String (informatica)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de informatica is een string een reeks tekens of karakters. Dit verklaart zijn naam. Het is dus een datatype, ook wel gegevenstype genoemd, dat geen teken (lege string) of een samenstel van tekens kan bevatten. Een string kan in een computerprogramma vastliggen (een vaste naam als constante) of een variabele zijn (bijvoorbeeld een in te lezen persoonsnaam in een webformulier).

Schrijfwijze[bewerken]

In veel programmeertalen wordt een string geschreven tussen aanhalingstekens, in sommige programmeertalen bevat een string ook een teken om het einde van de string aan te duiden (zoals het '\0'-teken (terminate character) in de programmeertaal C of in DOS het dollarteken ($)). Dit is het geval bij strings met variabele lengte; er zijn ook strings met vaste lengte. De lengte van een variable-length string kan variëren van 0 tot tot een eindige waarde ergens vastgelegd in het systeem. In Windows Internet Explorer is de maximale URL (webadres) 2083 tekens, terwijl Microsoft Internet Information Services 16384 tekens verwerkt. Als een teken gereserveerd is voor markering van het einde van een string, kan dat teken niet zonder meer in de string zelf gebruikt worden.

Een computertaal biedt mogelijkheden om bewerkingen op strings uit te voeren. Een voorbeeld is het aaneenrijgen (concatenatie) van twee (of meer) strings. Een deel van een string heet een substring.

Voorbeelden[bewerken]

C: 'a', 'a', 'p', 0
DOS: 'a', 'a', 'p', '$'

In de programmeertaal Pascal bevat een string een byte met het aantal karakters van de string en daarna die karakters zelf:

 Pascal: 3, 'a', 'a', 'p'

De representatie van een string kan verschillen. In C is een string eigenlijk een pointer naar een array van karakters die afgesloten wordt met een null-karakter.

Trivia[bewerken]

  • Een URL is ook een string.
  • Een beroemde string in de informatica is "Hello World!", die vaak als voorbeeld in oefenprogrammaatjes wordt gebruikt.