Ermelo (Nederland)
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
| Provincie | Gelderland | ||
| Coördinaten | 52°18' NB 5°38' OL | ||
|
|
|||
| Oppervlakte | 87,38 km² | ||
| - land | 85,65 km² | ||
| - water | 1,73 km² | ||
| Inwoners (1 november 2012) | 26.123? (305 inw/km²) | ||
| Hoofdplaats | Ermelo | ||
| Belangrijke verkeersaders | A28 N302 N303 | ||
|
|
|||
| Burgemeester (lijst) | A.A.J. Baars (CDA) | ||
|
|
|||
| Gemiddeld inkomen (2006) | € 13.700 per inw. | ||
| Gem. WOZ-waarde (2008) | € 295.000 | ||
| WW-uitkeringen (2007) | 11 per 1000 inw. | ||
| Autobezit (2007) | 426 per 1000 inw. | ||
|
|
|||
| Postcode(s) | 3850-3853 | ||
| Netnummer(s) | 0341 | ||
| CBS-code | 0233 | ||
| CBS-wijkindeling | zie wijken en buurten | ||
| Website | http://www.ermelo.nl | ||
|
|
|||
|
|||
|
Beluister |
(info) |
Ermelo (
uitspraak (info·uitleg)) (Nedersaksisch: Armelo, vroeger: Armel) is een plaats en gemeente op de Veluwe in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente telt 26.123 inwoners (1 november 2012)[1] en heeft een oppervlakte van 87,38 km² (waarvan 1,72 km² water). De nieuwe gemeente Ermelo is in 1972 ontstaan na afsplitsing van de gemeente Nunspeet. Het grondgebied van de gemeente Ermelo grenst aan het Nuldernauw.
Overige kernen [bewerken]
De Beek, Drie, Horst, Nieuw Groevenbeek, Oud Groevenbeek, Houtdorp, Leuvenum, Speuld, Staverden, Telgt en Tonsel.
Etymologie [bewerken]
In haar eerste naamsvermelding uit de 9de of 10e eeuw heette Ermelo Irminlo. Het deel lo verwijst naar een op zandgrond gelegen bos.[2] Voor Irmin worden verschillende verklaringen gegeven; "groot",[2] "goddelijk, verheven, groot",[3] of het verwijst naar een oud-Germaanse god met de naam "Irmin".[4] Mogelijk is er een verbinding met het Saksische heiligdom Irminsul.
Geschiedenis [bewerken]
Prehistorie [bewerken]
Ongeveer 4000 jaar geleden vestigde het klokbekervolk zich op de zandgronden van Het Gooi en de Veluwe. Deze immigranten, afkomstig uit het Donaugebied en de Balkan, danken hun naam aan vondsten tijdens opgravingen in de 19e eeuw in Het Gooi en later in de jaren zeventig op de Ermelosche Heide. Hierbij werden grafgiften zoals koperen bijlen, vishaken, dolken, pijlen en bogen, polsbeschermers, vuurstenen, klokbekers, priemen, hamers met aambeelden, wetstaven en dergelijke aangetroffen.
Hun doden begroeven ze in grafheuvels. De dode lag met het gezicht naar het zuiden, richting de zon. Zo'n grafheuvel bestond uit een grafkuil in het midden omringd door 4 hoekpalen met daartussen planken. Daaromheen werd een greppel gegraven, daarin een palenrij geplaatst. Met de aarde uit de greppel werd het geheel bedekt. In elke heuvel werd maar één dode gevonden, vaak met bijzonder rijke grafgiften. De graven legden zij aan in kaarsrechte lijnen in het landschap, vermoedelijk langs zogeheten doodswegen.
Dit bekervolk kapte bos voor weidegrond, of brandde stukken bos af, en gebruikte de as als mest voor de grond, een proces dat al begonnen was in de eerdere periode van het neolithicum. Het volk was bekend met landbouw, veeteelt en visserij, en ook met keramiek, paarden, wielen, boten. Het dreef handel via rivieren en ook overzee. Door het kappen van bos voor weidegrond, pottenbakkersovens en dergelijke ontstond heide na uitputting van de bodem. Op die heide groeiden ook bomen (den, eik, linde, berk en hazelaar), grassen en kruiden. Iep, es en els groeiden toen al in de lager gelegen gebieden rondom de zandgronden.
