Nucleotide
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Letter | Equivalent | Complement |
|---|---|---|
| A | A | T |
| C | C | G |
| G | G | C |
| T of U | T | A |
| M | A of C (amine) | K |
| R | A of G (purine) | Y |
| W | A of T (zwak) | W |
| S | C of G (sterk) | S |
| Y | C of T (pyrimidine) | R |
| K | G of T (keton) | M |
| V | A of C of G (na t&u) | B |
| H | A of C of T (na g) | D |
| D | A of G of T (na c) | H |
| B | C of G of T (na a) | V |
| X of N | A of C of G of T | X |
Een nucleotide is een molecuul bestaande uit drie componenten: een fosfaatgroep, een suiker met vijf C-atomen (pentose) en een purine of een pyrimidine. Nucleotiden vormen de bouwstenen voor DNA en RNA, maar hebben ook belangrijke, regulerende functies in de cel.
Er zijn vier nucleotiden die gebruikt worden voor de opbouw van DNA en vier voor RNA. Voor DNA bestaan zij uit:
- een base:
- de suiker deoxyribose
- een enkele fosfaatgroep
Voor RNA wordt in plaats van thymine de pyrimidine uracil (U) gebruikt, en is de suiker ribose.
Zo vindt men in DNA de deoxynucleotiden:
- deoxyadenosinemonofosfaat (dAMP)
- deoxycytidinemonofosfaat (dCMP)
- deoxyguanosinemonofosfaat (dGMP)
- (deoxy)thymidinemonofosfaat (dTMP)
En in RNA:
- adenosinemonofosfaat (AMP)
- cytidinemonofosfaat (CMP)
- guanosinemonofosfaat (GMP)
- uridinemonofosfaat (UMP)
In de cel komen nog nucleotiden met twee of drie fosfaatgroepen voor zoals:
- adenosinedifosfaat (ADP)
- adenosinetrifosfaat (ATP)
- guanosinetrifosfaat (GTP)
Een nucleotide verschilt van een nucleoside die is opgebouwd als een nucleotide, maar zonder fosfaatgroep.
Als er puntmutaties in een sequentie mogelijk zijn, worden de verschillende mogelijkheden weergegeven dmv de nucleotidencode:


