Zwarte Dood

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verspreiding van de pest in Europa in de jaren 1347 tot 1351
De pest
Snaveldokter of pestmeester uit Rome, 1656
Hospitaal in Wenen, 1679
Arnold Böcklin, De pest (1898)
Een beroemde prent. Terwijl de mensen sterven (linksonder) trachten anderen Londen te ontvluchten (rechts), maar de dood (midden) volgt hen. De vluchtelingen zijn dan ook niet welkom in andere steden (uiterst rechts).

De Zwarte Dood is de naam voor een epidemische ziekte die tussen 1346 en 1351 in Europa woedde en vele slachtoffers maakte, soms tientallen procenten van de bevolking. De epidemie kostte wereldwijd tussen de 75 en 100 miljoen mensen het leven. De pestepidemie greep plaats in de rampzalige veertiende eeuw met politieke en religieuze instabiliteit (Honderdjarige Oorlog en de Babylonische Ballingschap van de paus naar Avignon) en grondige klimaatveranderingen met misoogsten en hongersnood.

Oorzaak pest: virus of bacterie[bewerken]

Meestal werd al aangenomen dat het hier de pest betrof, maar hierover bestond tot voor kort geen absolute zekerheid. De mogelijkheid dat de epidemie veroorzaakt werd door een filovirus werd ook opengelaten.[bron?] Tot deze groep van virussen behoren onder meer het ebolavirus en het marburgvirus. De pest daarentegen wordt niet veroorzaakt door een virus, maar door de bacterie Yersinia pestis, die verspreid wordt door vlooien die met name op de zwarte rat parasiteren. Dat een bacterie de oorzaak was van de pest en dat deze bacterie verspreid werd door vlooien op ratten, werd pas honderden jaren later bekend. Uit overlevering en tekeningen weten we dat de Zwarte Dood gepaard ging met builen (zwelling van de lymfeklieren), vergelijkbaar met de Aziatische builenpest uit de 18e eeuw. Dit steunt de theorie dat het bij de Zwarte Dood om builenpest ging. In 2010 werden sporen van de Yersinia pestis bacterie in het DNA gevonden van skeletten uit massagraven waarin slachtoffers van de Zwarte Dood zijn begraven.[1]

Oorsprong[bewerken]

Hoewel het niet helemaal duidelijk is waar deze pandemie in de 14e eeuw precies is begonnen, is wel zeker dat zij uit Azië kwam, waarschijnlijk uit Centraal-Azië. De ziekte startte waarschijnlijk bij marmotten, verspreidde zich via vlooien onder ratten en van daaruit onder de mens.[2] De ziekte verspreidde zich van Azië naar Europa via de handel en soldaten. In 1346 arriveerde de ziekte in de Krim, vanuit de Krim verspreidde de ziekte zich over Europa en Noord-Afrika.[3] In Europa werd Italië het eerst getroffen. Dat gebeurde nadat in 1347 een Genuaans koopvaardijschip komende uit de Zwarte Zeehaven Caffa (thans Feodosija) de haven van Messina op Sicilië binnenvoer met aan boord zieke zeelieden die zwarte gezwellen vertoonden ter grootte van een ei in de oksels en de liezen. Uit de gezwellen kwam bloed en pus en daarna verschenen er puisten en zwarte vlekken op de huid ten gevolge van inwendige bloedingen. [4]
Er gaan verhalen dat tijdens de belegering van Caffa (nu Feodosija), een handelspost van Genua op de Krim door de Gouden Horde in 1346-1347, besmette lijken met de bacterie met behulp van katapulten over de muren, zou zijn gegooid. Of dit verhaal op waarheid berust, is niet bekend.[bron?] Verspreiding via de handel en scheepvaart lijkt meer waarschijnlijk.[bron?] Na Italië ging de ziekte met de klok mee Europa door: Frankrijk en Spanje, Engeland (in 1348), Duitsland, Noorwegen (in 1349 in Bergen door een schip met graan uit Engeland[bron?]) en ten slotte Rusland rond 1351.

