Zaadproductie en zaadteelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zaadproductie en zaadteelt is een bedrijfstak die zorgt voor de productie van zaden voor onder andere de tuinbouw, de landbouw en de bosbouw.

De meeste groenten, bloemen, kruiden en akkerbouwgewassen hebben een één- of tweejarige cyclus (leven dus maar 1 of 2 jaar), waardoor er jaarlijks veel zaad geproduceerd moet worden. Ook voor de vermeerdering van meerjarige planten en bomen is zaadproductie nodig.

Voor zaadproductie is het heel belangrijk dat de zaden ziektevrij geproduceerd worden. Daarom wordt er naar zaadproductiegebieden in de wereld gezocht waar bepaalde plantenziekten nog niet voorkomen.

Tuinbouw[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Vroeger werd de teelt van zaden voor eigen gebruik door de tuinders zelf gedaan. De kwaliteit die geproduceerd werd, was maar middelmatig. Enkele tuinders uit West-Friesland zijn aan de IJsselmeerrand kleine zaadbedrijfjes begonnen (rond het IJsselmeer is er een goed micro-klimaat waar de gewassen in het vroege voorjaar en in de late herfst niet bevriezen, de aanwezigheid van water en weinig schadelijke insecten). Deze bedrijven ontwikkelden zich tot de grootste bedrijven die er nog zijn: Sluis & Groot (opgegaan in Syngenta), Royal Sluis (opgegaan in Seminis), Enza Zaden en Bejo Zaden. In 2005 is Monsanto eigenaar van Seminis geworden. Deze bedrijven zijn vooral gevestigd in Andijk en Enkhuizen.

In het begin werden uit een veld de beste planten gehaald/geselecteerd en deze werden in het voorjaar weer opgezet om deze planten tot volle bloei te laten komen en deze met elkaar te laten bestuiven (door wind, bijen, hommels, vlinders of vliegen). Het gewas werd rijp en bevatte vele zaden. Deze gedroogde gewassen werden gedorst (zaad uit zaaddoos geslagen met stok) en het zaad kwam vrij. Het zaad met daarin vervuiling werd met behulp van schoningsmachines, onkruid/insecten vrij gemaakt.

Verder werd er ook in die tijd zaad geproduceerd van komkommer, augurk en tomaten onder platglas en in de glastuinbouw. Het geschoonde zaad werd vervolgens op kleur en grootte gesorteerd. Deze geschoonde en op maat gesorteerde zaden werden dan verpakt en verkocht aan de tuinders. In de winter kregen veel tuinders zakken met bonen/erwten om uit te "zoeken" (verkleurde bonen en kapotte bonen). Dit was een leuke bijverdienste voor veel mensen omdat er in de winter weinig viel te doen.

In het begin werden alle tuinbouwzaden in Nederland geproduceerd, maar de kwaliteit (kiemkracht) van de zaden moest nog beter worden en de productie vooral goedkoper. Op dit moment wordt er veel zaad in Frankrijk, de Verenigde Staten, Chili, Zimbabwe, Thailand, India en China geproduceerd. Op dit moment worden bepaalde gewassen toch ook weer in Nederland geproduceerd (bijvoorbeeld tomaat, sla, komkommer en paprika).

Akkerbouw[bewerken]

Voor de graanteelt zijn grote zaadvermeerderingen van zaaigraan nodig. Het zaaizaad dat gebruikt wordt voor de eindproductie van voeder- en consumptiegraan is meestal een keer of drie vermeerderd.

Bosbouw[bewerken]

Voor de aanleg van nieuwe bossen of vervanging van gekapte bomen is plantmateriaal, het zogenaamde bosplantsoen, nodig. Dit plantmateriaal wordt opgekweekt uit meestal in Nederland geoogste zaden. Zo zijn in het najaar langs wegen mensen bezig met het rapen van eikels. Het verzamelen wordt steeds meer gemechaniseerd. Alleen van bepaalde, kwalitatief goede bomen mag zaad verzameld worden.

In de omgeving van Zundert vindt veel opkweek plaats.