Sheddak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Zaagdak)
Ga naar: navigatie, zoeken
Principe van een sheddak
Negen sheddaken (Tonnemafabriek).

Een sheddak, zaagdak of zaagtanddak is een dakvorm die vooral bij uitgestrekte fabriekshallen werd toegepast. Bouwkundig gezien betreft het een reeks evenwijdige zadeldaken met ongelijke schilden. De nokken zijn oost-westgericht. De schilden zijn voorzien van vele ramen.

Het op het noorden gerichte schild is veel steiler dan het op het zuiden gerichte schild. Het gevolg van dit alles is dat de gehele hal gelijkmatig verlicht wordt.

Tegenwoordig worden fabriekshallen ook overdag met tl-buizen verlicht. Dit heeft het gebruik van sheddaken sterk doen afnemen. Niettemin is het sheddak, samen met de schoorsteen, emblematisch geworden voor fabrieken en industrie.

Geschiedenis[bewerken]

Zaagdak met glazen wanden, ca. 1650

De oudst gekende afbeelding van een sheddak dateert uit het midden van de 17e eeuw. Ze toont de Lakenhal aan de achterzijde van het Brusselse stadhuis, die gelijkmatig verlicht werd door zestien glaswanden in het zaagdak.[1] Het uit 1353-1359 daterende gebouw werd vernield in het bombardement op Brussel (1695).

De sheddaken werden voor het eerst op grote schaal toegepast bij mechanische weverijen in Engeland. De mechanisch weefgetouwen werden daar in evenwijdige hallen van één bouwlaag opgesteld. Een dergelijk fabriekstype noemde men een shed (letterlijk: schuur of loods). Dankzij de sheddaken konden deze uitgestrekte complexen worden verlicht. In Twente werd de eerste shed in 1859 gebouwd. Voordien bestonden fabrieken vooral uit massieve blokvormige gebouwen met meerdere bouwlagen. Hierin waren vooral spinnerijen gevestigd.

Noten
  1. Roel Jacobs, Een kleine geschiedenis van Brussel, 2004, blz. 88