Zaak-Julio Poch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De zaak-Julio Poch betreft de rechtsvervolging van de Argentijns-Nederlandse voormalige piloot Julio Alberto Poch (1952) die sinds september 2009 vastzit op verdenking van betrokkenheid bij de 'dodenvluchten', die tijdens de Argentijnse militaire dictatuur werden uitgevoerd om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen.

Carrière[bewerken]

Na zijn opleiding aan de Marineacademie in zijn geboortestad Buenos Aires (1969-1972) en opleiding tot piloot (1973-1974) werkte Poch van januari 1974 tot 1980 als gevechtspiloot voor de Argentijnse marine. Hij maakte onderdeel uit van het 'elitesquadron' dat de A-4 Skyhawk vloog. Na zijn afzwaaien vloog hij voor Aerolíneas Argentinas op een Boeing 747-200 als copiloot. In 1982 werd hij opnieuw opgeroepen door de marine tijdens de Falklandoorlog, waarna hij in 1982 zijn baan bij Aerolíneas hervatte. Vanaf 1988 vloog hij voor de Nederlandse luchtvaartmaatschappij Transavia. In dat jaar ging hij tevens in Nederland wonen; later nam hij ook de Nederlandse nationaliteit aan.

Verdenkingen[bewerken]

Poch kwam in september 2009 in het nieuws toen hij, tijdens zijn laatste vlucht voor zijn pensionering, gearresteerd werd op het vliegveld van Valencia. Belastende verklaringen van collega-piloten waren voor het Argentijnse Openbaar Ministerie reden om een internationaal arrestatiebevel uit te vaardigen.

Poch zou tijdens een etentje eind 2003 op Bali aan collega's hebben verklaard dat hij betrokken was bij de dodenvluchten. Zijn Nederlandse collega-vliegers Tim Weert en Edwin Reijnoudt Brouwer stapten met hun getuigenis in eerste instantie naar de leiding van Transavia, maar later, op aanraden van chef-vlieger Jeroen Engelkes, ook naar de politie.[1]

Arrestatie en uitlevering[bewerken]

Naar aanleiding van het politieonderzoek in Nederland, volgde in de zomer van 2008 een rechtshulpverzoek aan Argentinië. Nederland ging op zoek naar achtergronden van Julio Poch. Het Argentijnse Openbaar Ministerie was toen al jaren op zoek naar vliegers die betrokken waren geweest bij de dodenvluchten, als onderdeel van het proces tegen de daders van het Videla-regime. Argentinië plaatste Poch in december van dat jaar op een internationale opsporingslijst. Nederland heeft weliswaar geen uitleveringsverdrag met Argentinië, maar hielp bij de arrestatie door via de KLM, moedermaatschappij van Transavia, het dienstrooster aan de Argentijnse autoriteiten bekend te maken. Toen Poch op 22 september 2009 tijdens zijn laatste vlucht voor zijn pensioen op de luchthaven van Valencia landde, werd hij door de Spaanse politie gearresteerd en kwam er een uitleveringsverzoek vanuit Argentinië. In eerste instantie verzette Poch zich tegen uitlevering, maar later verklaarde hij zijn onschuld te willen bewijzen voor de rechtbank. In mei 2010 werd de piloot uitgeleverd en overgebracht naar een gevangenis in Marcos Paz.

Rechtsvervolging[bewerken]

Eind oktober 2010 ontsloeg het gerechtshof in Buenos Aires Poch aanvankelijk van rechtsvervolging, wegens onvoldoende bewijs. De onderzoeksrechter kreeg de opdracht een nieuwe aanklacht te formuleren en het onderzoek te verdiepen. Eind 2010 kwam Poch op borgtocht vrij.

In januari 2011 hoorde de rechtbank in Den Haag Nederlandse getuigen, waaronder Tim Weert en Edwin Reijnoudt Brouwer, in het proces tegen Poch, aan de hand van een vragenlijst opgesteld door de Argentijnse justitie. De twee ex-collega's verklaarden dat zij Poch in 2003 niet letterlijk hadden horen zeggen dat hij persoonlijk betrokken was. Volgens het Argentijns OM had Poch gelogen toen hij verklaarde dat hij tijdens de dictatuur alleen straaljagers vloog en zodoende geen dodenvluchten kon hebben gevlogen. Volgens het Nederlands OM bleek uit logboeken in zijn woning dat hij wel degelijk andere vliegtuigen had bestuurd. Op verzoek van Geert-Jan Knoops, een van de advocaten van Poch, verrichtte oud-luchtmachtvlieger Steve Netto logboekonderzoek hetgeen resulteerde in een ontlastend rapport.[2] Toch werd Poch in juni 2011 opnieuw vastgezet.

Op 18 februari 2013 mocht de ex-piloot zich voor het eerst verdedigen voor de rechtbank in Buenos Aires. In zijn uitgebreide verdediging, die uren duurde, zei hij dat hij onschuldig was.[3] Hij las onder meer verklaringen voor van anderen waaruit zou blijken dat hij niet betrokken was geweest bij de dodenvluchten.

In oktober 2014 getuigde zijn ex-collega Brouwer tegenover de Argentijnse openbaar aanklager dat Poch een grotere rol bij de dodenvluchten had gespeeld dan alleen die van piloot. Uit verklaringen van hem zou zijn gebleken dat hij volledig achter het vermoorden van politieke tegenstanders zou hebben gestaan en dat hij zelfs eigenhandig gevangenen uit vliegtuigen had gegooid.[1]

In september 2015 stelde het Argentijns OM Poch schuldig te achten. Documenten waaruit zou blijken dat hij actief geweest was in Operativo Sirena (Operatie Zeemeermin), een samenwerkingsoperatie van het Argentijnse en Paraguayaanse leger, zouden het bewijs leveren.[4] In december van dat jaar werd een levenslange gevangenisstraf tegen Julio Poch en een zestigtal medeverdachten geëist.[5] Het vonnis werd aanvankelijk in de zomer van 2016 verwacht.[4] In februari 2016 werd dat bijgesteld naar op zijn vroegst eind dat jaar en in juli 2016 sprak advocaat Knoops de verwachting uit dat zijn cliënt pas ergens in 2017 zijn pleidooi kan houden, waarna een vonnis nog weer een onbekende tijd op zich kan laten wachten.[6] Eind maart 2017 greep Knoops een staatsbezoek van koning Willem-Alexander aan Argentinië aan voor een open brief in het Algemeen Dagblad met een oproep aan het staatshoofd om aandacht te geven aan de situatie van Poch.[7]

Naast de rechtsbijstand door zijn advocaten, zet de Nederlandse Foundation "Justice for Julio Poch" zich juridisch, en publicitair, in voor de verdachte.[8]