Buitenboordmotor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bolinders tweecilinder-Trim-buitenboordmotor

Een buitenboordmotor is een motor die aan de achterzijde (de spiegel) van een boot is bevestigd en dient om de boot voort te stuwen.

De motor kan niet alleen voor de voortstuwing zorgen, maar dient meestal ook als roer. Hiertoe is de motor draaibaar aan de boot opgehangen.

Typen motoren[bewerken]

Het meest gebruikte type buitenboordmotor is de verbrandingsmotor, in tweetakt- of viertakt-uitvoering.

Hiernaast bestaan ook elektromotoren. Elektromotoren zijn zeer milieuvriendelijk en stil. Ze zijn echter alleen geschikt voor kleine boten die weinig hoeven te varen, gezien het geringe vermogen van één of enkele pk's en de beperkte actieradius. Daarmee zijn ze bijvoorbeeld geschikt voor een vissersbootje of voor toepassing op een 'fluisterboot' in een natuurgebied.

Techniek[bewerken]

De motor is naast draaibaar, voor gebruik als roer, ook kantelbaar: hij kan naar boven geklapt worden, 'tilten', waardoor de schroef uit het water komt. Dit kan nodig zijn bij het aanmeren, als het water ondiep wordt of om de schroef vrij te maken van bijvoorbeeld wier, waterplanten of touw die er tijdens het varen in zijn gekomen. Ook kan de motor op de aanhechting (bracket) aan de achterzijde (spiegel of bun) van het aan te drijven vaartuig 'getrimd' worden. Dit is om het vaartuig beter te laten glijden in het water. Indien de motor te ver naar voren is gekanteld dan zal bij het maken van snelheid de achterzijde in het water worden gedrukt waardoor geen snelheid kan worden gemaakt.

Kleine buitenboordmotoren van enkele pk's zijn relatief licht (rond de 20 kg) en zijn voldoende om bootjes van enkele meters lengte met enige snelheid door het water te bewegen, veel sneller dan geroeid zou kunnen worden. Deze motoren worden handmatig gestart met behulp van een startkoord. Er kan een stopkoord bevestigd zijn voor noodstop of indien de gebruiker in ongerede raakt. Gas geven en sturen gaan met de gashendel die zich aan de motor bevindt. Ze hebben vaak een interne brandstoftank. Grotere buitenboordmotoren (enkele tientallen pk's of meer) worden elektrisch gestart en sturen gaat via een elders in de boot ingebouwd stuurwiel, dat mechanisch of hydraulisch de stand van de motor bepaalt, tevens zijn er op het stuurconsole dan ook vaak meters voor de oliedruk, het toerental en de temperatuur aanwezig. Viertaktmotoren zijn er in uitvoeringen van 2,3 pk tot maar liefst een potente 350 pk 5,3 liter V8, waarbij het tilten (de verticale beweging), ophalen van de motor ook electrisch/hydraulisch geschiedt. Zo ook kan het trimmen hydraulisch geschieden. De zwaardere types worden soms in twee- drie of zelfs viervoud toegepast bij zgn. powerboats. De grootste motoren wegen enige honderden kilo's. Het gemak dat een buitenboordmotor geeft vergeleken bij een binnenboordmotor, is dat bij buitengebruik stellen de motor afgenomen kan worden voor opslag, met name in de winterperiode.

De buitenboordmotor wordt gekoeld met het omringende water welk onder de trimvin net boven de propeller naar binnen wordt gezogen door een impeller, en daarmee is het koelsysteem veel eenvoudiger dan dat van automotoren omdat het koelmiddel direct voorhanden is. Er bestaan echter ook luchtgekoelde buitenboordmotoren, waarmee in modderige slootjes gevaren kan worden zonder dat de koeling van de motor verstopt raakt.

Groot voordeel van de buitenboordmotor is ook dat hierbij een doorvoer van de propeller-aandrijfas doorheen de romp - en dus ook de afdichting ervan - vermeden wordt.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste praktische buitenboordmotor werd in 1909 gemaakt door de Noors-Amerikaanse uitvinder Ole Evinrude. De meeste buitenboordmotoren waren oorspronkelijk tweetaktmotoren, vanwege de eenvoudige bouw, de daarmee verband houdende hoge betrouwbaarheid, de lage kosten en de gunstige vermogens-gewichtsverhouding. Vanwege vervuiling en de daaraan gerelateerde hogere kosten die gemaakt moeten worden om aan strengere milieu-eisen te moeten voldoen, worden viertaktmotoren echter steeds vaker toegepast. Deze ontwikkeling zette zich rond de jaren zeventig in.

Fabrikanten[bewerken]