Sinds 1000 v. Chr. werden doden niet meer begraven in grafheuvels, maar werden zij gecremeerd. In het begin begroef men de urnen met de as en botresten van de overledene nog in (familie-)grafheuvels, later in urnenvelden, en nog later elke urn apart. Aanvankelijk kreeg de urn nog grafgiften mee, later niet meer. De urnen met de as van de overledenen werden op het laatst direct onder het maaiveld begraven, meestal zonder grafgiften. Het meest recente archeologisch onderzoek naar grafheuvels en urnenvelden, vond in de jaren zeventig plaats op de Veluwe. De pottenbakkers-draaischijf is een vinding die via de Romeinen ons land binnenkwam. Het bekervolk draaide haar bekers dus nog niet.
Romeins kamp [bewerken]
De Romeinen legden nabij het huidige Ermelo een tijdelijk marskamp aan, waarschijnlijk in de tweede eeuw na Christus. De jongste datering gaat uit van de vroege keizertijd, toen nog aan verdere expansie gedacht werd. Dit negen hectare groot marskamp lag ver in vijandig gebied, op de route tussen de limes en het Flevomeer. Het zuidwestelijke deel van de ruitvormige wal van het marskamp is deels nog in het landschap te zien. Dat geldt op sommige plekken ook voor de grachten. Er staat een informatiebord met plattegrond op de plek waar het fietspad het kamp doorsnijdt. Het kamp is gelegen op de Ermelosche Heide.
Middeleeuwen (800-1500 na Chr.) [bewerken]
De oudst bekende kerkelijke indeling van het gebied op de Veluwe was het kerspel Ermelo dat al ver voor het jaar 1000 bestond. Het dorp Ermelo was het middelpunt met daaromheen het grondgebied van de huidige gemeenten Harderwijk en Nunspeet. Op basis van een testament van de heer Folckerus uit het jaar 855 is de vestiging van Ermelo gedateerd. Deze Folckerus schonk zijn goederen in Irminlo aan een klooster in Duitsland.
De Oude Kerk (1006) [bewerken]
De Oude Kerk van Ermelo fungeerde als moederkerk voor de wijde omgeving en wordt beschouwd als één der oudste kerkgebouwen van de Veluwe. Het wordt voor het eerst vermeld in een stichtingsoorkonde van een klooster in Leusden in 1006. Zij is gesticht door monniken die uit Leusden kwamen uit de St.-Paulus abdij en van hun abt de opdracht hadden meegekregen om de Veluwe te kerstenen. Zij ontgonnen de grond, stichtten een kerkdorp en van daaruit ook andere kerkdorpen zoals Elspeet, Nunspeet en Harderwijk, allen dochterkerken.
Aanvankelijk was de Oude Kerk een Romaanse zaalkerk zonder toren. Het kerkschip had de voor die tijd niet geringe afmetingen van 102 x 21 m. De muren waren van tufsteen, aangevoerd vanuit de Duitse Eifel, en hadden een dikte van 1.20 m. Stukken van deze dikte zijn hier en daar nog bewaard gebleven. Circa honderdvijftig jaar later werden, eveneens in Romaanse stijl, een toren en een koor aan deze kerk gebouwd. In de 15e eeuw werd het kerkschip verhoogd. Het Romaanse maakte gedeeltelijk plaats voor het Gotische. Dit geldt ook voor de torenspits. Aan de noordgevel van het koor is te zien, dat hier een sacristie is geweest. Deze is later verdwenen.
Bij de grote restauratie van de kerk, die plaats vond in de jaren 1970-1973, onder architectuur van ir. T. van Hoogevest, werd besloten de beide aanbouwen uit de 19e en 20ste eeuw af te breken en de oorspronkelijke plattegrond te herstellen. Het koor, dat vóór de restauratie tot portaal was gedegradeerd, werd opnieuw bij de kerk getrokken en de hoofdingang kwam weer, als vanouds, aan de westzijde, de kant van de toren.
De grote kerk in Harderwijk heeft eeuwenlang jaarlijks recognitiegelden aan de moederkerk in Ermelo betaald, een verplichting die pas aan het eind van de negentiende eeuw werd afgekocht.
Lang bleef Ermelo een eenvoudig dorp bestaande uit enkele boerderijen, een molen, een herberg, huizen van de predikant en koster en die van ambachtslieden zoals de smid, de kleermaker en de bakker, met de Oude Kerk als centrum,. In de 18e eeuw werd Ermelo beschreven als een "matig dorp, waar men enig bouwland vindt".
