Zonne-energie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Dit artikel gaat specifiek over zonne-energie in Nederland. Voor zonne-energie in het algemeen, zie Zonne-energie.

Eind 2019 was er in Nederland 6,8 GW aan zonnepanelen geïnstalleerd.[1][2] Er werd ongeveer 5,2 TWh groene stroom opgewekt, een groei van 40% ten opzichte van 2018.[3] 20% van het vermogen was opgesteld in zonneparken, 50% op daken van huizen, de overige 30% op daken van bedrijven.[1][4]

Volgens WoonOnderzoek Nederland had in 2019 13% van de Nederlandse eengezinswoningen zonnepanelen op het dak liggen.[5]

Tegen de bouw van grondgeboden zonneparken leven in Nederland steeds meer bezwaren vanwege de grootschalige aantasting van het landschap.[6][7][8]

Potentie[bewerken | brontekst bewerken]

Jaargemiddelde instraling op het horizontale vlak in Nederland

Zoninstraling in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

De totale zoninstraling in Nederland op een horizontaal vlak bedraagt circa 1000 kWh (3,6 GJ) per vierkante meter, per jaar. Voor heel Nederland (oppervlakte 41.543 km²) komt dat neer op ongeveer 40.000 TWh (144.000 PJ) per jaar. Met zonnepanelen kan een deel hiervan worden omgezet in bruikbare elektriciteit. Hoeveel precies hangt af van het rendement van de panelen (typisch 20%) en het voor zonnepanelen beschikbare oppervlak. Ook kan een deel van de zoninstraling worden aangewend als zonnewarmte.

Opbrengst van een zonnepaneel in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland en België rekent men voor (goed geplaatste) zonnepanelen met gemiddeld 850 vollast-uren (kWh/kWp) per jaar (capaciteitsfactor ~10%). Een zonnepaneel van 100 W wekt per jaar dus zo’n 85 kWh op: het jaargemiddelde vermogen is ongeveer 10% van het nominale vermogen. Ter vergelijking: een windturbine van hetzelfde vermogen produceert in Nederland 2 tot 5 keer zoveel energie per jaar.

Zonnepanelen op water (in drijvende zonneparken) kunnen een iets hogere opbrengst hebben door het verkoelende effect van het water. Voor zonnepanelen die meedraaien met de zon (zonvolgsysteem, bijvoorbeeld ook in drijvende zonneparken) is het aantal vollast-uren in Nederland ongeveer 30% hoger,[9] dus ongeveer 1100 vollasturen per jaar (capaciteitsfactor ~12,5%).

Opbrengst van een zonnepark of zonnedak[bewerken | brontekst bewerken]

Grootschalige fotovoltaïsche installaties hebben een vermogensdichtheid van ongeveer 0,7-1 MW per hectare (70-100 MW/km²). In Nederland komt dat neer op een productiedichtheid van ongeveer 0,5 tot 1 GWh per jaar per hectare (50-100 GWh/jaar/km²), in het beste geval genoeg voor ongeveer 300 huishoudens (per hectare, 30.000 huishoudens per km²).[10][11] Met typische zonnepanelen van 300 W zijn dat zo'n 2 à 3.000 zonnepanelen per hectare (200.000 tot 300.000 per km²). De vermogens-, panelen- en productiedichtheid is iets hoger bij panelen in een oost-west opstelling dan bij een traditionele zuid-opstelling. Met drijvende (en/of meedraaiende) zonnepanelen kan ook een iets hogere productiedichtheid gehaald worden.

Totale potentieel van zonnestroom[bewerken | brontekst bewerken]

Als heel Nederland (41.543 km²) zou worden ingericht voor de productie van zonnestroom, zou dat met bovengenoemde productiedichtheid tot wel 4.000 TWh (10% van de zoninstraling) per jaar opleveren, ruim 30 keer het Nederlandse stroomgebruik. Ongeveer de helft van het Nederlandse grondoppervlak wordt gebruikt voor landbouw, wat in potentie dus ruimte biedt aan wel 2.000 GW of 2.000 TWh/jaar aan zonneweiden. Natuurlijk zijn zonnepanelen lang niet overal mogelijk of gewenst; daarom kijkt men voor een realistisch potentieel naar het beschikbare dakoppervlak, civiele werken, infrastructuur, parkeerplaatsen, en eventuele braakliggende- of landbouwgrond.

