Archaeopteryx
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Archaeopteryx
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||
|
||||||||||
| Soort | ||||||||||
| Archaeopteryx lithographica | ||||||||||
Archaeopteryx is een uitgestorven vogelgeslacht dat een van de belangrijkste bekende fossiele overgangsvormen vormt tussen niet-vliegende "reptielen" en vogels. Tegenwoordig wordt vrij algemeen aangenomen dat de vogels (de directe afstammelingen van de) dinosauriërs zijn en tot een bepaalde groep daarvan, de theropoden, behoren. Archaeopteryx leefde 150 miljoen jaar geleden en is daarmee de oudst bekende dinosauriër waarvan we vrij zeker weten dat hij vloog. Hij is ook van alle bekende vliegende dinosauriërs de meest "primitieve" of plesiomorfe vorm, d.w.z. hij wijkt het minst af van nog oudere, al of niet vliegende, vormen. Binnen de Theropoda behoort Archaeopteryx vermoedelijk tot de steeds meer insluitende groepen van de Tetanurae, Avetheropoda, Coelurosauria, Maniraptoriformes, Maniraptora en Eumaniraptora. Binnen de traditionele taxonomie werd Aves (de vogels) een aparte "Klasse" toegewezen en Archaeopteryx een aparte " Familie": "Archaeopterygidae" en zelfs een "Superfamilie" "Archaeopterigoidea" en een "Onderfamilie" "Archaeopteriginae"; van al deze drie laatste taxa was Archaeopteryx het enige lid.
Inhoud |
[bewerk] Ontdekking
Het dier werd in 1861 beschreven en meteen herkend als een belangrijke ondersteuning voor de toen nieuwe evolutietheorie van Charles Darwin. Er zijn acht fossielen officieel beschreven, waarvan zeven skeletten. Deze worden aangeduid met de naam van de vindplaats of de plaats waar ze worden bewaard:
- Londen (1861)
- Berlijn (1884)
- Maxberg (1959)
- Haarlem (1970) (in 1859/1860 gevonden maar toen beschreven als Pterodactylus crassipes, dus als een lid van de Pterosauria)
- Eichstaett (1974)
- Solnhofen (1988)
- München (1992); dit exemplaar wordt ook wel als een aparte soort beschouwd, A. bavarica.
Het achtste exemplaar is een perfect bewaarde veer, waarvan we eigenlijk helemaal niet zeker weten of die echt van Archaeopteryx stamt.
De volledige naam van de soort luidt: Archaeopteryx lithographica. De soortnaam is afgeleid van de Solnhofener kalksteen, een natuursteen die voor lithografie (steendruk) werd gewonnen. De zeer fijne korrel van deze steen zorgt voor een perfecte conservering van de erin bewaard gebleven fossielen, zelfs van sommige zachte delen die in het zuurstofloze water waarin het sediment werd afgezet niet zijn weggerot. De beroemde Duitse paleontoloog Wellnhofer heeft het zevende skelet in een aparte soort ondergebracht, met de soortnaam A. bavarica. Dit is nog steeds zeer omstreden.
De "Haarlem" bevindt zich in het Teylers Museum en wordt daar gewoon tentoongesteld. De ontdekking van 8 december 1970 is het werk van de al even beroemde Amerikaanse paleontoloog John Ostrom, die speciaal naar Nederland afgereisd was om pterosauriërs te bestuderen. Tot zijn verbazing zag hij veren bij de vermeende Pterodactylus. Hij besefte dat hij een unieke vondst gedaan had; maar een half uur lang dorst hij het de curator van het museum niet te vertellen, uit angst dat een ander het exemplaar zou krijgen om verder te bestuderen. Uiteindelijk won zijn betere ik het. De curator nam het brok steen zwijgend in ontvangst en verdween, de arme paleontoloog zwevend tussen hoop en vrees achterlatend. Na een kwartier verscheen de Hollander weer, nu met een oude schoendoos in de armen, met touwtjes dichtgestrikt. En zo werd het vierde exemplaar de Amerikaan toegestopt met de woorden : "Hier, hier, professor Oostrum, you have made Teylers Museum famous". Deze anekdote wordt tot op de dag van vandaag gebruikt om Amerikaanse studenten de correcte normen van de wetenschapsethiek bij te brengen. Een belangrijker gevolg was dat Ostrom, die al een expert was op het gebied van dinosauriërs, door de bestudering van de "Haarlem" overtuigd raakte van het feit dat vogels dinosauriërs zijn. In de loop der tijd is bijna iedereen deze opvatting gaan delen. Dat is ook niet verwonderlijk als we objectief kijken naar het:
[bewerk] Uiterlijk
Het 60 cm lange dier werd vroeger gezien als een perfecte mengeling van kenmerken van vogels en reptielen. Tegenwoordig is het al heel lastig geworden om een eigenschap te vinden die niet ook bij niet-vliegende dinosauriërs aangetroffen is. Net als bij zowel vogels als sommige theropode dinosauriërs, zat een van zijn vier tenen tegenover de rest, en hij had een vergroot borstbeen, doch niet zo groot als bij moderne vogels en zelfs latere dromaeosauriërs. De armen waren lang genoeg om te functioneren als vleugels, maar er zaten drie lange onvergroeide vingers aan. De enige huidige vogel met een dergelijk kenmerk is het kuiken van de hoatzin. De vrij lange staart van Archaeopteryx had lange veren, maar in tegenstelling tot moderne vogels, 26 onvergroeide wervels in de gehele lengte van de staart. De kop leek sterk op die van een vleesetende dinosauriër en had misschien vooraan schubben, hoewel daar geen enkel direct bewijs voor is. Het verenkleed, dat eerst als het meest kenmerkend voor vogels beschouwd werd, blijkt een vrij algemene, en wellicht zeer primitieve, eigenschap van kleine warmbloedige roofsauriërs geweest te zijn. Wel zijn de veren op de vleugels zoals bij moderne vogels asymmetrisch wat een aanpassing is om het vliegen zo efficiënt (en wellicht überhaupt) mogelijk te maken.
