Een Kemençe (of Pontische Lyra)
Kemençhe, ook wel kementsje of kamāncha (Adygees: Шык1э пщын, Armeens: քամանչա, Lazisch: ჭილილი, Azerbeidzjaans: kamança, Grieks: Ποντιακή λύρα of Κεμεντζές, Perzisch: کمانچه, Turks: kemençe), is een term die gebruikt wordt om twee verschillende types snaarinstrument te beschrijven.
De eerste (bovenste infobox) is een snaarinstrument uit de familie van de rebec en vindt haar oorsprong in Perzië en het Aziatische Zwarte Zeegebied. Deze puntviool heeft een bolvormige resonator met twee tot vier snaren. Het klanklichaam is gemaakt van een kalebas waar de kop is afgesneden, de zo ontstane opening is afgespannen met een dierenvel waarover de snaren lopen. Het instrument bestaat in vele vormen, soorten en afmetingen en is populair in zowel Afrika, Azië als Europa.[1]
De tweede (onderste infobox) is ca. 50 cm lang en heeft 3 in kwarten gestemde snaren. De primitieve strijkstok heeft geen spanmechanisme, maar wordt ondershands vastgehouden zodanig dat de speelhand tevens de beharing strak trekt. Het instrument is verwant aan de Griekse lyra en in mindere mate aan de Bulgaarse gdulka.
| Bronnen, noten en/of referenties
|