Economisch calculatieprobleem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het economisch calculatieprobleem is een kritiek op de economische effecten van centraal geleide economieën die hierdoor onnodig de welvaart van de bevolking zouden verminderen.

Het probleem werd voor het eerst geformuleerd door Ludwig von Mises in 1920.

In centraal geleide economieën zijn alle productiemiddelen in handen van de staat. Omdat in deze economieën het geld niet gebruikt kan worden als waardering door de consument, maar enkel als ruilmiddel, zijn de waardeoordelen van eindgebruikers slechts beperkt bekend in de verschillende stadia van een productieproces. Het ontbreken van dit prijsmechanisme maakt het ook onmogelijk om kosten aan een productieproces toe te schrijven, en een optimale combinatie van productiefactoren te bepalen.

Een centraal geleide economie zal te kampen hebben met chronische overvloeden en tekorten door onvermijdelijke fouten die gemaakt worden in het productieproces. (Cfr. het beeld van consumenten wachtend in een rij tot dat ze een brood kunnen bemachtigen, terwijl de tractoren op het land staan te roesten.)

Hetzelfde economisch calculatieprobleem limiteert ook de grootte van een bedrijf in een vrije markt. De markt van kapitaalgoederen zorgt er voor dat een onderneming beperkt wordt in de mate waarin het verticaal geïntegreerd kan zijn. Als het bedrijf te groot wordt, kan de externe markt van kapitaalgoederen de prijsbepaling tussen de verschillende afdelingen van het bedrijf niet meer beïnvloeden. Hierdoor zal ook de prijs van het eindproduct slechts beperkt aangepast kunnen worden aan de markt.

Dat de markt het economisch calculatieprobleem kan oplossen wordt door heterodoxe economen bestreden.[bron?][1]

Voetnoten[bewerken]

  1. (en) Bowles, S. en Gintis, H. (1993), "The revenge of homo economicus: contested exchange and the revival of political economy", in: Journal of Economic Perspectives, vol. 7, blz. 83-102.