Het skelet van Archaeopteryx werd in eerste instantie vaak vergeleken met dat van de kleine dinosauriër Compsognathus, die in dezelfde lagen wordt gevonden; een exemplaar, de "Eichstaett", is hier ooit lange tijd voor aangezien. Tegenwoordig, nu we veel meer dinosauriërs kennen, zijn de meesten ervan overtuigd dat Archaeopteryx nauw verwant is aan de groep der dromaeosauriërs, waartoe ook de welbekende Velociraptor behoort.
[bewerk] Vliegvermogen
Nog steeds zijn wetenschappers het niet eens over hoe Archaeopteryx vloog. De ene groep beweert dat, vanwege zijn vrij grote vleugels en vergrote borstbeen, hij in staat was om net zo te vliegen als bijvoorbeeld een kraai. De andere groep beweert dat hij omlaag gleed, of zelfs zweefde op de thermiek, zoals een albatros.
Een andere controverse betreft de wijze van opstijgen. Hier zijn drie mogelijkheden voor.
- 1- Hij klom in bomen en zweefde dan grote einden.
- 2- Hij moest eerst lange afstanden sprinten terwijl hij met zijn vleugels klapperde.
- 3- Hij kon net zo als de meeste moderne vogels van de grond af opvliegen.
De eerste moderne paleontologen die geloofden dat vogels van dinosauriërs afstammen, waren typisch aanhanger van de theorie dat de vogelvlucht zich uit het rennen ontwikkeld heeft. Hun tegenstanders hingen de "boomtheorie" aan. Nu echter bijna alle paleontologen denken dat vogels dinosauriërs zijn, kunnen de kampen niet langer volgens die lijnen verdeeld worden. Er zijn nu ook paleontologen die menen dat vogels afstammen van kleine boombewonende dinosauriërs.
[bewerk] Laatste nieuws
In 1997 dook een afgietsel op van een tot dan toe onbekend fragmentarisch skelet. In 2004 werd de vondst geopenbaard van een enkele arm met veren uit dezelfde formatie. Hopelijk geven toekomstige vondsten meer informatie; die kunnen dan het verdwijnen van de "Maxberg" compenseren waarvan de status sinds het overlijden van de laatst bekende eigenaar onduidelijk is (vernietigd, te goed verstopt, verduisterd of gestolen).
In 2001 werd voorgesteld de "Solnhofen" als een apart geslacht te beschouwen met de naam Wellnhoferia grandis. Reden hiervoor is, zoals de soortnaam al aanduidt, het feit dat het exemplaar groter is dan de andere. Bij moderne vogels groeien volwassen dieren immers niet meer door. Bij andere dinosauriërs was dat echter typisch wél het geval. Het is onbekend hoe de toestand bij Archaeopteryx was. Het voorstel is zeer omstreden. Evenzo is het geslacht Jurapteryx voor de "Eichstätt" voorgesteld.
In december 2005 werd het bestaan van een tiende exemplaar bekend gemaakt, bestaande uit een vrijwel volledig skelet dat een nieuw licht laat schijnen op vele tot nu toe onduidelijke kenmerken van de schedel en de voet. Het wordt al de "Thermopolis" genoemd naar de plaats in Wyoming waar het museum gevestigd is, het Wyoming Dinosaur Center, dat het fossiel heeft weten te verwerven van de weduwe van een werknemer van een steengroeve die de vondst al tientallen jaren geleden achterover had weten te drukken — eenzelfde omweg als indertijd de "Londen" gemaakt heeft.
[bewerk] Zie ook
- Oorsprong van de vogels
- Protoavis, een mogelijk nog veel oudere vogel, die echter door de meeste wetenschappers niet als zodanig wordt geïnterpreteerd.