Klooster St. Jansdal (1406) [bewerken]
In werd 1406 werd door een commandeur met tien Maltezer ridders het voormalig klooster St. Jansdal gesticht. Dit klooster stond in de buurtschap ´s-Heeren Loo en heeft in belangrijke mate een stempel gedrukt op Ermelo. De middeleeuwse zorgtraditie heeft zich tot op heden voortgezet. Ermelo heeft nog steeds enkele belangrijke zorginstellingen binnen haar grenzen. Vandaar dat het Maltezer kruis in de vlag als symbool voor zorg is opgenomen. Dit kruis heeft de Souverijne Orde van Malta altijd als teken gevoerd.
Bestuurlijke indeling (circa 1000 – 1795) [bewerken]
Kerkelijk gezien viel het grondgebied van het ambt Ermelo binnen de grenzen van het kerspel Ermelo. Door de eeuwen heen heeft er steeds een bestuurlijke band bestaan tussen de ver uiteen liggende gemeenten Ermelo en Nunspeet. Dit wordt toegeschreven aan de eerder genoemde kerkelijke indeling, het kerspel, uit de vroege Middeleeuwen.
Schoutambt (circa 1000) [bewerken]
De eerste bestuurlijke indeling als schoutambt Ermelo, stammend van na het jaar 1000, loopt qua grenzen vrijwel gelijk met de oude kerspelindeling. Ermelo behoorde - samen met Nunspeet en Elspeet - tot een apart schoutambt. De schout was opperchef van de politie, hulpofficier van justitie, verantwoordelijk voor de wegen en bruggen, deurwaarder en ambtssecretaris. Daarnaast vervulde hij notariële werkzaamheden. De herkomst van het scholtambt (of schoutambt) Ermelo dateert uit de tijd van de graven van Gelre. Deze situatie blijft bestaan tot de tijd van de Bataafse Republiek (1798 – 1806). Waarschijnlijk is in de dertiende eeuw Harderwijk en omliggend gebied door stedelijke ontwikkelingen, zoals verkregen stadsrechten, uit het schoutambt gehaald. Het gebied rondom Elspeet en Vierhouten hoort dan nog onder het ambt Barneveld.
Staverden (1298) [bewerken]
In het gebied Ermelo ligt het kasteel Staverden, oorsprong van de gelijknamige stad. In 1290 verkreeg graaf Reinoud van Gelre van de kapittelkerk te Zutphen een deel van zijn bezittingen in erfpacht. Hij vatte toen het plan op, om rond zijn hofstede Staverden een stad te stichten, omdat in die tijd een groot deel van de Veluwe werd ontgonnen. Op 16 juli 1291 kreeg hij toestemming van koning Rudolf en op 25 maart 1298 werd Staverden officieel stad. De stad heeft zich echter nooit verder ontwikkeld en is de kleinste stad van Nederland - waarschijnlijk ook van de wereld. Sinds het begin van de 14e eeuw werd de stad verplicht om de witte pauwenveren voor de helmkroon van de graven (later hertogen) van Gelre te leveren. Deze traditie is ook heden ten dage nog in zwang en witte veren zijn in het provinciehuis in Arnhem te vinden.
Ambtsjonkers [bewerken]
Langzamerhand kregen de ambtsjonkers op financieel gebied meer te vertellen zodat de schout geleidelijk aan invloed moest inleveren, vooral op financieel gebied. De ambtsjonkers, waarvan het aantal niet beperkt werd, kwamen geregeld bijeen voor het bespreken van alle ambtelijke zaken. Meestal gingen die over belastingen. Iedere jonker die de leeftijd van 22 jaar had bereikt, woonachtig was in het ambt en daar onroerende goederen bezat van tenminste achttienduizend gulden, kon meepraten. Ook moest hij kunnen aantonen dat zijn voorouders al voor 1500 tot de adelstand behoorden.
Leuvenum, Drie en Houtdorp [bewerken]
In de buurtschap Leuvenum bevindt zich het pand De Zwarte Boer. Dit was van oorsprong een boerderij, maar werd later een herberg. Vandaag de dag is De Zwarte Boer het kleinste 4 sterren hotel in Nederland, alsmede een restaurant.[5] De buurtschappen Leuvenum, Drie en Houtdorp zijn qua ligging en sfeer zo goed als onaangetast gebleven.
