Zeger Reyers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zeger Reyers
het Wachtje of Paviljoen
Persoonsinformatie
Geboortedatum 12 oktober 1789
Geboorteplaats Arnhem
Overlijdensdatum 5 juni 1857
Overlijdensplaats Den Haag
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Zeger Reyers (Arnhem, 12 oktober 1789 - Den Haag, 5 juni 1857) was een Nederlands architect. Hij ontwierp verschillende classicistische gebouwen. Voorbeelden van nog bestaande werk in Den Haag waar hij werkzaam was als stadsbouwmeester zijn het Paviljoen (voormalig accijnshuis), een schijndodenhuis en begraafplaats en twee wachthuisjes en een hek die de toegang tot de nu Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan vormen.

Familie[bewerken]

Reyers (ook: Reijers) was een zoon van Otto Reyers (1739-1827) en Maria Camp. Zijn vader was meestermetselaar en directeur van de stadswerken van Arnhem. Reyers huwde op 30 mei 1818 met Maria Potken (1797-1824). Hij overleed op 5 juni 1857 te Den Haag en werd ter aarde besteld op de Haagse begraafplaats Oud Eik en Duinen.[1][2]

Opleiding[bewerken]

Hij kreeg zijn eerste bouwkundige onderricht van zijn oom, de architect Leendert Viervant. Hij leerde tekenen van de kunstschilder Hendrik Jan van Amerom bij het Tekengenootschap "Kunstoefening", waarvan admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen erelid en protector was. In 1808 bezocht koning Lodewijk Napoleon het genootschap en een viertal leerlingen, onder wie Reyers, werd aan hem voorgesteld.[3] De koning besloot Reyers en Antonie Sminck Pitloo (1790-1837) een studiebeurs te geven, zodat zij in staat werden gesteld om met een aantal Nederlandse leeftijdsgenoten, waaronder Jan David Zocher (1791-1870) en Jan de Greef (1784-1834) een opleiding in Parijs te volgen. Hij werd hij op een atelier geplaatst dat onder toezicht stond van de beroemde architect Charles Percier (1764-1838). In 1808 won Reyers de Prix de Rome voor architectuur, waardoor hij, net als Zochter, twee jaar in Rome kon verblijven.

Werken[bewerken]

Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, voorgevel. Door Reyers ontworpen in 1839.

In juli 1813 keerde Reyers terug naar Nederland en hij werd aangesteld als ingenieur civiel van het departement Boven-IJssel. Hij was betrokken bij de verbouwing van Paleis Soestdijk voor kroonprins Willem. In augustus 1819 werd hij stadsarchitect van Den Haag.

Reyers ontwierp onder andere de Oranjekazerne (Den Haag) (1824) die in 1919 afbrandde en het Grand Hôtel des Bains (1828) dat in 1885 vervangen werd door het Kurhaus en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (1839) dat in 1937 vervangen werd door een nieuw gebouw. Hij heeft een bijdrage geleverd aan de uitbreiding van Paleis Noordeinde en hij ontwierp de Algemene Begraafplaats (1830). Gebouwen in Den Haag naar zijn ontwerp die de tand des tijds hebben doorstaan, het het Wachtje of Paviljoen (1827) en op de Algemene Begraafplaats Kerkhoflaan een schijndodenhuis (1830), twee wachthuisjes en een hek (ca. 1840), zijn rijksmonumenten.