner · van Aert · Van Breussegem · Waeytens
Bennett · Bouwman · De Plus · Dumoulin · Eenkhoorn · Foss · Gesink · Groenewegen · Harper · Hofstede · Jansen · Kruijswijk · Kuss · Leezer · Lindeman · Martens · Martin · Pfingsten · Roglič![]()
· Roosen · Teunissen · Tolhoek · Van Aert · Van der Hoorn · Van Emden · Vingegaard · Wynants
Van Aert · Affini · Bennett · Bouwman · Dekker · van Dijke (vanaf 5 september) · Dumoulin · Eenkhoorn · Van Emden · Foss · Gesink · Groenewegen · Harper · Hofstede · Van Hooydonck · Kooij (vanaf 18 februari) · Kruijswijk · Kuss · Leemreize · Martens (t/m 30 mei) · Martin · Oomen · Pfingsten · Roglič![]()
· Roosen · Teunissen · Tolhoek · Vingegaard · Wynants (t/m 4 april)
| Voorganger: 2015 |
2016, 2017, 2018 |
Opvolger: 2019 |
|
| ||
| Voorganger: Klaas Vantornout 2015 |
Wout van Aert 2016, 2017, 2018 |
Opvolger: Toon Aerts 2019 |
| Voorganger: Laurens Sweeck 2020 |
Wout van Aert 2021 |
Opvolger: - |
|
| ||
| Voorganger: Victor Campenaerts 2018 |
Wout van Aert 2019, 2020 |
Opvolger: Yves Lampaert 2021 |
| Zie de categorie Wout van Aert van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp. |
Bronnen, noten en/of referenties
|