Apartheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Europese geschiedenis in Zuid-Afrika

Charles Bell - Jan van Riebeeck se aankoms aan die Kaap.jpg

Van
VOC Tussenstation (1652)
tot en met de
Republiek Zuid-Afrika (heden)


Vlag van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie Vlag van Nederland Vlag van de Bataafse Republiek Vlag van Republiek Natalia Vlag van Oranje Vrijstaat Vlag van Transvaal
Vlag van Kaapkolonie Vlag van kolonie Oranjerivier Vlag van kolonie Transvaal Vlag van Zuid-Afrika 1912-1928
Vlag van Zuid-Afrika 1928=1994 Vlag van Zuid-Afrika
..Naar chronologie
  • Brits Zuid-Afrika (1902-1910)
  • Onafhankelijkheid (1931-heden)

Portaal  Portaalicoon  Zuid-Afrika
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Een bord geeft aan in het Engels, Afrikaans en Zoeloe dat dit strand in Durban bedoeld is vir die uitsluitelike gebruik van lede van die blanke rassegroep.

Apartheid was het officiële systeem van rassensegregatie dat tussen 1948 en 1990 in Zuid-Afrika en het huidige Namibië in werking was. Het woord apartheid betekent zoveel als "het verschillend zijn" en komt uit het Afrikaans[1] en is als leenwoord in bijna elke andere taal onvertaald opgenomen. Het eerst bekende gebruik van het woord in deze betekenis was in 1919, tijdens een toespraak van Jan Smuts, de toenmalige eerste minister van Zuid-Afrika.

Algemeen[bewerken]

Het doel van apartheid was om de blanke dominantie te behouden en het scheiden van de plaatselijke bevolking om dit te bereiken. Met de vaststelling van de apartheidswetten in 1948, werd rassendiscriminatie geïnstitutionaliseerd. Deze wetten beïnvloedden elk aspect van het sociale leven, het verbod op huwelijk tussen blanken en niet-blanken inbegrepen. In 1950 vereiste de Population Registration Act dat alle Zuid-Afrikanen ingedeeld moesten worden in drie categorieën: blank, zwart en gekleurd.
Deze laatste bestond uit de grotere subgroepen als Indiërs en andere Aziaten. Maar sommige Aziaten werden ook onder zwart geplaatst. Ze werden ingedeeld onder deze twee categorieën op basis van hun uiterlijk, sociale aanvaarding en afkomst. Wat betreft de kleine Oost-Aziatische populatie in Zuid-Afrika werd deze een constant dilemma voor de overheid. Chinese Zuid-Afrikanen, die afstamden van werkers die ooit naar Zuid-Afrika zijn geëmigreerd om in de goudmijnen van Johannesburg te werken, in de late negentiende eeuw, werden geplaatst onder "Andere Aziaten", dus "niet-blank" of "zwart". Daarentegen werden de immigranten van Japan en Taiwan, die in Zuid-Afrika diplomatische en economische relaties hadden, gezien als "ere-blanke" ("honorary white") met dezelfde privileges als de categorie van de blanken. Waar elke zwarte, blanke of gekleurde werd geplaatst werd beslist door The Department of Home Affairs.

De apartheid was onder meer een racistische invulling van het idee van soevereiniteit in eigen kring, dat bedacht was door de Nederlandse dominee Abraham Kuyper en een ideologische legitimering leverde voor de verzuiling.

Oorsprong en geschiedenis[bewerken]

Hendrik Verwoerd, later Zuid-Afrikaans premier, werd geboren als Nederlander te Amsterdam en was een belangrijk vormgever van het apartheidssysteem. Het systeem van de facto rassenscheiding bestond al langer en was al eeuwen daarvoor gegroeid, maar was nooit officieel en wettelijk ingevoerd.

Voor de apartheid had het racisme in Zuidelijk Afrika al een lange voorgeschiedenis. Het fenomeen apartheid vindt zijn oorsprong in en rond de kolonisatieperiode en de machtsstrijd voor de vele bodemschatten die hierbij ontstond tussen de Britten, Boeren en de lokale bevolking. De blanken die naar Zuid-Afrika verhuisden waren steeds in de minderheid. Ze maakten namelijk slechts tien procent van de bevolking uit. De blanke bevolking voelde zich dan ook al snel bedreigd. Zwarten die aan de macht probeerden te raken werden telkens tegengehouden door de blanke bevolking. Die wilden de ongelijke verhoudingen behouden. Na de Tweede Wereldoorlog was de blanke bevolking bang dat de zwarten de macht zouden overnemen. Ze voerden dan ook de apartheidspolitiek in[2].

Aan het begin van de jaren zestig werd het plan van de “Grote Apartheid” in werking gesteld, met de nadruk op territoriale afzondering en politionele onderdrukking.

