Contra-expertise

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De term contra-expertise wordt ook gebruikt in assurantiën om op te komen voor de belangen van een verzekerde partij.

Een contra-expertise is een tegenexpertise die door een sporter kan aan worden gevraagd nadat hij positief heeft getest op doping.

Bij een dopingcontrole wordt de urine of het bloed van de sporter verdeeld over een A-staal en een B-staal. Bij een eerste onderzoek controleert men enkel het A-staal op alle stoffen die op de dopinglijst staan. Als in dit A-staal een verboden middel wordt aangetroffen, kan de sporter een "contra-expertise" aanvragen. Bij deze 'contra-expertise' wordt het B-staal gecontroleerd, maar dit keer zoekt men enkel naar de stof die in het A-staal werd aangetroffen. De analyse van het B-staal wordt overigens ten onrechte "contra-expertise" genoemd. De B-analyse moet volgens de WADA-reglementen in hetzelfde laboratorium worden uitgevoerd en is dus niet onafhankelijk. De analyse moet alleen uitgevoerd worden door ander personeel, Omdat het A- en B-staal precies hetzelfde zijn, verdeeld over twee potjes, moet de B-analyse per definitie altijd hetzelfde resultaat geven. Dit wordt in de analytische chemie een duplo analyse genoemd. WADA reglementen staan niet toe dat het B-staal in een ander onafhankelijk laboratorium getest worden.

Als ook het B-staal positief is, en de kans daarop is door de voorgeschreven WADA regels, vrijwel 100%, zal een sporter geschorst worden. Als de contra-expertise negatief is, is de zaak afgehandeld in het voordeel van de sporter. Alleen als het laboratorium onjuist heeft gehandeld zal een ander resultaat verkregen worden. Het is niet zo dat als een sporter nogmaals wordt gecontroleerd en weer op het middel wordt betrapt, hij meteen geschorst wordt. Ook dan kan hij weer een B-analyse aanvragen.


Bronnen, noten en/of referenties