Periode na 1600 [bewerken]
Met de komst van de Fransen in 1795 kwamen er wijzigingen op bestuurlijk gebied. In de Franse tijd veranderde er enkele malen wat aan de bestuurlijke indeling waardoor dan eens het ambt Ermelo, dan weer een kerspelindeling in Ermelo en Nunspeet gehanteerd werd. Vanaf 1811 werd bestuurlijk gezien Nunspeet een zelfstandige mairie. Per 1 januari 1812 worden de beide delen van het schoutambt definitief gescheiden.
Gekozen richter (1795) [bewerken]
De Fransen vonden dat niet de adel moest regeren, maar de gewone man. Op bevel van de nieuwe machthebbers moest een richter en een gemeenteraad (onder de naam van municipaliteit) worden gekozen. Het nieuwe bestuur, met de heer van Leuvenum, mr. Antonie Pieter van Westerveld als eerste gekozen richter, werd pas in september 1795 door de inwoners van het ambt Ermelo gekozen. Zowel uit Ermelo als uit Nunspeet werden er drie municipalen gekozen. Na enkele jaren werd het aantal municipalen teruggebracht van zes naar vier. Tevens werd in het kader van de medezeggenschap het volk in bepaalde situaties geraadpleegd. Een deel van de bevolking, namelijk de grondbezitters (of eigengeërfden) kozen met elkaar de nieuwe ontvanger. Op 6 januari 1796 kwam de municipaliteit voor de eerste keer bijeen.
Door bestuurlijke verwikkelingen op landelijk niveau werd in april 1798 het Ambt Ermelo opgeheven en werd het bestuur over de gemeente weer in Nunspeet gelegd. Deze nieuwe gemeente was een samenvoeging van de ambten Ermelo, Doornspijk en Oldebroek. De secretaris van dit ambt was Dries Hoefhamer, de vroegere scholt van Doornspijk en latere notaris te Elburg. Na 10 maanden werd de oude situatie weer hersteld met terugkeer van de meeste bestuurders van het jaar daarvoor.
In 1802 veranderde de inrichting van het bestuur opnieuw. Richter mr. Van Westerveld was inmiddels benoemd tot baljuw (of drost) van de West-Veluwe en woonde in die kwaliteit de vergaderingen van de raad bij. De nieuwe scholt van Ermelo werd mr. E.G. Ardesch. Het aantal municipalen werd teruggebracht tot twee, één van Ermelo en één van Nunspeet hetgeen tevens de afnemende volksinvloed aangeeft.
Lodewijk Napoleon (1806) [bewerken]
Tussen 1806 en 1810 werd Nederland een zelfstandig koninkrijk onder direct gezag van Lodewijk Napoleon. Ermelo en Nunspeet werden wederom opgedeeld, maar moesten nu samen een "maire" (burgervader) delen. Op 1 januari 1812 werd het vroegere schoutambt wederom gescheiden en kreeg elke gemeente een eigen "mairie" (gemeenteraad).
Einde van de Franse tijd (1813) [bewerken]
Toen in december van 1813 Napoleon definitief uit het politieke beeld verdween keerde onze prins Van Oranje weder en werd hij koning. De burgemeester werd weer schout genoemd. Ermelo en Nunspeet waren twee zelfstandige gemeenten tot 1918, daarna werden de twee gemeenten weer bij elkaar gebracht waaronder ook de gemeenten Elspeet en Vierhouten werden betrokken. Het oppervlak van de gemeente Ermelo bedroeg toen 21.000 hectare.
Nieuw-Ermelo [bewerken]
Oude Begraafplaats "De Kruiskamp" (1829) [bewerken]
Op de hoek van de huidige Putterweg en Wethouder Rikkerslaan werd in het jaar 1829 de eerste gemeentelijke begraafplaats gesticht. Voorheen was het een stuk bouwland dat bekendstond als "De Kruiskamp". De stichting kwam voort uit het Koninklijk Besluit van 22 augustus 1827, dat het begraven in de kerk verbood en voor steden en dorpen met minder dan 1000 inwoners de aanleg van een begraafplaats buiten de bebouwde kom verplicht stelde. Vóór die tijd werden overledenen begraven in en om de kerk. Op de begraafplaats stond een baanhuisje, bedoeld voor het bergen van lichamen en het bewaren van baren en doodgravergereedschappen. In het jaar 1851 werd de begraafplaats vergroot door het rooien van de daaromheen gelegen hakhoutwal. In het jaar 1860 werd nog een stuk bouwland aangekocht van de Hervormde Kerk ten behoeve van een dringend noodzakelijke uitbreiding. Per 1 januari 1917 kwam er een einde aan het begraven op de Kruiskamp toen de begraafplaats aan de huidige Varenlaan in gebruik werd genomen.
