Zeemeermin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek
Zeemeermin vecht met zeemonster

Een zeemeermin of kortweg meermin is een mythisch wezen, met het bovenlichaam van een vrouw en in plaats van benen een vissenstaart. Haar minder bekende mannelijke tegenhanger is de zeemeerman.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Mythologie

Verhalen over zeemeerminnen gaan terug tot in de oudheid. Het mythische wezen van de zeemeermin/zeemeerman vindt zijn oorsprong bij de Babyloniërs en Soemeriërs. Zij kenden de god Ea of Enki, de god van de zoete wateren, die volgens de mythologie de schepper en tegelijk redder van de mens is. Hij werd afgebeeld met een vissenstaart of met een vis over zijn hoofd.

Zeemeerminnen met een vissenstaart werden voor het eerst beschreven door de Heilige Adelmus omstreeks 680 na Christus. In de Griekse mythologie hadden zeedemonen, half-vrouw, half-vogel, eerder al hun domicilie gekozen in de grotten en op de rotsen rond de Tyrreense Zee. Door hun zachte gezang lokten zij de schippers op de klippen. Zij worden voor het eerst genoemd in de Odyssee van Homerus, waar zij hun charmes aan Odysseus tentoonspreidden. Dit verhaal werd in de middeleeuwen door de kerk gebruikt om mensen te waarschuwen voor het kwaad van de verleiding. In die tijd waren dan ook in veel kerken, kloosters en kathedralen afbeeldingen van zeemeerminnen te vinden.

Gerapporteerde waarnemingen[bewerken]

De middeleeuwse fantasie over meerminnen met een vissenstaart komt van de verhalen van zeelui, die dachten deze wezens in het schuim gezien te hebben. In werkelijkheid hebben zij waarschijnlijk zeekoeien gezien: deze zoogdieren uit tropische wateren hebben een spitse vorm; de vrouwtjes hebben ook tepels, die het beeld van de vrouwelijke lichaamsvormen oproepen.

Columbus[bewerken]

Columbus meende zeemeerminnen te zien tijdens zijn reis naar het Amerika en beschreef deze in zijn dagboek. In 1493, voor de kust van Hispaniolia, rapporteerde hij "vrouwelijke vormen" die hoog uit de zee zouden rijzen, maar niet zo mooi waren als vaak weergegeven.

Zwartbaard[bewerken]

Het logboek van Zwartbaard, een Engelse piraat, rapporteert dat hij zijn bemanning instrueert om bepaalde wateren te mijden die hij "betoverd" noemt vanwege zeemeerminnen, die door Zwartbaard en zijn bemanning zouden zijn gezien.

Boeronees zeewijf[bewerken]

Het Boeronees Zeewijf in Natuurlyke Historie van Louis Renard (1719)

Bij de kust van Ambon werd in 1712 het zogenaamde ''Boeronees zeewijf'' gevangen; volgens de overlevering overleefde deze zeemeermin vier dagen en zeven uur in een tobbe voordat ze doodging. Samuel Fallours, een kunstenaar die in dienst was van de Verenigde Oost-Indische compagnie tekende een afbeelding van de zeemeermin. De afbeelding werd opgenomen in het zoölogische platenboek Natuurlyke historie der Indische zeeën; behelsende de visschen, kreeften en krabben van verschillende kleuren en buitengewoone gedaanten van de Moluksche eilanden en op de kusten der zuidlyke landen van de in Amsterdam woonachtige boekverkoper en uitgever Louis Renard. Dit boek bevatte naast de afbeelding van het Boeronese zeewijf afbeeldingen van 415 vissen, 41 schaaldieren, twee wandelende takken en een Indische zeekoe. In de tweede druk van de eerste uitgave van Natuurlyke Historie werden − om twijfel rondom de echtheid van de waarnemingen van de vissen en de zeemeermin weg te nemen − verschillende 'ooggetuigenverslagen' opgenomen. Zo verklaarde de Nederlandse dominee François Valentijn, die tweemaal met de VOC richting Azië voer, dat "dergelijke zeemensen rondom Ambon voorkwamen". Valentijn gebruikte Fallours' tekening van de zeemeermin, die hem door Renard was toegestuurd, in het derde deel van zijn Oud en Nieuw Oost-Indiën (1726). Zo schreef hij:

"Het hoofd was als dat van een Vrouw-Mensch, hebbende zyne behoorlyke evenmatigheid van deelen, en van de oogen, neus, en mond; dog de oogen, die zeer licht-blaeuw waren, vertoonden zig een weinig anders, als van een ander Mensch.[1]"

