Arnold Borret
Arnoldus Borret (Ravenstein, 1751 - Reek, 1839) was een geestelijke die onder meer vicaris-generaal was van de districten Ravenstein en Megen. Deze districten kenmerkten zich binnen de Republiek der Nederlanden door godsdienstvrijheid.
Arnold was een oom van Eduard Joseph Hubert Borret.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
Arnolds vader overleed toen hij één jaar oud was. Deze was grafelijk rentmeester van het Land van Ravenstein.
Arnold studeerde in Luik en werd daar in 1774 tot priester gewijd. In 1784 werd hij pastoor van Herten, maar in 1798 weigerde hij voor het Franse gezag de Republikeinse Eed af te leggen. In 1801 werd hij pastoor van Echt, maar moest opnieuw vluchten. In 1803 werd hij pastoor te Haren om in 1806 te worden benoemd tot vicaris-generaal van de districten Ravenstein en Megen.
In 1808 werd hij pastoor van Reek en niet lang daarna deken. In 1831 werd hij benoemd tot apostolisch vicaris van Ravenstein en Megen.
In 1839 overleed hij te Reek.
[bewerken] Grafsteen
De grafsteen van Borret bevond zich oorspronkelijk naast de oude kerk van Reek, die echter in 1927 werd afgebroken. De nieuwe, huidige, kerk verrees iets verderop. De steen werd aanvankelijk op de begraafplaats, bij de andere priestergraven, geplaatst. In 2005 echter werd de steen gerestaureerd tegen de muur van de nieuwe kerk geplaatst.
[bewerken] Dagboek
Gedurende de jaren 1772-1830 hield Borret een dagboek bij dat nauwgezet de gebeurtenissen tijdens de Franse tijd, vanuit zijn perspectief, vastlegde. Het planten van de vrijheidsboom omschreef hij als een "droeve plechtigheid" en ook vernam hij de "gruwelijkste godslasteringen" van Franse zijde. De beschrijvingen vormen een boeiend tijdsdocument van deze roerige periode.