Zilvervloot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gevecht om een Spaanse zilvervloot in de Baai van Vigo

De Zilvervloot was in de 16e en 17e eeuw een jaarlijks konvooi van schepen, waarin kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika werden verscheept naar Spanje. In Nederland is de zilvervloot vooral bekend van de verovering ervan door Piet Hein in 1628.

De Zilvervloot, of La Flota, bestond uit twee vloten, die samenkwamen nabij Havana, en gezamenlijk naar Europa voeren. De ene vloot, de terra firma, kwam van de kust van Panama, waar zilver uit Potosí en andere waardevolle lading werd geladen die vanaf de Grote Oceaan eerst naar Panama-Stad en van daaruit met muildieren verder over de bergen van de Panamese landengte naar de oostkust was vervoerd naar Nombre de Dios. Deze vloot overwinterde in Cartagena. De andere vloot, de St-Jacobsvloot, kwam van Mexico (San Juan de Ulúa) en Honduras.

Het konvooi werd vanaf 1526 georganiseerd vanuit Sevilla waar een handelsgilde, het Casa de Contratación, het privilege had op de handel naar Amerika. Vanaf 1543 was het verplicht dat alle zilverschepen zwaarbewapend waren. Meestal nam men daarvoor het nieuwe en wendbare galjoen-type. De waarde van het vervoerde zilver was gigantisch; eerst zo'n 12 miljoen dukaten per jaar, eind 16e eeuw groeiend tot 25 miljoen dukaten. De opbrengst vormde het leeuwendeel van de Spaanse koloniale winst en het zilver was de motor achter de wereldhandel op Azië. Een dergelijke rijkdom trok allerlei piraten en kapers aan, maar het lukte hen maar zelden om iets te onderscheppen; gedurende het bestaan van het konvooisysteem zou maar zo'n vijf promille van de transportschepen in vijandelijke handen vallen. Een vroege en vasthoudende belager was de Engelsman Francis Drake, die in 1573 als piraat het landtransport over de landengte van Panama overviel, in 1578 onverwachts aan de westkust van Zuid-Amerika een klaarliggend zilverschip wegkaapte — waarna hij moest ontsnappen door de hele wereld rond te varen — en in 1583 met een vloot in hinderlaag lag voor Sevilla, zij het zonder succes. De enige die ooit een hele deelvloot met zilver en al zou veroveren was Piet Hein.

De zilvervloot van 1628[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Slag in de Baai van Matanzas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Piet Hein maakte namens de West-Indische Compagnie (WIC) in 1626 een plan om de zilvervloot te kapen, en de kostbaarheden naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te verschepen. De Republiek was op dat moment verwikkeld in de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. "Zeeroverij" in opdracht van een staat was in die jaren heel gebruikelijk en legaal. In 1624 probeerde Jacques l'Hermite een zilvervloot te veroveren voor de kust van Peru. Alhoewel de Nederlanders goed geïnformeerd waren, kwam hij enkele dagen te laat.

In 1627 pleegde Piet Hein twee kleinere kaperijen in Allerheiligenbaai, in september 1628 veroverde hij de zilvervloot in de Slag in de Baai van Matanzas (eiland Cuba). De andere vloot vertrok vanaf het huidige Venezuela. De halve vloot vanuit Venezuela was gewaarschuwd, en bleef buiten bereik. De buit bedroeg 177.000 pond zilver en de duizend parels waren in 1628 11 à 12 miljoen toenmalige gulden waard. Een timmerman verdiende in die tijd zo'n 200 à 300 gulden per jaar. De oorlog tegen Spanje kon er een jaar lang mee betaald worden. Schattingen over de huidige waarde van de buit lopen uiteen van € 100 miljoen op basis van de huidige zilverprijs en € 100 miljard op basis van wat er in die tijd met het geld gedaan kon worden. Stadhouder Frederik Hendrik en vlootvoogd Piet Hein kregen een fors aandeel in de buit. De kapiteins kregen een gering bedrag. Witte de With, een van de kapiteins, was daarover erg boos.[1]

Het beleg van Den Bosch door stedendwinger Frederik Hendrik is met geld van de zilvervloot gefinancierd. De WIC keerde dat jaar een record van 50% dividend uit. De vloot werd na een thuisreis die niet zonder moeilijkheden en incidenten verliep begin januari 1629 op de rede van Hellevoetsluis ontscheept. Per paard en wagen werd de buit in zeven dagen naar Amsterdam gebracht. De verovering van de Zilvervloot was niet alleen een financiële, maar vooral ook een morele overwinning op de Spanjaarden. Merkwaardig is dat ook de bevolking van Madrid opgetogen was, omdat ze hun gehate regering deze nederlaag gunden.

In het jaar 1702 werd er door de Nederlanders opnieuw een zilvervloot gekaapt, ditmaal samen met de Engelsen. Dit gebeurde onder leiding van Philips van Almonde vlak voor de Spaanse kust in de Baai van Vigo. De opbrengst viel echter tegen omdat het meeste zilver al veilig aan land was gebracht.

Lied De Zilvervloot[bewerken]

De verovering van de zilvervloot was niet alleen een financiële, maar vooral ook een morele overwinning van de Republiek. Piet Hein werd in de negentiende eeuw (1844) geëerd met lied De zilvervloot, gecomponeerd door J.J. Viotta, dat tegenwoordig nog steeds gezongen wordt, zij het niet altijd met onderstaande tekst van J.P. Heije.

Trivia[bewerken]

  • Van 1958 tot 1991 was de Zilvervlootrekening de naam van een spaarvorm voor jongeren volgens de Jeugdspaarwet.