Grand slam
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Grand slam is een algemene sportterm, afkomstig uit het bridge. De term wordt gebruikt bij uitzonderlijke gebeurtenissen of prestaties.
- Bij bridge is een grand slam de Engelse term voor het bieden en behalen van alle slagen. In het Nederlands wordt meestal groot slem gezegd;
- Bij tennis: het winnen van het Australian Open, Roland Garros, Wimbledon en het US Open in één seizoen, dus in één kalenderjaar. Deze heten dan ook de vier grandslamtoernooien. Wanneer een tennisser ze alle vier wint, maar bijvoorbeeld vanaf Roland Garros en dus niet in één kalenderjaar, spreekt men wel van een oneigenlijke grand slam.
- Bij honkbal: een homerun terwijl alle honken bezet zijn, waardoor het team dat aan slag is in een keer vier punten scoort;
- Bij golf: het in één seizoen winnen van Het Britse Open, het US Open, het PGA Championship en De Masters op Augusta;
- Bij rugby: het winnen van alle wedstrijden in het Zeslandentoernooi;
- Bij (weg)wielrennen: het winnen van de drie grote rondes (Italië, Frankrijk en Spanje)
- Bij veldrijden: het winnen van het nationaal en het wereldkampioenschap, de Superprestige, de GvA-trofee en de 1ste plaats in de eindstand van de UCI.