Zadelsprinkhaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zadelsprinkhaan
Mannetje
Mannetje
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderstam: Hexapoda (Zespotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Orthoptera (Sprinkhanen en krekels)
Onderorde: Ensifera
Familie: Tettigoniidae (Tettigoniidae)
Onderfamilie: Ephippigerinae
Geslacht: Ephippiger
Soort
Ephippiger ephippiger
Fiebig, 1784
Afbeeldingen Zadelsprinkhaan op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zadelsprinkhaan op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Geluid van de zadelsprinkhaan
Vista-kmixdocked.png
(download·info)

De zadelsprinkhaan (Ephippiger ephippiger) is een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Ephippigerinae.

Kenmerken[bewerken]

De zadelsprinkhaan dankt zijn Nederlandse naam aan de vorm van het halsschild dat sterk doet denken aan een zadel. Aan de achterzijde is het halsschild verhoogd vanwege de bolvormige, nauwelijks uitstekende voorvleugels die een lichtere tot gele kleur hebben. De voorvleugels die bij andere soorten tot vliegvleugels zijn omgevormd, ontbreken. De rest van het lichaam is groen tot geelachtig of blauwgroen van kleur, de poten en met name de antennes neigen meer naar geel tot bruin. Op de flank is van het halsschild tot de achterlijfspunt een lichtere tot witte streep aanwezig. Het fors gebouwde achterlichaam valt sterk op door de tien cilindrisch gevormde segmenten die regelmatig naar achteren toe van bolrond wat smaller en kleiner worden. Dit bolronde uiterlijk is een kenmerk die we verder in onze regio slechts zien bij het Duits propje.

Mannetjes bereiken een lengte van 23 tot 30 millimeter, de vrouwtjes worden 20 tot 35 mm lang.[1] De mannetjes hebben opvallend korte en brede cerci, die niet duidelijk uitsteken door de verlengde en verbrede achterlijfspunt. De cerci hebben aan de binnenzijde een doornachtig uitsteeksel en zijn aan de buitenzijde fijn gezaagd. Het vrouwtje is te herkennen aan de lange en iets naar boven gebogen legboor.

Onderscheid met andere soorten[bewerken]

De zadelsprinkhaan is alleen te verwarren met soorten uit het eigen geslacht Ephippiger, het geslacht Uromenus of andere soorten uit de onderfamilie Ephippigerinae.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De zadelsprinkhaan komt voor in Zuidwest-Europa, in Frankrijk tot de Pyreneeen, de Provence-streek waar hij samen voorkomt met andere soorten uit het Ephippiger geslacht, tot West-Frankrijk aan het uiterste Zuiden van de Normandische kust. In Nederland is de sprinkhaan in het noorden uitgestorven en komt alleen voor in Nijmegen en lokaal op de Noordwest-Veluwe en delen van de Midden- en Zuid-Veluwe. In België is de soort bekend rond Maaseik; Vlaanderen bestempelt de soort als bedreigd.[2] Vroeger kwam de soort ook voor in Zuid-Limburg en de Utrechtse Heuvelrug.

De habitat bestaat uit relatief droge en schrale gebieden met schaarse vegetatie zoals heide met enkele bomen. De sprinkhaan is zowel dicht bij de bodem als hoger in de vegetatie te vinden.

Levenswijze[bewerken]

De zadelsprinkhaan eet voornamelijk insecten en andere kleine diertjes maar ook wel plantendelen. Voor akkerbouwers is het een nuttig dier omdat het in planten leeft maar voornamelijk jaagt op plantenbewonende (plaag)insecten.

De zadelsprinkhaan is actief gedurende de maanden augustus tot oktober, de mannetjes laten zich vooral horen tussen elf uur 's ochtends en negen uur in de avond.[1] Het geluid is duidelijk hoorbaar en bestaat uit een scherp, knarsend gepiep dat klinkt als tieh-zieh, het wordt in lange series herhaald met een frequentie van ongeveer één à twee keer per seconde.

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]