Zeeslag in de Straat Denemarken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeeslag in de Straat Denemarken
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
De Bismarck vuurt op HMS Prince of Wales
De Bismarck vuurt op HMS Prince of Wales
Datum 24 mei 1941
Locatie Straat Denemarken
Resultaat Duitse overwinning
Casus belli Bedreiging van vrachtschepen
Strijdende partijen
Duitsland Verenigd Koninkrijk
Leiders en commandanten
Günther Lütjens
Ernst Lindemann
Helmuth Brinkmann
Lancelot Holland +
Ralph Kerr +
Frederic Wake-Walker
John Leach
Troepensterkte
1 slagschip
1 zware kruiser
1 slagschip
1 slagkruiser
2 zware kruisers
6 torpedojagers
Verliezen
1 slagschip beschadigd 1 slagkruiser gezonken
1 slagschip beschadigd
1428 doden
9 gewonden
Portaal  Portaalicoon   Marine

De Zeeslag in Straat Denemarken was een zeeslag in de Tweede Wereldoorlog op 24 mei 1941 in de Straat Denemarken waarbij de Duitse Bismarck en Prinz Eugen de Britse HMS Hood tot zinken brachten.

De Duitse dreiging[bewerken]

De Zweedse kruiser HMS Gotland seinde dat twee Duitse oorlogsschepen tussen Groenland en IJsland naar het westen voeren. De Britse ambassade in het neutrale Zweden onderschepte zijn bericht. Verkenningsvliegtuigen konden weinig zien door regen en mist.

Ontdekt[bewerken]

's Avonds op 23 mei zagen de Britse zware kruisers HMS Norfolk en HMS Suffolk de Duitse oorlogsschepen. De kruisers volgden de Duitse oorlogsschepen in de nacht met behulp van de radar van HMS Sufffolk en verwittigden de admiraliteit, die versterking zond.

De onderscheppingsmacht[bewerken]

Tegen de ochtend lagen acht Britse oorlogsbodems klaar om de Duitse schepen te onderscheppen: slagschip HMS Prince of Wales, slagkruiser HMS Hood met vice-admiraal Lancelot Holland en zes torpedojagers HMS Electra, HMS Achates, HMS Antelope, HMS Anthony, HMS Echo en HMS Icarus.[1]

Het plan[bewerken]

De Duitse bewegingen in rood en de Britse in zwart

Vice-Admiraal Holland gaf bevel dat Hood en Prince of Wales de Bismarck moesten aanvallen terwijl Suffolk en Norfolk Prinz Eugen moesten aanvallen en plande dit net na zonsondergang, zodat de Bismarck en de Prinz Eugen zich scherp zouden aftekenen tegen het avondrood, terwijl HMS Hood en HMS Prince of Wales uit het duister konden naderen. Door de slechte zichtbaarheid kwam het contact er maar tegen de ochtend.

Contact[bewerken]

Om 05:35 zag de uitkijk van de Prince of Wales de Duitse schepen op 26 km afstand. De Duitsers merkten de Britse schepen met hun hydrofoon en zagen 10 minuten later de rook en de masten.[2] Om 05:37 beval Holland de aanval. De torpedojagers konden in de ruwe zee niets uitrichten. De Norfolk en de Suffolk lagen te ver achter de Duitse schepen.

De Britten openen het vuur[bewerken]

HMS Hood vaart naar de Bismarck met op de voorgrond drie kanons van HMS Prince of Wales, het vierde staat omhoog
Een 350 mm granaat van HMS Prince of Wales doorboort de boeg van de Bismarck
De 18 salvo's van HMS Prince of Wales tussen 5h53 en 6h02 op de Bismarck in rood

Om 05:52 opende HMS Hood het vuur op de vooraan varende Prinz Eugen. HMS Prince of Wales beschoot daarna de Bismarck.[3] Prince of Wales raakte de Bismarck in totaal drie keer.

De Duitsers schieten terug[bewerken]

De Duitse schepen vuurden niet terug. Korvetkapitein Adalbert Schneider vroeg admiraal Günther Lütjens meermaals toelating om terug te schieten, maar die weigerde. Toen kwam kapitein ter zee Ernst Lindemann tussen:[4]

“Ik laat me toch mijn schip niet onder mijn gat wegschieten, toelating tot vuren!”

Om 05:55 schoten beide Duitse schepen op HMS Hood.[5][6] Een granaat trof HMS Hood en munitie vloog in brand.

HMS Hood zinkt[bewerken]

Foto vanaf Prinz Eugen: HMS Hood ontploft in de verte, HMS Prince of Wales is nabij

Om 06:00 gaf Holland bevel om naar bakboord te keren om met alle kanons te kunnen vuren.[7] Tijdens deze manoeuvre trof de Bismarck vanaf 13 km met een 380 mm granaat de grote mast van HMS Hood in het munitiemagazijn. Dit veroorzaakte een hevige brand en een ontploffing.[8] De HMS Hood brak in tweeën en zonk in 3 minuten met alle 1415 opvarenden. De HMS Electra kon twee uur later drie man redden: Ted Briggs, Bob Tilburn en Bill Dundas.