Regelingen[bewerken]

Onder deze apartheid werden zwarten de laagst betaalde banen aangeboden. Ze mochten geen onderwijs volgen, waardoor een groot deel van de zwarte bevolking analfabetisch was. Daarnaast kregen ze allemaal aparte gebieden toegewezen, waar ze als buitenlanders werden behandeld. Ze hadden niet het recht om zomaar over hun land te trekken, daarom kregen ze een soort paspoort met daarop hun foto en vingerafdruk en hadden ze toestemming nodig van de overheid voor ze de blanke regio’s mochten binnenkomen, waar ze niet langer mochten blijven dan 72 uur. Ondanks het feit dat de blanken slechts 14% deel uitmaakte van de totale bevolking van Zuid-Afrika, bezaten ze toch 86% van het land. De gemiddelde Zuid-Afrikaanse blanke verdiende 8 keer meer dan de gemiddelde zwarte.

Grote en kleine apartheid[bewerken]

De apartheid kon worden onderscheiden in de zogenaamde grote en kleine apartheid. De kleine apartheid was het bekendst en omvatte de raciale segregatie binnen woongemeenschappen. Middels een groot pakket aan wetten werden zwarten en blanken gedwongen gescheiden van elkaar te leven, waarbij de beste voorzieningen uiteindelijk aan de economisch sterkere blanken toevielen. De grote apartheid omvatte het beleid om bepaalde delen van het land aan rassen toe te wijzen en ze vervolgens onafhankelijk te maken. Ook hier werden de blanken in praktijk bevoordeeld.

De grote apartheid[bewerken]

Overzicht van de 'zelfstandige gebiedsdelen'.
Zwarte gebiedsdelen ('bantoestans') in de kuststreken van de Oost-Kaap en KZN, rond Lesotho en Swaziland, en het noorden van het land: Noordwestprovincie en Limpopo;
Blanken: de grote centrumsteden;
Kleurlingen: een groot deel van de toenmalige Kaapprovincie;
Mensen van Indische afkomst rond Durban.

Er werden tien "zelfstandige gebiedsdelen" voor de zwarte bevolking ingesteld, de zogenaamde thuislanden. Vier van deze thuislanden, Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda, werden door Zuid-Afrika als onafhankelijke staten beschouwd, maar door geen enkel ander land behalve Zuidwest-Afrika (toenmalig Namibië)

De thuislanden omvatten slechts 13% van het totale landoppervlak van Zuid-Afrika, terwijl ze geacht werden uiteindelijk de gehele (snelgroeiende) zwarte stammen en volken van het land te huisvesten. Bovendien had de regering de gebieden met economisch potentieel (landbouw, mijnbouw) aan de blanken toegewezen. De thuislanden waren meestal dorre heuvelachtige stukken land, die ook meestal territoriaal geen eenheid vormden. Ze hadden vaak geen eigen industrie of andere significante werkgelegenheid of middelen van bestaan. Dit was een doelbewuste keuze van het Apartheidsregime die zo hoopte op goedkoop werkvolk voor de vele boerderijen en goud- en steenkoolmijnen.

De zwarten werd hun Zuid-Afrikaans staatsburgerschap ontnomen[bron?], en ze werden staatsburgers van een van de thuislanden, ook als ze daar niet woonden. Uiteraard wilden de meesten dit ook niet wegens de slechte werkgelegenheid. Wie echter als zwarte in 'blank' Zuid-Afrika bleef wonen werd daar beschouwd en behandeld als een vreemdeling, wat juridisch een additionele reden vormde om zwarten anders (veelal slechter) te behandelen dan blanken[bron?]. Ze waren nu immers buitenlanders of zelfs ongewenste vreemdelingen zonder papieren, indien niet ingeschreven in een thuisland krachtens de Wet op de Bevolkingsregistratie.

De kleine apartheid[bewerken]

Het apartheidsbeleid werd ingevoerd met officiële wetten, zoals de wet op verbod van gemengde huwelijken en dergelijke. Deze wetten verboden onder meer dat mensen van verschillende rassen konden trouwen zodat het ras zuiver gehouden kon worden. Er was ook een wet voor het gebruik van vervoer en het binnentreden van gebouwen en/of openbare gelegenheden, namelijk de wet op aparte gerieven en zorgde ervoor dat zwarten op een apart strand moesten zwemmen, en de achterdeur van banken en winkels moesten gebruiken. Het was ook niet toegestaan voor een blanke man om een zwarte vrouw alleen naar huis te brengen, een man moest zijn vrouw, of een vriend meenemen, anders kon diegene worden aangehouden en worden bestraft.

