Yves Boisset

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Yves Boisset, (Parijs, 14 maart 1939) is een Franse film- en televisieregisseur. Hij draait vooral dramatische politiefilms.

Biografie[bewerken]

Van jongs af aan was Yves Boisset een cinefiel. Hij schreef artikels voor filmtijdschriften zoals Cinéma en werkte samen met onder meer Bertrand Tavernier aan de eerste editie (1960) van Vingt Ans de Cinéma Américain. Tegelijkertijd deed hij al ervaring op als regieassistent van grote namen als Jean-Pierre Melville, René Clément en Sergio Leone.

Als regisseur debuteerde hij in 1968 met de politiefilm Coplan sauve sa peau, een vervolg op Coplan ouvre le feu à Mexico (Riccardo Freda, 1966), zijn laatste film als regieassistent. Met de politiefilm Un condé, de eerste film die enig succes behaalde, profileerde hij zich als een heel geëngageerde filmmaker. Al zijn volgende films bevestigden zijn faam als kritisch cineast die via een spannend verhaal allerlei wantoestanden aan de kaak stelde. De jaren zeventig waren zijn meest vruchtbare : in die tijd waagde hij zich zowel aan de zaak van de Marokkaanse politicus Mehdi Ben Barka (L'Attentat, 1972, scenario van Jorge Semprún) als aan de Algerijnse Oorlog (R.A.S., 1973). Deze film ondervond ernstige problemen met de censuur maar scoorde aan de kassa. In Dupont Lajoie (1975) behandelde hij op een indringende manier een afstootwekkend geval van plat racisme waarvan Algerijnen het slachtoffer waren. Met Le Juge Fayard dit Le Shériff (1977) leverde Boisset zijn meest geëngageerde prent af. Via het personage van Patrick Dewaere, een integere jonge rechter die tijdens zijn enquête vermoord werd, toonde hij aan hoe de politiek het rechtssysteem kon corrumperen.

Daarna kende hij zich een korte adempauze toe met het verfilmen van enkele literaire werken : Un taxi mauve (1977) was gebaseerd op een bekende roman van Michel Déon en La Clé sur la porte (1978) was een getrouwe weergave van de roman van Marie Cardinal.

Vanaf de prille jaren tachtig begon Boisset opnieuw gevoelige thema's aan te raken. In de politiefilm La Femme flic (1980) kwam inspectrice Miou-Miou een kinderprostitutienetwerk op het spoor. Allons z'enfants (1981) was na R.A.S. zijn tweede antimilitaristisch drama. Daarna leverde hij nog enkele spannende thrillers af zoals de spionagefilm Espion, lève-toi (1982), de futuristische mediathriller Le Prix du danger (1983) en het Lee Marvin-vehikel Canicule (1984).

Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig hevelde Boisset zijn filmactiviteiten over naar de televisie. Wellicht was het feit dat de producenten zijn films niet meer zo makkelijk wilden financieren daar niet vreemd aan. Hij maakte er vooral historische werken zoals L'Affaire Seznec (1993) dat handelde over een zonder bewijs van moord beschuldigde man die tot levenslange dwangarbeid veroordeeld werd. L'Affaire Dreyfus (1995) (naar een bekroond scenario van Jorge Semprún) had het over de van hoogverraad beschuldigde Alfred Dreyfus, een Franse officier van joodse afkomst. Le pantalon (1997) bracht de zaak Lucien Bersot voor het voetlicht : het fusilleren van een Franse soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog. Jean Moulin (2002) deed het verhaal van Jean Moulin, de bekendste Franse verzetsheld en L'Affaire Salengro (2009) deed het verhaal van de Front Populaire-politicus Roger Salengro die zelfmoord pleegde.

In 2011 verscheen zijn autobiografie La Vie est un choix (Plon).

Filmografie[bewerken]

Regieassistent[bewerken]

Langspeelfilms[bewerken]

Televisie[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Yves Boisset : La vie est un choix, Plon, 2011

Prijzen[bewerken]

Varia[bewerken]

Het Franse weekblad Le Nouvel Observateur betitelde Yves Boisset als de meest gecensureerde man van Frankrijk.