Zelfportret als de apostel Paulus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret als de apostel Paulus
Rembrandt Harmensz. van Rijn - Zelfportret als de apostel Paulus - Google Art Project.jpg
Verblijfplaats Rijksmuseum Amsterdam
Locatie Amsterdam
Kunstenaar Rembrandt
Jaar 1661
Type Olieverf op doek
Afmetingen 91 × 77 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Zelfportret als de apostel Paulus is een schilderij van de Noord-Nederlandse schilder Rembrandt, dat zich sinds 1956 in het Rijksmuseum Amsterdam bevindt.

Voorstelling[bewerken]

Het is een zelfportret van Rembrandt. Maar in plaats van de gebruikelijke attributen, zoals een baret of een palet, draagt de schilder hier een witte tulband en houdt hij een bundel beschreven stukken papier vast. Ook is door zijn opengeslagen mantel een zwaard te zien dat hij op zijn borst draagt. Al deze details wijzen op de apostel Paulus, wiens zendbrieven later opgenomen werden in de bijbel en die vaak afgebeeld wordt met zwaard.

Het was Frederik Schmidt Degener die dit in 1919 voor het eerst opmerkte. Tot dat jaar stond het gewoon te boek als Zelfportret. Deze interpretatie werd begin jaren 90 van de twintigste eeuw bevestigd, toen tijdens een restauratie op de achtergrond een raam met tralies tevoorschijn kwam. Paulus werd in de loop van zijn leven tot vier keer toe gevangengenomen.

Herkomst[bewerken]

Het werk bevond zich mogelijk in de verzameling van Everhard Jabach in Parijs. In Jabachs inventaris uit 1695 wordt een 'Portrait de Rimbrands, ayant un linge blanc autour de sa teste' (portret van Rembrandt met witte doek om het hoofd) vermeld. Waarschijnlijk gaat het hier om het Zelfportret als de apostel Paulus. Later was het in het bezit van de Franse schilder Nicolas Vleughels in Rome. In 1750 verkocht zijn weduwe het werk voor 100 scudi aan kardinaal Neri Maria Corsini in Rome. In 1799 bevond het zich nog in het Palazzo Corsini, waar het in prent gebracht werd door Giuseppe Longhi. Volgens een etiket op de achterzijde van het schilderij werd het in 1807 door de Londense kunsthandelaar William Buchanan naar Engeland overgebracht.[1] Buchanan verkocht het voor 500 guineas aan Charles Kinnaird, eigenaar van landgoed Rossie Priory in Perthshire. Dit moet voor 2 januari 1809 gebeurd zijn want op die dag maakte Charles Turner een mezzotint van het schilderij voor 'The Kinnaird Collection or Cabinet Picture Gallery'. Het bleef in het bezit van de familie Kinnaird tot het in 1936 verkocht werd voor £47.500 aan het verzamelaarsechtpaar Isaac de Bruyn (1872-1953), begiftigd met de Zilveren Anjer, en Johanna Geertruida van der Leeuw (1877-1960). Dit echtpaar liet het werk in december 1960 na aan het Rijksmuseum Amsterdam, na het in 1956 al in bruikleen aan dit museum gegeven te hebben.