Zuiderzeestraatweg (1830) [bewerken]
De aanleg van de Zuiderzeestraatweg zorgde er rond 1830 voor dat dit deel van de Veluwe beter werd ontsloten. Deze weg leidt langs de achterzijde van de Oude Kerk.
Molen De Koe (1863) [bewerken]
In 1863 werd De Koe gebouwd, een stellingmolen die tot 1957 voor het malen van graan gebruikt werd. In 1990 werd de vervallen molen door brand verwoest. Eind 2008 was de restauratie van de onderbouw en herbouw van de bovenbouw voltooid en werden de molen en het ernaast liggende pakhuis voor het publiek opengesteld.
Spoorweghalte (1882) [bewerken]
Vanaf 1882 kreeg Ermelo een spoorweghalte. Deze lag echter op 2 kilometer afstand van het oude dorp. De heer Chevallier die op het landgoed Veldwijk woonde, schonk bijna al het benodigde geld voor het station, maar verbond daaraan de voorwaarde dat de gemeente voor een goede weg daarheen zou zorgen. Dat gebeurde en zo ontstond de Stationsstraat. Toen was dat nog een weg tussen korenvelden en aardappelvelden. In de omgeving van het station werden wegen aangelegd en huizen gebouwd. Er ontstond een nieuw dorp dat "Nieuw-Ermelo" werd genoemd. Langzamerhand breidde de bebouwing in oostelijke richting uit. Ook het oude Ermelo groeide en breidde uit in westelijke richting; de middeleeuwse kerk ligt dan niet langer centraal. Rond 1920 groeiden Oud- en Nieuw-Ermelo aan elkaar. Het postkantoor tegenover de huidige Enk vormde de verbindende schakel. Na de Tweede Wereldoorlog breidde Ermelo zich snel uit. De komst van veel defensiepersoneel en de overal heersende woningnood maakten de aanleg van nieuwe woonwijken noodzakelijk. Eerst werd de voormalige Ermelose Enk bebouwd, later volgden de bebouwing in Ermelo-Oost, Zuid en West en de bebouwing rond de voormalige Schoolweg in Oost.
1940-1945 [bewerken]
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het in Ermelo betrekkelijk rustig. Er kwamen wat meer mensen wonen, die de Vesting Holland verlieten, en onderduikers werden aan onderdak geholpen. Zo was er een onderduikershol in de bossen bij buurtschap Drie.
In Ermelo bevinden zich negen oorlogsmonumenten. Twee daarvan zijn bomen, de Bevrijdingsboom uit 1946 (een rode beuk) en de Canadezenboom uit 1995 (een Noorse esdoorn). Andere monumenten zijn het TRIS-monument (2007), monumenten aan de Julianalaan (voor 9 bewoners van een huis aldaar, 2005) en de Rozenlaan (voor de joodse slachtoffers, 1994), Onderduikhol Drie en de natuurstenen zuil in Drie die zeven mensen herdenkt van verzetsgroep Drie, die op 13 december 1944 door de Duitsers werden overvallen. Eén van hen, de 19-jarige Jannes Born, probeerde te ontvluchten en werd ter plaatse neergeschoten.
Tegenover de Nieuwe Kerk aan de Horsterweg staat het oorlogsmonument. Het monument werd ontworpen door Nicolaas Adrianus van der Kreek en op 4 mei 1948 onthuld. Op het voetstuk staat de tekst:
DANKBAAR
GEDENK HEN
DIE OFFERDEN
HUN LEVEN.
1940 - 1945
Het monument voor generaal Simon Spoor staat op het kamp van de Generaal Spoorkazerne en is dus niet te bezichtigen. Het herdenkt de Nederlandse militairen die in Nederlands-Indië dienst deden na 1945. Op de sokkel staat een bronzen buste van de generaal.