Hier volgen enkele apartheidswetten:

Het raciale planningsraamwerk waarbinnen de apartheid werd uitgevoerd door opeenvolgende kabinetten kan worden gekenschetst door een toespraak van Verwoerd uit mei 1952 als minister van Naturellen Zaken tot het Zuid-Afrikaanse parlement, waarin hij onder andere de volgende punten aanvoerde:

  • Elke stad ("town or city"), vooral industriële steden, moet één bijbehorende zwarte township (stadswijk) hebben;
  • Townships moeten groot zijn en moeten zo worden geplaatst dat ze zich kunnen uitbreiden zonder over te lopen in een ander raciaal groepgebied;
  • Townships moeten op een adequate afstand van blanke gebieden worden geplaatst;
  • Zwarte townships zouden moeten worden gescheiden van blanke gebieden door een gebied met industriële gebieden, waar zich industrieën bevinden of zijn gepland;
  • Townships zouden zich op een eenvoudige vervoersafstand van een stad moeten bevinden, het liefst door spoor- en niet door wegtransport;
  • Alle raciale groepgebieden zouden zo moeten worden geplaatst dat ze toegang bieden tot de gezamenlijke industriegebieden en het zakendistrict (CBD) zonder dat het reizen door het groepgebied van een ander ras nodig is;
  • Er zouden geschikte open-buffergebieden rond de zwarte township moeten zijn, waarvan de breedte zou moeten afhangen van of de grens wel of niet tegen dicht- of dunbevolkte blanke gebieden aan ligt;
  • Townships zouden zich op een aanzienlijke afstand van hoofd- en meer specifiek nationale wegen moeten bevinden, waarvan het gebruik voor lokaal transport (althans door veelal armere zwarten) zou moeten worden ontmoedigd;
  • Bestaande verkeerd gesitueerde gebieden zouden moeten worden verplaatst (zie oa. District 6 in Kaapstad);
  • Iedereen wil zijn huishoudbedienden en arbeiders behouden, maar niemand wil een locatie voor inheemsen in de buurt van zijn eigen - aan blanken of kleurlingen voorbehouden - buitenwijk [3]).

Internationale gevolgen[bewerken]

Toen India in 1947 onafhankelijk werd en binnen het Gemenebest bleef, besloot Hendrik Verwoerd de onafhankelijkheid van Zuid-Afrika binnen het Gemenebest aan te vragen. De aanvraag werd verworpen met als argument dat het systeem van rassensegregatie geen gewenste regeringsvorm was. Het apartheidssysteem kreeg enorm veel kritiek, vooral van het Indiase lid van het Gemenebest. Ook Canada was fel tegenstander van het systeem. Uiteindelijk leidde juist deze kritiek tot de onafhankelijkheid van Zuid-Afrika, zonder dat het lid bleef van het Gemenebest. Zuid-Afrika werd als gevolg van zijn rassenbeleid ook uit vele internationale organisaties verbannen.

In Zuid-Afrika leidde de apartheid tot van staatswege gescheiden leefgebieden van blanken enerzijds en zwarten anderzijds. Zuid-Afrika kreeg, vooral na 1968, vanwege de apartheid met een wereldwijde economische boycot te maken. Daarnaast stelden Nederland en België ook een culturele boycot in. Nadat Nelson Mandela in 1990 na 27 jaar gevangenschap uit de Victor Verstergevangenis werd vrijgelaten en met zijn partij ANC aan de macht kwam, werd de apartheid formeel opgeheven. In 1994 werden de eerste algemene, voor alle rassen toegankelijke, verkiezingen gehouden, waarna Mandela president werd.

Heden[bewerken]

Alhoewel in Zuid-Afrika apartheid officieel ten einde is gekomen bestaat er bij verschillende mensen nog steeds een gevoel van minachting ten opzichte van bevolking met een andere herkomst of uiterlijke kenmerken.

In Zuid-Afrika ligt het discriminatiepercentage tussen kleurlingen die zwarten discrimineren hoger dan blanken die zwarten discrimineren[bron?]. Een kleurling zal dan ook nooit graag aangesproken worden als zwart, wat in de Verenigde Staten wel vaak gebeurt, dit leidt vaak tot onbegrip. Het discriminatiepercentage is bij ouderen overigens ongeveer gelijk aan dat der jeugd[bron?]. Dit komt doordat jongeren dit van hun ouders of grootouders krijgen overgedragen. Op school kan dit tijdens geschiedenislessen leiden tot onbegrip. Zo zouden sommige pro-apartheidouders scholen opbellen om hun beklag te doen bij de school over het belachelijk maken van het systeem. Vooral net na de afschaffing van apartheid als officieel stelsel gebeurde dit vaak[bron?]. Het percentage van gemengde huwelijken in Zuid-Afrika is nog steeds erg laag en de maatschappelijke acceptatie is niet te vergelijken met die in Europa.

Sinds 2002 is 'apartheid' gedefinieerd in het internationaal recht (2002, Rome Statute of the International Criminal Court) als 'inhumane daden met een op andere vormen van misdaden tegen de menselijkheid gelijkend karakter, in de context van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en dominantie van de ene raciale groep over de andere, en met de intentie dat regime in stand te houden'.

Noten[bewerken]

  1. apartheid (rassenscheiding) Etymologiebank.nl
  2. Navis, M., Lammers, R., & Kraaijenvanger, I. (n.d.). De apartheid. Retrieved December 23, 2012, from www.iselinge.nl: http://www.iselinge.nl/Scholenplein/pabolessen/04052bapartheid/3frames/index.htm
  3. Winchester, H.P.M., et al., (2003) Landscapes, ways of imaging the world, p. 85, Pearson Education ltd, Harlow (vertaling uit het Engels)