HMS Prince of Wales vlucht[bewerken]

Het traject van HMS Prince of Wales

De HMS Prince of Wales kon de zinkende HMS Hood nipt ontwijken. Beide Duitse schepen richtten nu op de Prince of Wales. De Bismarck trof vier keer en de Prinz Eugen drie keer.

Nu Viceadmiraal Holland dood was, kwam Prince of Wales onder bevel van Schout-bij-nacht Wake-Walker aan boord van Norfolk. Wake-Walker beval om de Duitse schepen op een veilige afstand te volgen. Kapitein Leach trok een rookgordijn op en vluchtte om 06:04.[9] De Prinz Eugen bereidde net een aanval met torpedo's voor.

De Bismarck achtervolgt niet[bewerken]

De Bismarck had nu 93 van zijn 104 granaten verschoten en de Prinz Eugen 157 van 184. Kapitein Ernst Lindemann vroeg tweemaal toelating aan admiraal Lütjens om de Prince of Wales te achtervolgen en te vernietigen, maar admiraal Lütjens weigerde, om de Bismarck niet onnodig in gevaar te brengen, zoals bevolen door grootadmiraal Erich Raeder. Raeder had eerder admiraals Conrad Patzig en Wilhelm Marschall ontslagen nadat ze zijn bevelen in de wind geslagen hadden.

Averij aan de Bismarck[bewerken]

Kapitein Robert Meyric Ellis van HMS Suffolk eet op de brug terwijl hij de Bismarck volgt

Om 07:57 meldde HMS Suffolk, dat de Bismarck trager voer en beschadigd leek.

26 mannen werkten in 6 ploegen om de schade te repareren. De Bismarck maakte 9° slagzij en de uiteinden van de scheepsschroeven aan stuurboord staken boven water. Lindemann liet twee compartimenten onder water zetten om het schip in evenwicht te brengen. Hij zond duikers in het water om de voorste olietanks over te hevelen.

Lindemann vroeg Lütjens toelating om Bismarck te vertragen naar 22 knopen en te laten hellen om gaten in de romp te breeuwen. Dit mislukte en stoomketel 2 moest uit dienst, zodat de hoogste snelheid 28 knopen werd.

De Bismarck lekte olie in zee en er bleef maar 3 ton olie over. Lütjens besloot om een haven aan te doen voor reparatie. Lindemann stelde voor, om naar de dichtstbijzijnde haven Bergen in Noorwegen te varen 1500 km ver, maar Lütjens weigerde en beval om naar Saint-Nazaire te varen, 900 km verder weg, wat hij veiliger vond.

Lütjens liet Prinz Eugen vrij om koopvaardijschepen te belagen. Prinz Eugen tankte op zee, maar kreeg motorpech en keerde naar Brest.

Reactie in Duitsland[bewerken]

De admiraliteit in Berlijn was opgetogen dat de Hood tot zinken gebracht was, maar minder tevreden over de schade aan de Bismarck en over de beslissing om naar Saint-Nazaire te varen.

Raeder overlegde met zijn stafchef, admiraal Otto Schniewind en die belde met admiraal Rolf Carls die het bevel voerde over Groep Noord in Wilhelmshaven. Carls schreef een telegram om Lütjens terug te roepen naar Duitsland, maar had het nog niet verzonden. Schniewind merkte op, dat Lütjens op de middag de lijn tussen de noordelijke Hebriden en zuidelijk Groenland voorbij was en dus onder Groep West viel. De bevelhebber van Groep West, admiraal Alfred Saalwächter zei, dat hij Lütjens niet zou terugroepen, tenzij Schniewind of Raeder anders beslisten. Raeder zei Schniewind, dat Lütjens moest beslissen en belde Adolf Hitler in de Obersalzberg in de Beierse Alpen. Hitler aanhoorde het nieuws dat de Hood gezonken was onbewogen en zei:

Als nu die Britse kruisers aanvallen en Lütjens de Hood tot zinken gebracht heeft en de andere bijna verlamd, terwijl die nagelnieuw was en in het gevecht last had met de kanons, waarom heeft hij die dan ook niet tot zinken gebracht?

Propagandaminister Dr. Joseph Goebbels' liet het nieuws van de gezonken Hood die avond uitzenden met muziek van Wir fahren nach England!. Het Duits publiek reageerde enthousiast.

Reactie in het Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Schets door kapitein John Leach van HMS Prince of Wales voor de 2e onderzoekscommisie

De Britten waren geschokt dat hun trots oorlogsschip zomaar gezonken was met 1400 mannen. Winston Churchill zei:

“Doe de Bismarck zinken!”

De admiraliteit liet alle beschikbare oorlogsschepen in de Atlantische Oceaan zoeken naar de Bismarck. In de ochtend van 27 mei slaagden Britse torpedobommenwerpers erin de Bismarck tot zinken te brengen.

Admiraal Sir Dudley Pound daagde admiraal Frederic Wake-Walker en kapitein John Leach van de Prince of Wales voor de krijgsraad, omdat ze het gevecht met de Bismarck gestaakt hadden nadat de Hood gezonken was. John Tovey, opperbevelhebber van de Home Fleet vond dat beiden correct gehandeld hadden en dreigde ontslag te nemen.

Twee Britse commissies onderzochten het vergaan van de Hood. Als gevolg van hun bevindingen werden munitiemagazijnen van de oudere Britse oorlogsschepen beter bepantserd.