Japan[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1943, zagen Japanse soldaten verschillende zeemeerminnen voor de kust van de Kei-eilanden. Ze beschreven wezens die in het het water – en één op het strand – met een roze huid en stekels aan hun hoofd. Naar schatting waren de wezens zo'n 1,5 meter lang met ledematen en gezichten lijkend op die van een mens maar met een mond als een karper. De lokale bevolking noemt ze Orang Ikan (Vismens). Een aantal van deze waarnemingen werden gerapporteerd aan Sgt. Taro Horiba, die de lokale bevolking om meer informatie vroeg. Deze gaven aan dat de wezens soms in hun visnetten vastzaten. Ze beloofden de sergeant om hem te waarschuwen als ze er weer een vingen. Uiteindelijk werd er een dood gevonden op het strand die hij kon bekijken. Hij was overtuigd en ging terug naar Japan om wetenschappers te overtuigen om naar de eilanden te gaan en ze te bestuderen, maar hij werd niet geloofd.

Folklore[bewerken]

Verhalen en boeken[bewerken]

Gevelsteen met de meermin van Edam

In Nederland is de meermin van Edam, ook wel de zeemeermin van Haarlem genoemd, bekend. Deze meermin zou in 1403 na een zware storm, nadat de dijken gebroken waren, gevangen zijn in het Purmermeer bij Edam. Ze is naar Haarlem gebracht, heeft daar leren spinnen en een christelijke begrafenis gehad.[2] Het verhaal over deze zeemeermin werd gedurende 600 jaar door veel schrijvers opgeschreven.

Ook Muiden kent een legende over een zeemeermin. Als vissers een gevangen exemplaar vrijlaten, zingt ze: "Muiden zal Muiden blijven, Muiden zal nooit beklijven".[3] Een ander bekende sage is De zeemeermin van Westenschouwen.

Er is een verhaal over een kofschip op de Noordzee dat opeens stil lag. De schipper ging kijken en zag een meerman aan het roer hangen. Hij zegt dat zijn vrouw in barensnood is en hij vraagt of de vrouw van de schipper haar wil ondersteunen. De schippersvrouw heeft zelf zes kinderen en weet wat de zeevrouw doormaakt. Ze gaat meteen overboord en verdwijnt in de diepte. Het schip ligt stil en na lange tijd brengt de meerman de schippersvrouw naar boven. Ze is droog, alleen de zoom van haar rok wordt nat als de schipper haar in zijn armen pakt. Het schip zeilt razendsnel verder en haalt binnen een kwartier de stilstand in. De koopvaarder doet goede zaken en zolang hij de Noordzee bevoer, zat alles hem mee.

De kleine zeemeermin is een beroemd sprookje van Hans Christian Andersen uit 1836.

In Juttertje Tim, een kinderboek uit 1991 van Paul Biegel, komen ook zeemeerminnen voor.

Films[bewerken]

Muziek[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Ook Chinese draken kunnen in de gedaante van een mens of vis verschijnen. Er zijn meerdere overeenkomsten tussen de Chinese draak en de zeemeermin.
  • Animal Planet zond twee reportages uit over zeemeerminnen. De eerste was "Mermaids: the body found" en ging over een team dat restanten van een zeemeermin zou hebben gevonden in de buik van een haai, maar zodra het nieuws bekend werd, zou de FBI de bewijsstukken hebben afgenomen. De tweede reportage was "Mermaids: new evidence" en bevatte enkele filmfragmenten waarin 'vermoedelijk' zeemeerminnen te zien waren, waaronder een opname in het Israëlische kustplaatsje Kiryat Yam.[4] Later bleken beide reportages een hoax te zijn.[5]
  • Teylers Museum in Haarlem had van 25 mei t/m 15 september 2013 een grote overzichtstentoonstelling op de vloer getiteld Een zee vol meerminnen waar aan alle aspecten van de zeemeermin - historisch, religieus, mythisch, volkenkundig - uitvoerig aandacht werd besteed. Hierbij werd voor het eerst een geïllustreerd overzichtswerk van het fenomeen zeemeermin gepubliceerd.

Literatuur[bewerken]

  • Paul Faber en Bert Sliggers, Een zee vol meerminnen, verleiding en bedreiging. Haarlem: Teylers Museum / Tielt: Lannoo, 2013 ISBN 978 94 014 0868 4

Zie ook[bewerken]

Celtic Fairy Tales, 1892