Splitsing van de Gemeente Ermelo - Nunspeet (1972) [bewerken]
In 1972 werd de gemeente in twee delen verdeeld: de gemeente Nunspeet en een nieuwe gemeente Ermelo. Hierbij kreeg Ermelo een nieuw gemeentewapen. Het kruis is afgeleid van de stichting in 1406 van het klooster van de Maltezer ridders. De hieruit ontstane verpleeginrichtingen zijn nog steeds in Ermelo te vinden. De gemeenteraad wilde echter een Johannieter kruis, aangezien men in de mening verkeerde dat een Maltezer kruis alleen sloeg op katholieke organisaties. De Hoge Raad van Adel wees dit af en het Maltezer kruis is in het schild afgebeeld.
Kerkhistorie Ermelo [bewerken]
Reformatie in Ermelo (1592) [bewerken]
Als begin van de hervorming stelt men doorgaans het jaar 1517. Tijdens de Reformatie die in de Nederlanden plaatsvond ontstond de Nederlandse Gereformeerde Kerk. De rooms-katholieke parochie in Ermelo re-formeerde daarop in 1592 tot een "her-vormde kerk", genaamd "de hervormde gemeente".
Eerste predikant van Ermelo [bewerken]
De toenmalige pastoor Gregorius van Cooth meldde zich, op last van de Staten van Gelre dat in handen van prins Maurits was gekomen, in Harderwijk voor het examen voor predikant. De pastoor zakte voor zijn examen, werd gevraagd nog een keer terug te komen, waar nooit iets van gekomen is, maar wordt wel genoemd als eerste predikant van Ermelo. Of er veel veranderde in de erediensten na die periode is niets van bekend. Feit is wel dat altaar en beelden pas geruime tijd later werden verwijderd.
Ds. Witteveen (1846) [bewerken]
In 1846 kwam ds. Witteveen naar Ermelo als predikant van de hervormde gemeente. Het is zijn eerste maar ook enige gemeente geworden. Hij kreeg korte tijd later problemen met de kerkenraad en werd uit zijn ambt gezet. Derhalve moest hij de pastorie verlaten maar wilde echter in Ermelo blijven, waar hij veel sympathisanten had. Daarom kocht hij een oud huis en bouwde in de jaren daarna onder andere een eigen kerk, de Zendingskerk, en een tehuis waar allerlei mensen opgevangen konden worden. Dit was het begin van de scheuring in de hervormde katholieke kerk van Ermelo. Ds. Witteveen is in Ermelo bekend geworden als kerkelijke vrijbuiter, maar met een "brandend hart" voor Christus.
Zendingskerk – eerste scheuring (1859) [bewerken]
Op korte afstand van de historische Oude Kerk bouwde ds. Witteveen in 1859 zijn Zendingskerk. Een kleine eeuw lang bleef zij apart. In de jaren vijftig van de 20e eeuw is de zendingskerk in het grote geheel van de hervormde centrale gemeente wederom opgenomen.
Doleantie. De Gereformeerde Kerk – tweede scheuring (1887) [bewerken]
Sinds de Doleantie, "de huishoudelijke twist" van 1886 in de Hervormde Kerk van Nederland is er in Ermelo een gereformeerde kerk ontstaan. Op zondag 14 augustus 1887 waren in de stal van boerderij "De Heuvel" (op het landgoed "Veldwijk") van Willem van Loo een aantal mannen bijeen; dit was het geboortemoment van de Gereformeerde Kerk van Ermelo. Op zondag 11 september 1887 is de kerk officieel geïnstitueerd met de bevestiging van drie ouderlingen. Op 19 augustus 1898 vond de eerste steenlegging plaats door W. van Loo voor de bouw van de dorpskerk (later de Immanuëlkerk), de derde in Ermelo. Op woensdag 8 maart 1899 werd de dorpskerk in gebruik genomen met 350 zitplaatsen.
Veldwijk - een gereformeerde instelling [bewerken]
Mathile Jacques Chevallier had van zijn moeder villa Veldwijk geërfd, dat hij voor een gunstige prijs ter beschikking stelde voor een nieuwe psychiatrische inrichting. Chevallier werd rentmeester van de inrichting,[6] die in 1886 werd geopend voor de verpleging van geesteszieken, een initiatief dat niet zonder de invloed van ds. Witteveen tot stand is gekomen, werd een gereformeerde instelling die haar personeel voornamelijk uit gereformeerde kring betrok. Ook in Ermelo was een psychiatrische inrichting genaamd "Groot Emaus". Op "Veldwijk" waren volwassenen en op "Groot Emaus" verbleven jongeren tot eenentwintigjarige leeftijd.
