Bombardementen op Algiers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het bombardement van Algiers, 1823, Martinus Schouman

De Bombardementen op Algiers vonden plaats op 27 augustus 1816. Een Engels-Nederlandse vloot onder leiding van admiraal Lord Exmouth bombardeerde schepen en de verdedigingswerken van de haven van Algiers. Viceadmiraal Jhr.Theodorus Frederik van de Capellen voerde het commando over de Nederlandse schepen. Andere Nederlandse deelnemers waren de adelborsten Frederik Anton Jöhr en Andreas Charles van Braam Houckgeest

Hoewel er meerdere keren acties werden ondernomen door verscheidene Europese en Amerikaanse marines om de Barbarijse piraterij tegen Europa door de Barbarijse staten de kop in te drukken, was de specifieke opdracht de christelijke slaven te bevrijden en het tot slaaf maken van Europeanen te stoppen. In dat opzicht was de actie deels een succes, omdat de Dey van Algiers duizend slaven liet gaan na het bombardement en een verdrag tegen de slavernij van Europeanen tekende. Het einde van de slavernij was echter van korte duur.

Achtergrond[bewerken]

Na het einde van de napoleontische oorlogen in 1815, had de Engelse marine de Barbarijse staten niet meer nodig als aanvoerlijn voor Gibraltar en hun vloot in de Middellandse Zee. Er werd aanzienlijke politieke druk uitgeoefend om een einde te maken aan de praktijk van de slavernij van christenen door de Barbarijse staten.

Aan het begin van 1816 ondernam Exmouth een diplomatieke missie, gedekt door een klein eskader linieschepen naar Tunis, Tripoli en Algiers om de Deys te overtuigen het in slavernij houden van Europeanen te beëindigen en de christelijke slaven vrij te laten. De Deys van Tunis en Tripoli gingen akkoord zonder enige tegenstand, maar de Dey van Algiers bood meer verzet en de onderhandelingen waren stormachtig. Exmouth geloofde dat hij een verdrag had om het in slavernij houden van christenen te stoppen, en ging terug naar Engeland. Echter als gevolg van verwarrende bevelen richtten Algerijnse troepen een slachting aan onder 200 Corsicaanse, Siciliaanse en Sardijnse vissers, die onder Britse bescherming stonden, juist nadat het verdrag getekend was. Dit ontlokte woede in Groot-Brittannië en de rest van Europa en Exmouths onderhandelingen werden als een mislukking gezien.

Krijgsraad aan boord van de 'Queen Charlotte' van Lord Exmouth, 26 augustus 1816, 1818, Nicolaas Baur.

Als gevolg hiervan, kreeg Exmouth het bevel weer naar zee te gaan om het werk af te maken, en de Algerijnen te straffen. Hij verzamelde een eskader van vijf linieschepen, één 50 kanonsschip en vier fregatten. HMS Queen Charlotte, met 100 kanonnen, was zijn vlaggenschip, en Admiraal David Milne was zijn tweede bevelhebber aan boord van de HMS Impregnable, met 98 kanonnen. Dit eskader werd door velen als onvoldoende krachtig beoordeeld, maar had al een bescheiden overzicht van de verdedigingswerken van Algiers, hij kende de stad goed en was op de hoogte van de beperkingen van het schootsveld van het verdedigingsgeschut. Meer grote schepen zouden elkaar vooral in de weg hebben gezeten, zonder veel vuurkracht toe te voegen. Aan de hoofdvloot werden een aantal transportschepen toegevoegd om de bevrijde slaven te vervoeren en een paar sloepen voor algemene taken.

In Gibraltar voegde een eskader van vijf Nederlandse fregatten en een korvet zich bij hem, waarvoor hij voor afleidingsmanoeuvres plande.

Aanvalsplan[bewerken]

Schets van de posities van de vloot tijdens het bombardement

Het aanvalsplan voor de grotere schepen was om in een lijn te naderen. Ze zouden naar een plek varen waar de meeste kanonnen van Algiers ze niet konden bereiken. Dan zouden ze voor anker gaan en de batterijen en fortificaties op de havenpier bombarderen, om de verdediging te vernietigen. Tegelijkertijd zou de HMS Leander, met 50 kanonnen, voor anker gaan voor de havenmonding en de schepen tussen de havenpieren bombarderen. Om de Leander te beschermen tegen de kustbatterij zouden twee fregatten HMS Severn en HMS Glasgow de haven invaren en de batterij bombarderen. De verliezen aan de geallieerde zijde waren zeer zwaar.

Betrokken schepen:
(moet gecontroleerd worden)

Geallieerden[bewerken]

Groot-Brittannië
Queen Charlotte 100 stukken geschut- 8 doden, 131 gewonden
Impregnable 98 - 50 doden, 160 gewonden
Superb 74 - 8 doden, 84 gewonden
Minden 74 - 7 doden, 37 gewonden
Albion 74 - 3 doden, 15 gewonden
Leander 50 - 17 doden, 118 gewonden
Severn 40 - 3 doden, 34 gewonden
Glasgow 40 - 10 doden, 37 gewonden
Granicus 36 - 16 doden, 42 gewonden
Hebrus 36 - 4 doden, 15 gewonden
Heron 18
Mutine 18
Satellite 18
Britomart 10
Cordelia 10
Jasper 10
Belzebub (gebombardeerd)
Fury (gebombardeerd)
Hecla (gebombardeerd)
Infernal (gebombardeerd) - 2 doden, 17 gewonden
Saracen
Prometheus
Nederland
Melampus 40 stukken geschut - 3 doden, 15 gewonden
Frederica 40 - 5 gewonden
Diana 40 - 6 doden, 22 gewonden
Amstel 40 - 4 doden, 6 gewonden
Dageraad 30 - 4 gewonden
Eendragt 18

Algiers[bewerken]

Ciotat 40 stukken geschut (Frans)
4 fregatten (44 kanonnen) - 1 teruggetrokken, rest verbrand?
5 korvetten (24-30 kanonnen) - verbrand?
30-40 kanonneer- en mortierboten - verbrand?
55 overigen?

Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]

Portal.svg Portaal Marine