Hiv-antistoffen
Hiv-antistoffen zijn stoffen die in het bloed zitten van iemand die besmet is met het Human Immunodeficiency Virus (hiv). Enkele weken na besmetting zullen deze stoffen aantoonbaar zijn. Deze antistoffen kunnen aangetoond worden in het laboratorium van het ziekenhuis. De voor screeningsonderzoek gebruikte testen behoren antistoffen tegen alle hiv-varianten (onder andere hiv-1 en hiv-2) in de voorgeschreven uitvoering te kunnen opsporen. De aanwezigheid van hiv-antistoffen wijst op een hiv-infectie (behalve bij pasgeborenen jonger dan 18 maanden). Direct na besmetting zijn er nog geen hiv-antistoffen aantoonbaar, maar met de huidige generatie gevoelige testen is deze periode verkort tot enkele weken. Als een persoon positief getest wordt voor hiv-antistoffen zal altijd eerst een tweede test moeten worden uitgevoerd ter confirmatie om laboratorium- of administratiefouten of vals-positieve uitslagen zoveel mogelijk uit te sluiten. Ook zal bij de confirmatietest onderscheid gemaakt worden tussen hiv-1- en hiv-2-specifieke antistoffen.