Constance van Aragon
| Constance van Aragon | ||
| 1179-1222 | ||
| Koningin-gemalin van het Heilige Roomse Rijk | ||
| Periode | 1212-1220 | |
| Voorganger | Maria van Brabant | |
| Opvolger | Margaretha van Oostenrijk | |
| Keizerin-gemalin van het Heilige Roomse Rijk | ||
| Periode | 1220-1222 | |
| Voorganger | Maria van Brabant | |
| Opvolger | Yolande van Jeruzalem | |
| Koningin-gemalin van Hongarije | ||
| Periode | 1198-1204 | |
| Voorganger | Margaretha van Frankrijk | |
| Opvolger | Gertrudis van Meranië | |
| Vader | Alfons II van Aragón | |
| Moeder | Sancha van Castilië | |
Constance van Aragon (?, 1179 - Catania, 23 juni 1222) was een dochter van koning Alfons II van Aragón en van Sancha van Castilië.
Zij was in 1198 gehuwd met Emmerik van Hongarije en had samen met hem een kind: Ladislaus. Na het overlijden van Emmerik, werden Constance en haar zoon feitelijk gevangenen van Emmeriks broer Andreas. Constance slaagde er in om samen met haar zoon te ontsnappen en naar Wenen te vluchten, waar Ladislaus evenwel spoedig overleed.
Zij keerde vervolgens terug naar Aragon waar zij samen met haar moeder in een klooster in Sijena verbleef. Om goed te staan met de paus, huwelijkte haar broer Peter Constance vervolgens in 1209 uit aan de beschermeling van de paus, de jonge Frederik I van Sicilië. Zij kregen een zoon, Hendrik VII die later tragisch aan zijn einde zou komen. In 1212 werd haar echtgenoot tot Duits koning gekroond. Constance bleef in Sicilië en werd regent van Sicilië tot 1220. In dat jaar werden Frederik en Constance tot keizer en keizerin gekroond door paus Honorius II. Minder dan twee jaar later overleed Constance in Catania.