Naar inhoud springen

Zoetwatergetijdengebied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Spindotterbloemen in een vloedbos

Een zoetwatergetijdengebied is een gebied aan de monding van een getijrivier waar het waterpeil merkbaar wordt beïnvloed door eb en vloed vanuit de zee, maar waar overwegend zoet rivierwater aanwezig is en het zoute zeewater nauwelijks doordringt.[1] Door het getijde kunnen delen van het gebied bij eb droogvallen en bij vloed weer onderlopen.

Bijzondere flora en fauna

[bewerken | brontekst bewerken]

Zoetwatergetijdengebieden in België en Nederland worden gekenmerkt door wilgenvloedbossen en slikken met getijdengeulen (slenken), die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op vissen, vogels en andere dieren. Er groeien ook bijzondere planten, zoals de spindotterbloem en het zomerklokje, en er leven specifieke dieren, zoals het getijdeslakje, die bestand zijn tegen de twee keer per dag optredende schommelingen in het waterpeil.

Zoetwatergetijdengebieden in België en Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

In België zijn zowel de Vlassenbroekse Schorren (in Vlassenbroek) als de Schorren van Durme en het Groot Schoor (beide in Hamme) zoetwatergetijdengebieden.[2] Deze gebieden maken deel uit van het Natura 2000-gebied 'Schelde en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent'.

De bekendste zoetwatergetijdengebieden in Nederland zijn de Biesbosch en het Natura 2000-gebied 'Oude Maas' (in de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hoeksche Waard en Rotterdam).[3][4] De Biesbosch staat nog steeds onder invloed van de eb- en vloedbeweging, hoewel daar de getijdendynamiek door afsluiting van het Haringvliet is afgenomen.