Arseni Tarkovski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arseni Tarkovski

Arseni Aleksandrovitsj Tarkovski (Russisch: Арсе́ний Алекса́ндрович Тарко́вский) (Kirovohrad, 25 juni 1907Moskou, 27 mei 1989) was een Russisch schrijver en dichter.

Leven en werk[bewerken]

Tarkovski werd geboren als zoon van een bankbediende en amateur-acteur van Poolse herkomst en een Oekraïense moeder. In 1924 vertrok hij vanuit de Oekraïne naar Moskou en ging werken als journalist, aanvankelijk voor de krant voor spoorwegarbeiders. Daar kreeg hij op een gegeven moment ruimte om dagelijks redactionele stukken in vers te publiceren, welke echter literair gezien niet van hoog niveau waren.

Van 1925 tot 1929 studeerde Tarkovski literatuur met de bedoeling professioneel schrijver te worden. Hij vertaalde Oosterse poëzie (hetgeen hij tot op hoge leeftijd bleef doen), maar met het schrijverschap wilde het aanvankelijk niet echt lukken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Tarkovski als oorlogsjournalist en raakte ernstig gewond, hetgeen uiteindelijk (vanwege gangreen) leidde tot de amputatie van zijn been.

Tarkovski publiceerde pas in de jaren vijftig zijn eerste gedichten, vooral filosofische lyriek in de geest van Afanasi Fet en Fjodor Tjoettsjev. In een compacte stijl, met rijke en klassieke vormen, schrijft hij over de eeuwige thema’s van liefde, dood en kunst. Bekende en door kenners hooggeprezen bundels zijn Voor de sneeuw (1962), De aarde wat de aarde toekomt (1966), De bode (1969) en Winterdag (1980). Hij schrijft ook over poëzie en de rol van de dichter, die hij ziet als brug tussen verleden en toekomst.

Arseni Tarkovski is de vader van de beroemde filmregisseur Andrej Tarkovski.

Gedicht[bewerken]

Min van vogels en libellen,
Kreeg het blauw de kleur van as,
Onweer laat zich al voorspellen,
In de zwoelte dort het gras.

Kaïn komt en doet zijn ronde,
Beukt de ramen en verwijt-
Zo hou je de wind eronder-
Broerlief onbehouwenheid

Hitte is door kou verdrongen,
Hagel huppelt op het graan.
Zie de wereld is weer jong en
Abel treft daadwerkelijk blaam.

Met de jaren zal ik leren
Welk lot mij beschoren is,
Niet bij machte mij te weren,
Lijk het was in Genesis.

(vertaling Peter Zeeman)

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • E. Waegemans: Russische letterkunde Utrecht, 1986. (Opnieuw herziene en geactualiseerde editie: Amsterdam, Antwerpen, 2003).
  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984.

Externe links[bewerken]