Gevolgen[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Wereldwijd wordt het aantal doden op 75 miljoen geschat, waarvan tussen de 25 en 50 miljoen in Europa.[5][6] De uitbraak van de Zwarte Dood in de 14e eeuw had een dramatisch effect op de Europese bevolking en ontwrichtte de maatschappij. De Zwarte Dood bracht de katholieke kerk een serieuze klap toe[bron?] omdat velen dachten dat de ziekte een straf van God was. Omdat niemand wist waar de Zwarte Dood vandaan kwam, kregen minderheden de schuld. Zij zouden waterbronnen vergiftigd hebben of op een andere manier besmetting veroorzaken.[bron?] Deze gedachte leidde tot vervolging van Joden, bedelaars en mensen met lepra. De dagelijkse strijd om het bestaan zorgde voor een morbide stemming in grote delen van Europa waar mensen kozen voor een 'leven bij de dag'. Dit wordt geïllustreerd in Giovanni Boccaccio's Decamerone uit 1353,[bron?] waarin tien mensen op de vlucht voor de Zwarte Dood elkaar verhalen vertellen. In de novellebundel De dood betrapt (1935) schetst Simon Vestdijk een huiveringwekkend beeld van de uitspattingen waaraan mensen zich aan overgaven om de pest te bezweren: ... ouders die hun kinderen schuw verlaten; onverschilligheid, broedermoord, losbandigheid, tegennatuurlijkheid, kannibalisme, waanzin, bijgeloof. Verstoorde processies en massale vlucht, het heilige der heiligen in de steek gelaten; dramatische bezwijmingen tijdens het bedienen de mis. Veldslagen en belegeringen in de kiem gesmoord; vrede gesticht met de dood als bemiddelaar. Een rustig ouderdomssterfbed bedorven door een haast postume besmetting; kleinkinderen doodziek, terwijl de grootvader zich uit angst aan uitspattingen gaat overgeven; moeder en pasgeboren kind aangetast, in de beide volgorden; verkoolde bruiloften, dronkemansgelagen, vanuit hun midden uit elkaar geslagen; naakt de straat oplopende vrouwen; gerechtsdienaren die het lijk van een vermoorde weigeren op te graven; een stad plotseling ontvolkt door een uit de lucht gegrepen gerucht, of door een grappenmaker; men vierendeelt de grappenmaker; men beloont of verbrandt heksen; tovenaars worden schatrijk; dansende benden werpen zich, boetedoende, over de wegen; geselbroeders doen de lucht weergalmen; honderd maagden verdrinken zich in een meer; dieren worden beschuldigd, veroordeeld en terechtgesteld of om vergiffenis gesmeekt, afgesneden lichaamsdelen van levenden aan het altaar opgehangen; men eet gestoofde alruinen, gedompeld in mensenbloed.... De uitzonderlijke situatie leidde ook tot rondtrekkende al zingende groepen zelfkwellers, de zogenoemde flagellanten. [7]

Vervolging van de Joden[bewerken]

