Wozen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wozen of (Sindarijns) Drúedain is een fictief volk (of een verzameling volken) uit de werken van J.R.R. Tolkien.

De Wozen zijn klein en gedrongen van gestalte en hebben donkere ogen waaruit geen uitdrukking valt op te maken. Bij woede kleuren de ogen rood. Ze hadden geen haargroei op het lichaam en op het gezicht slechts wenkbrauwen en bij een enkeling een heel klein baardje.

Hoewel er overeenkomsten zijn met Hobbits benadrukte Tolkien dat deze volken absoluut niet verwant waren. Niet alleen zijn er uiterlijke verschillen, zoals haargroei, ook is de volksaard geheel anders.

De Wozen hadden groot respect voor levende wezens en doodden ze niet graag, behalve orks, die zij haatten. Tegen de orks zetten ze dan ook dodelijk giftige pijlen in, wat ze tegen andere vijanden nooit deden en die ze zelfs na de strijd vaak van hun wonden genazen.

Eerste Era[bewerken]

In de Eerste Era woonden in Brethil tussen de Haladin een volk dat Drúg werd genoemd. Er bestond een hechte band tussen de Haladin en de Drúg. Vanwege dit bondgenootschap en hun fanatieke vijandschap voor orks werd ze door de elfen de eretitel Edain verleend, die ze ook hadden gegeven aan de huizen van Bëor, Hador en Haleth. De Wozen worden daardoor Drúedain (enkelvoud: Drúadan) genoemd. Het voorvoegsel drú komt hierna alleen nog voor in samenstellingen.

Tijdens de Eerste Era bevolkten de Wozen ook de Ered Nimrais. Zij werden echter uit de Ered Nimrais verdreven door Oosterlingen[1].

Tweede Era[bewerken]

In het begin van de Tweede Era gingen enkele families Wozen met de meerderheid van Edain mee naar Númenor. Zij keerden echter allen terug naar Midden-aarde tijdens de zeereizen van de koningen.

Andere Wozen leefden in Drúwaith Iaur. De voorouders van de Donkerlanders trokken uit voorzorg hun gebied niet binnen nadat ze hun strijd tegen Númenor hadden verloren[1]. Ook leefden er nog Wozen in het Drúadanwoud in Anórien.

Derde Era[bewerken]

De Wozen van het Drúadanwoud in Anórien speelden een belangrijke rol tijdens de Oorlog om de Ring. Zij leidden de Rohirrim over een vergeten weg naar Minas Tirith en konden daarmee Cair Andros vermijden. Deze Wozen waren echter al eeuwen het slachtoffer van de jacht op hen door de Rohirrim.

Na de eerste Slag van de Voorden van de Isen vielen de Wozen van Drúwaith Iaur de overlevenden van Isengard aan[1].

Aan de kust van Enedwaith leefde een vissersvolk dat aan de Wozen verwant was[1].

Vierde Era[bewerken]

In de Vierde Era kregen de Wozen van Aragorn het Drúadanwoud als autonome regio toegewezen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d J.R.R. Tolkien, Christopher Tolkien (ed.), Unfinished Tales, "Further Notes on the Drúedain"