In 1890 kocht hij het landgoed 's Heeren Loo in Ermelo, dat hij een jaar later weer verkocht. Vervolgens kon hier een een instelling voor verstandelijk gehandicapten worden gestart: 's Heeren-Loo Loozenoord; de pupillen verblijven hier meestal tot aan de dood en worden vaak begraven op het terrein van 's Heeren-Loo.
Rooms-katholieke kerk [bewerken]
Door de kazernes kwam er hier een substantieel aantal rooms-katholieken, die aanvankelijk voor de mis op Harderwijk en Putten waren aangewezen en sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw over een eigen kerk beschikken. Zij heeft nog steeds veel oud-militairen in haar ledenbestand.
Evangeliegemeentes [bewerken]
Ermelo kent een groot aantal kleinere kerken. De verschillende evangeliegemeentes zijn ontstaan in de jaren dertig, vijftig en zeventig van de 20e eeuw. Zij zijn in getal niet groter dan een paar honderd leden en hebben vaak een streekfunctie.
Kerkgenootschappen [bewerken]
- Zendingskerk Ermelo → stichter van de kerk is ds. Hermanus Willem Witteveen (1815-1884). Hij richtte deze gemeente op na een conflict met de Hervormde Kerk. De Zendingskerk werd door hem gebouwd in 1859. Huidig predikant is ds. Bert Berkhof
- Rooms-katholieke Kerk Parochie "De Goede Herder"
- Evangelische Gemeente Ermelo (EGE)
- Christelijke Gereformeerde Kerk De Voorhof Ermelo
- Gereformeerde Kerk De Leemkuul, Lucaskerk, Maranathakerk, Immanuelkerk
- Gereformeerde Gemeente
- Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland
- Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Rehoboth
- Hervormde Gemeente
- Christelijk Centrum Zecharja
- Nederlands Gereformeerde Kerk (Ermelo Harderwijk Putten)
Cultuur en recreatie [bewerken]
Ten zuidoosten van Ermelo ligt de Ermelosche Heide, een 343 ha groot terrein, dat grotendeels in gebruik is als natuurterrein en beschikbaar is voor dagrecreatie. Het terrein wordt doorkruist door fiets- wandel- en ruiterpaden. De heide wordt begraasd door een schaapskudde.
Monumenten [bewerken]
Een deel van de gemeente is een beschermd dorpsgezicht. Verder zijn er in het dorp en de gemeente tientallen rijksmonumenten en een aantal oorlogsmonumenten:
- Lijst van rijksmonumenten in Ermelo (plaats)
- Lijst van rijksmonumenten in Ermelo (gemeente)
- Lijst van oorlogsmonumenten in Ermelo
Samenstelling van de Ermelose bevolking [bewerken]
Huwelijken tussen verpleegkundigen (v) en militairen (m) zorgden ervoor dat er geen gesloten dorpscultuur ontstond. Door het open karakter is Ermelo een dorp met een import die twee derde van de bevolking bedraagt. Slechts een derde bestaat uit autochtonen, families die er geboren en getogen zijn.
Politiek [bewerken]
Gemeenteraad [bewerken]
De gemeenteraad van Ermelo bestaat uit 21 zetels. Hieronder staat de samenstelling van de gemeenteraad sinds 1994:
| Gemeenteraadszetels | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Partij | 1994 | 1998 | 2002 | 2006 | 2010 | ||||||||||
| CDA | 6 | 6 | 7 | 7 | 5 | ||||||||||
| ChristenUnie* | 4 | 4 | 4 | 3 | 3 | ||||||||||
| Progressief Ermelo | 3 | 3 | 2 | 4 | 4 | ||||||||||
| VVD | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | ||||||||||
| Gemeentebelang | 3 | 3 | 3 | 2 | 2 | ||||||||||
| SGP | 1 | 1 | 1 | 1 | 2 | ||||||||||
| Dorpspartij Ermelo | - | - | - | 1 | 2 | ||||||||||
| SP | 1 | 1 | 1 | - | - | ||||||||||
| Totaal | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | ||||||||||
College van B en W [bewerken]
Het college van burgemeester en wethouders bestaat uit:
- Burgemeester: A.A.J. (André) Baars (CDA)
- Wethouders:
- mr. J. van den (Jan) Bosch (CDA, locoburgemeester)
- A.L. Klappe (Progressief Ermelo)
- A. (Ton) Nederveen (CU)
- mw. M.J.E. (Esther) Verhagen (VVD)
- Gemeentesecretaris: A.M. Weststrate
Verkeer en vervoer [bewerken]
Ten noorden van Ermelo loopt de autosnelweg A28 van Utrecht naar Groningen.
