Zware Jongens (Disney)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zware Jongens
Strippersonage
Bedacht door Carl Barks
Stripreeks Donald Duck
Introductie november 1951
Portaal  Portaalicoon   Strip

De Zware Jongens vormen een groep fictieve boeven uit de stripverhalen van Disney. Ze zijn er hoofdzakelijk op uit om Dagobert Ducks geld te stelen.

Naam[bewerken]

De Zware Jongens maakten hun debuut in november 1951, in het verhaal Terror of the Beagle Boys. Ze werden bedacht door tekenaar Carl Barks en kregen van hem de naam 'Beagle Boys' mee. Barks baseerde hun uiterlijk namelijk op dat van het hondenras beagle, hoewel de gelijkenis niet groot is.

Nederlandse naam[bewerken]

Toen het Nederlandstalige tijdschrift Donald Duck uitkwam, moest er een goede naam voor de boeven worden bedacht. In eerste instantie werd dit 'Brandkastenkrakers'. Later is de naam veranderd in de 'Zware Jongens'. Hoe de Zware Jongens (eigenlijk hun ouders) ooit aan hun naam zijn gekomen wordt onthuld in Koning van de Mississippi, een verhaal uit 1992 van Keno Don Rosa.

De Zware Jongens hebben in de stripverhalen geen eigen namen. Ze noemen elkaar altijd bij hun gevangenisnummer, dat ze duidelijk zichtbaar op hun kleding dragen.

Rol in de strips[bewerken]

De Zware Jongens zijn meestal niet bijster intelligent. In enkele verhalen is 176-167 de plannenmaker, maar vaak hebben ze hulp van anderen nodig om een goed plan te bedenken.

In sommige verhalen komt ook hun opa voor, Zwarthart Zware, die meer ervaring heeft en van wiens raad zij graag gebruikmaken. Op het gevangenisbordje op zijn borst staat het nummer 186-802. Door de Zware Jongens zelf wordt hij meestal simpelweg 'Opaatje' genoemd. Vaak moeten zij wachten totdat hun opa weer eens uit de gevangenis wordt ontslagen, om zijn hulp te kunnen gebruiken.

Ook wordt soms gebruikgemaakt van vermommingen of gestolen uitvindingen van Willie Wortel. Dit zijn bijvoorbeeld apparaten waarmee zaken gekopieerd kunnen worden of uitvindingen waarmee ze gemakkelijk het geldpakhuis kunnen binnendringen om goede plannen te maken om het geld te stelen. In andere verhalen slagen ze erin om gesprekken tussen Donald Duck en Oom Dagobert af te luisteren. Hiervoor installeren ze soms speciale apparatuur, waarbij ze zich vaak voordoen als mensen van een elektriciteitsbedrijf die zeggen dat er iets is met de elektra of als loodgieters die een lek in een leiding willen dichten. Echter, wat zij proberen mislukt uiteindelijk altijd; men weet tenslotte dat misdaad niet loont.

Hoewel er een heleboel Zware Jongens zijn, gaan de meeste verhalen in het bijzonder over 176-167, 176-671 en 176-761. In enkele verhalen die onder meer in Donald Duck Extra zijn verschenen, spelen deze drie Zware Jongens de hoofdrol. Ze raken verwikkeld in allerlei avonturen waarbij ze vaak een misdaad proberen te plegen, maar steevast in de gevangenis eindigen. Soms duiken in deze verhalen nog meer familieleden van de Zware Jongens op. Een belangrijk verschil met de andere verhalen is dat Dagobert Duck en zijn geld hier geen enkele rol spelen.

In sommige verhalen komen nog een of enkele andere Zware Jongen voor. Zo is er een met de naam IQ-176 (nummerbord I-176). Dit is in tegenstelling tot de rest een zeer intelligente Zware Jongen, die de anderen dankbaar inzetten om bijvoorbeeld dingen uit te vinden of goede doordachte plannen te bedenken. Deze lukken over het algemeen bijna, maar mislukken uiteindelijk alsnog door domme pech waarna de Zware Jongens weer in de gevangenis belanden. Er bestaat nog een andere slimme Zware Jongen, Justus Zware.

Een terugkomende grap met de Zware Jongens in de strips van Don Rosa is dat ze nooit te zien zijn zonder hun masker. Bijvoorbeeld wanneer Dagobert de Zware Jongens betrapt en hun maskers af trekt: de lezer ziet enkel het deel van hun hoofd onder de neus en in de rest van het verhaal is hun hoofd niet zichtbaar omdat het zich in de schaduw bevindt. In een ander geval waarin een Zware Jongen zijn masker verloren heeft, is zijn gezicht geheel bedekt met modder, op de plek waar zijn masker gezeten heeft na. In andere verhalen is er echter af en toe wel een Zware Jongen zonder masker te zien, zoals in Willie Wortel- In de val (H96226, De Zware Jongens- vakantieboek 2016).

Over de hele wereld blijken Zware Jongens te wonen, bijvoorbeeld ook in Schotland. Allemaal maken ze deel uit van een wereldwijde Zware Jongens-organisatie, waarbij de Zware Jongens uit de Donald Duck-verhalen deel uitmaken van het Duckstadse deel.

De Zware Jongens hebben ook drie kleine neefjes: de Zware Schoffies. Deze zijn gecreëerd door Tony Strobl en verschenen voor het eerst That Motherly Feeling, een verhaal uit 1965.

Overige eigenschappen[bewerken]

  • Een van de Zware Jongens is verzot op pruimen. Deze voorliefde heeft de Zware Jongens dikwijls mislukkingen bezorgd.
  • Ze worden door het boevengilde niet hoog aangeslagen, tenzij ze ergens 'goede zaken' hebben gedaan.
  • Soms willen de Zware Jongens terwijl ze vrij rondlopen eigenlijk het liefst terug naar de gevangenis, omdat ze het eten daar lekkerder vonden.

In DuckTales[bewerken]

In de tekenfilmserie DuckTales komen de Zware Jongens ook voor, maar voor deze serie zijn ze enigszins aangepast. Terwijl ze in de strips allemaal sterk op elkaar lijken, hebben ze in de televisiereeks elk hun eigen typische en daardoor duidelijk te onderscheiden uiterlijk. Ook hebben ze in de serie individuele namen in plaats van alleen nummers:

  • Baas Boef - De kleinste, vervult de leidersrol
  • Beuk Boef - Groot en sterk
  • Bolle Boef - Een dikke veelvraat
  • Babyface Boef - Klein, heeft een jeugdig uiterlijk
  • Bengel Boef - Een constant grijnzende slungel
  • Bebop Boef - Muziekliefhebber
  • Bankroof Boef - De sterkste, heeft een zogenaamde 'kinnebak'
  • Ma Boef - Hun moeder

Daarnaast komen er in DuckTales enkele Zware Jongens voor die slechts een of enkele malen meespelen, bijvoorbeeld Bom Boef en Brandkast Boef.

In andere talen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]