Volgens een analyse van Deloitte[12] is er in Nederland 892 km² (~125.000 voetbalvelden) aan dakoppervlak geschikt voor plaatsing van zonnepanelen. Daar zouden 270 miljoen zonnepanelen (~80 GW) op kunnen worden geplaatst die samen 217 PJ (60 TWh) per jaar produceren, goed voor 50% van het Nederlandse stroomgebruik. Met alleen de daken van woonhuizen zou 80 PJ (22 TWh) opgewekt kunnen worden, goed voor vrijwel het gehele stroomverbruik van de Nederlandse huishoudens.[12][13] Voor de woonhuizen alleen zou dit neerkomen op ongeveer 100 miljoen zonnepanelen (30 GW) op ongeveer 330 km² dakoppervlak.

In 2020 publiceerde Deloitte een interactieve applicatie (Rooftop Solar Tool) waarin alle Nederlandse gebouwen met meer dan 6.000 vierkante meter dakoppervlakte in kaart zijn gebracht.[14] Van elk gebouw is de verwachte zonne-opbrengst berekend en is te zien of er voor het gebouw al een SDE-subsidie is aangevraagd. In totaal zijn er in de studie 4.400 potentieel geschikte panden opgenomen.[15]

Volgens een studie van Holland Solar[16] is de potentie van zonnestroom op woningen 13 PJ (3,5 TWh) per jaar in 2020 en 92 PJ (26 TWh) in 2050. Inclusief bedrijfsdaken loopt dit op tot 16 PJ (4,5 TWh) in 2020 en 204 PJ (57 TWh) in 2050. Daarnaast kan naar schatting nog eens 200 PJ (56 TWh) op civiele werken en parkeerterreinen worden gerealiseerd.[16]

Potentieel van zonnewarmte[bewerken | brontekst bewerken]

Voor zonnewarmte wordt het potentieel geschat op 5,0 PJ per jaar in 2020 en 107 PJ per jaar in 2050.[16]

Beleid en doelstellingen[bewerken | brontekst bewerken]

In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om in 2030 met zon en wind op land samen 35 TWh/jaar op te wekken. Er wordt uitgegaan van ongeveer 22 GW aan geïnstalleerd vermogen zon-pv in 2030, volgens het akkoord goed voor ongeveer 22 TWh/jaar.[17]

Groei en prognose[bewerken | brontekst bewerken]

In de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wordt verwacht dat het geïnstalleerde vermogen aan zonnepanelen groeit in Nederland van 4,4 gigawattpiek per eind 2018 naar 9 gigawattpiek in 2020, 15 gigawattpiek in 2023 en 27 gigawattpiek in 2030. Onzekerheden in o.a. het beleid leiden tot een ruime marge in de voorspelling voor 2030: 18 tot 36 gigawattpiek.[18]

In dezelfde publicatie verwacht het PBL een afname van zonneboilers.[18]

Eind 2019 was er voor bijna 10 gigawattpiek aan nog te realiseren projecten SDE+-subsidie aangevraagd.[19]

Statistieken[bewerken | brontekst bewerken]

Zonnestroom[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Vermogen

(MWp)

Aantal panelen* Jaaropbrengst

(GWh)*

2001 20,5 75.000* 18*
2002 26,3 96.000* 23*
2003 45,7 170.000* 40*
2004 49,2 180.000* 43*
2005 50,7 180.000* 44*
2006 52,2 190.000* 46*
2007 52,8 190.000* 46*
2008 57,2 210.000* 50*
2009 67,5 250.000* 59*
2010 88 320.000* 77*
2011 146 530.000* 130*
2012 321 1.200.000* 280*
2013 739 2.700.000* 650*
2014 1.048 3.800.000* 920*
2015 1.515 5.500.000* 1.300*
2016 2.049 7.500.000* 1.800*
2017 2.903[20] 11.000.000* 2.500*
2018 4.522[20] 16.000.000* 3.800*
2019 6.924[20]

* Schattingen op basis van 275 Wp per paneel en 875 kWh/kWp (capaciteitsfactor 10%) (afgerond)

Zonnewarmte[bewerken | brontekst bewerken]

Naast zonnestroom wordt zonne-energie ook direct gebruikt voor verwarming, met 332,217 kWth geïnstalleerd vermogen in 2011.[21]

Zonneparken en zonnedaken[bewerken | brontekst bewerken]

Records[bewerken | brontekst bewerken]

In 2018 stonden de meeste zonnepanelen in de gemeente Borssele: 71 MWp.[1]

Het zonnecollectorenveld Zoneiland Almere leverde in 2018 een recordhoeveelheid warmte. Met 520 zonnecollectoren werd in dat jaar 10.350 GJ aan warmte geleverd, genoeg voor een miljoen douchebuurten.[22]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]