Ermelo wordt twee maal per uur per richting aangedaan door de stoptrein Zwolle - Utrecht (Centraalspoorweg).
Sportverenigingen [bewerken]
- Korfbal
- KC Ermelo
- Dindoa
- Schaken
- Het Veluws Schaakgenootschap
- Scouting
- Irmin-Taweb
- Alexandergroep
- Tennis
- Irminloo
- Voetbal
- DVS '33
- EFC '58
- FC Horst
- Volleybal
- Pauwervoll
- Waterpolo
- ZEW
Bekende inwoners [bewerken]
Geboren [bewerken]
- Eddy Bilder (1964), ondernemer en politicus (o.a. oud-wethouder van Ermelo)
- Bas Jan van Bochove, (1950) politicus
- Martin van der Spoel (1971), zwemmer
- Aart Vierhouten (1970), wielrenner
Woonachtig [bewerken]
- Theo van den Doel (1952), militair en politicus (o.a. raadslid van Ermelo)
- Henk Hagoort (1965), geschiedkundige, christelijk schrijver en bestuurder (oud-directeur EO, voorzitter NPO)
- Philip Kohnstamm (1875-1951), natuurkundige, filosoof en pedagoog
- Evert ten Napel (1944), sportjournalist (NOS Studio Sport)
- Leen Pfrommer (1935), schaatscoach
- Jan Pit (1941-2008), zendeling, christelijk schrijver en -spreker
- Piet Schrijvers (1946), voetbalkeeper (o.a. Nederlands Elftal, Ajax en PEC Zwolle)
- Popke Stegenga Azn. (1883-1953), theoloog en predikant (richtte in Ermelo 'de zendingskerk' op)
- Rie Timmer (1926-1994), schaakster (won twee maal het Nederlands schaakkampioenschap voor vrouwen)
- Sjerstin Vermeulen (1972), amazone (won twee maal een medaille op de Paralympische Spelen)
- Jaap de Vries, voetballer en voetbalcoach (won drie keer goud op de Paralympische Spelen)
- Hermanus Willem Witteveen (1815-1884), predikant van de zendingsmeente in Ermelo
- Marcel en Lydia Zimmer (1967 resp. 1969), evangelische zangers (Lydia Zimmer-Pit is een dochter van Jan Pit)
Aangrenzende gemeenten [bewerken]
| Aangrenzende gemeenten | ||
|---|---|---|
| Zeewolde (Fl) | Harderwijk | Nunspeet |
| Putten Barneveld |
Apeldoorn | |
Zie ook [bewerken]
| Zie de categorie Ermelo van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Bronnen, noten en/of referenties
Noten
Bronnen
|
| Plaatsen in de gemeente Ermelo | ||
|---|---|---|
|
Dorpen: Ermelo · Horst · Telgt |
||
| Gemeenten in de provincie Gelderland | ||
|---|---|---|
|
Aalten · Apeldoorn · Arnhem · Barneveld · Berkelland · Beuningen · Bronckhorst · Brummen · Buren · Culemborg · Doesburg · Doetinchem · Druten · Duiven · Ede · Elburg · Epe · Ermelo · Geldermalsen · Groesbeek · Harderwijk · Hattem · Heerde · Heumen · Lingewaal · Lingewaard · Lochem · Maasdriel · Millingen aan de Rijn · Montferland · Neder-Betuwe · Neerijnen · Nijkerk · Nijmegen · Nunspeet · Oldebroek · Oost Gelre · Oude IJsselstreek · Overbetuwe · Putten · Renkum · Rheden · Rijnwaarden · Rozendaal · Scherpenzeel · Tiel · Ubbergen · Voorst · Wageningen · West Maas en Waal · Westervoort · Wijchen · Winterswijk · Zaltbommel · Zevenaar · Zutphen |
||