De kersentuin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Borstbeeld van Anton Tsjechov in Badenweiler, Duitsland

De kersentuin (Russisch: Вишнëвый сад, Vishniovij sad) is een Russisch toneelstuk. Het is het laatste toneelstuk van de Russische schrijver Anton Tsjechov. Het stuk ging in première in het Moskouse Kunsttheater op 17 januari 1904, in een productie geregisseerd door Konstantin Stanislavski.

Sinds de eerste opvoering in Moskou is het stuk wereldwijd in meerdere talen vertaald. Het staat tegenwoordig bekend als een klassieker. In vrijwel elke opvoering wordt het werk iets anders geïnterpreteerd. Enkele regisseurs die het stuk hebben geregisseerd zijn Charles Laughton, Peter Brook, Andrei Serban, Eva Le Gallienne, Jean-Louis Barrault, Tyrone Guthrie en Giorgio Strehler.

Achtergrond[bewerken]

Tsjechov verwerkte enkele ervaringen uit zijn eigen leven in het stuk. Toen hij zestien jaar oud was, kwam zijn moeder in de schulden te staan bij een groep bouwvakkers die ze had ingehuurd om een klein huis te bouwen. Een voormalige kamerhuurder genaamd Gabriel Selivanov bood aan haar te helpen, maar kocht zo in het geheim zelf het huis. Deze gebeurtenis bleef Tsjechov altijd bij. Later in zijn leven ontwikkelde hij een interesse in tuinieren, en was geschokt door de vernielingen die de oprukkende industrie aanbracht aan de natuur. De titel van het stuk was vermoedelijk afgeleid van een kersentuin die zich op de boerderij van een jeugdvriend bevond, en waar Tsjechov in zijn jeugd geregeld kwam.

Tsjechov schreef "De kersentuin" gedurende een periode van meerdere jaren, waarbij de ondertoon van het verhaal soms sterk veranderde. Hij had rond deze tijd ook te kampen met chronische tuberculose. Tsjechov hield de inhoud van zijn stuk lange tijd geheim, waaronder de titel. In de zomer van 1902 had hij nog altijd niets losgelaten over de inhoud van het toneelstuk. Alleen zijn vrouw Olga Knipper, die herstellende was van een miskraam, was op de hoogte van Tsjechovs werk. In oktober 1903 was het toneelstuk af, waarna Tsjechov het opstuurde naar het Moscow Art Theater.

Tsjechov schreef het toneelstuk als een komedie, en het bevat enkele elementen van een klucht. Stanislavski stond er echter op dat het stuk zou worden opgevoerd als een drama. Derhalve heeft het toneelstuk een dubbele ondertoon. Tsjechov was zelf niet echt te spreken over wat Stanislavski met zijn stuk had gedaan.

Verhaal[bewerken]

Het stuk speelt zich af in het jaar 1900, in een Russisch landhuis dat omgeven is door een kersentuin. Anja, de dochter van de landeigenaar Ranevskay, haalt haar moeder terug uit Parijs omdat ze inmiddels zo diep in de schulden zitten dat ze het huis per opbod moeten verkopen. Anja’s moeder was vijf jaar geleden met haar geliefde naar Parijs vertrokken nadat haar jonge zoon was verdronken in een nabijgelegen rivier. De broer van Ranjewskaja, Gajew, kan ook niet met geld omgaan en heeft eveneens in Parijs al zijn geld verloren.

Redding komt wanneer een rijke koopman genaamd Lopakhin voorstelt om datsja’s te bouwen op het landgoed, zodat er in de zomer gasten kunnen verblijven tegen betaling. Hij wil hiervoor de volgens hem nutteloze kersentuin verbouwen. Deze tuin is echter het kenmerk van het landgoed. De enige andere oplossing is als Varja, de pleegdochter van het gezin, met Lopakhin zou trouwen, maar dat plan blijkt niet uitvoerbaar.

In de rest van het stuk proberen verschillende personages de kersentuin te redden, maar zonder succes. Aan het eind geeft Ranevskay een groot feest, maar op de achtergrond is te horen hoe de kersentuin gekapt wordt. Een voor een vertrekken de personages van het landgoed om elders een nieuw leven op te bouwen. Alleen de oude bediende Firs blijft achter.

Thema’s[bewerken]

Een van de grootste thema's in het stuk is het effect dat sociale verandering heeft op mensen. Ook worden duidelijke contrasten getoond tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De koopman Lopakhin is in het stuk een van de rijkste personages, maar hij komt uit een lage sociale klasse. Ranevskay is in het stuk de symbolisering van de oude aristocratie, die niet kan wennen aan de veranderingen die Rusland ondergaat. Ze leeft voortdurend in een illusie van het verleden.

Externe links[bewerken]