Het was onduidelijk waar de ziekte vandaan kwam, velen dachten dat het een straf was van God. Maar omdat iedereen slachtoffer werd, streng gelovig of niet, ging men daar weer aan twijfelen. Van alle mensen werden Joden het minst ziek, achteraf bleek dat dit met de Joodse reinigingswetten te maken had.[bron?] Door deze reinigingswetten uit het Oude Testament leefden de Joden hygiënischer dan de andere mensen, waardoor ze minder snel besmet werden.[bron?] Met name de Joodse wijk van Straatsburg viel op omdat hier slechts 5% van de bevolking slachtoffer werd.[bron?] Dat dit te maken had met hygiëne was niet bekend, dus werden de Joden verdacht: zij zouden waterputten en waterbronnen vergiftigen om zo christenen om het leven te brengen. Dit verhaal was afkomstig van de Zwitsers Joodse arts Balavignus[bron?] uit Chillon. Balavignus legde een door marteling verkregen geforceerde bekentenis af. Hij 'bekende' dat Joden in Zuid-Frankrijk een plan hadden uitgewerkt om christenen te vergiftigen. Het gif zou bestaan uit vermalen harten van christenen, spinnen, kikkers, hagedissen en menselijk vlees. Van dit gif werd een poeder gemaakt, waarmee bronnen van christenen vergiftigd werden. Het verhaal verspreidde zich snel van Zwitserland naar Duitsland en had catastrofale gevolgen voor de Joden in Europa.[8] Naar aanleiding van het verhaal van de vergiftigde bronnen werden talloze pogroms uitgevoerd in heel Europa, vooral in Zwitserland en Duitsland, met tienduizenden Joodse slachtoffers tot gevolg. In totaal werden 210 kleinere en grotere Joodse gemeenschappen vernietigd, in de steden Bazel, Frankfurt am Main, Straatsburg en Keulen werd de totale Joodse bevolking uitgemoord. De Joden werden veelal levend verbrand en hun bezittingen werden geconfisqueerd.[9]

Slachtoffers en overlevenden[bewerken]

In Europa heeft de ziekte belangrijke verminderingen van de inwonertallen veroorzaakt; sterfte van tientallen procenten was niet uitzonderlijk. Geschat wordt dat in totaal ongeveer een derde van de bevolking van Europa stierf. Pas rond 1600 zou de bevolking weer op hetzelfde bevolkingsaantal komen van voor de epidemie. In het boek "The Coming Plague" uit 1994 stelt de Amerikaanse schrijfster Laurie Garrett dat de Chinese bevolking daalde van 123 miljoen in 1200 tot 65 miljoen in 1393 en dat dit waarschijnlijk werd veroorzaakt door de pest en de hongersnood die erop volgde (de maatschappij raakte vaak ontwricht na een uitbraak van een epidemie, doordat ook de beroepsbevolking zwaar werd getroffen).

In alle ellende kregen de overlevenden extra kansen en vormde de crisis de motor voor sociale promotie. Overgebleven ambtenaren konden door onderbemanning een hoger loon bedingen. Familievermogens groeiden vlugger aan door onverwachte erfenissen (vb familie Geoffrey Chaucer). Leken namen het heft in handen met daarbij de emancipatie van de volkstaal tegenover het Latijn.

Besluit[bewerken]

Door de uitzonderlijke aard van deze pestepidemie kwam de toenmalige mens tot het inzicht dat alle zekerheden van een gevestigde (religieus geïnspireerde) orde op niets gebaseerd was. Barbara Tuchman stelt in haar boek De waanzinnige veertiende eeuw: Toen de mensen eenmaal de mogelijkheid tot verandering in een gevestigde orde voor ogen hadden, kwam het einde van een tijdperk van onderworpenheid in zicht; de ommekeer naar een individueel bewustzijn lag in het verschiet. In zoverre is de Zwarte Dood wellicht het onofficiële en niet als zodanig erkende begin van de moderne mens geweest [10]

Zwarte dood in de media en de kunst[bewerken]

Romans[bewerken]

  • Beirs, van Jean-Claude en Pat, Jonkvrouw.
  • Willis, Corrie, Zwarte winter.
  • Veen, Sytse van der, De lijfwacht van Janeway.

Novelle[bewerken]

Muziek[bewerken]

Film[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Benedictow, Ole J., The Black Death 1346-1353. The complete history. Woodbridge, 2004.
  • Cantor, Norman F., De zwarte dood; hoe de pest de wereld veranderde. Kampen: Agora, 2003.
  • Ziegler, Phillip, The Black Death. Harmondsworth: Penguin Books, 1970.

Zie ook[bewerken]