Ecologische hoofdstructuur
De ecologische hoofdstructuur is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Het vormt de basis voor het Nederlandse natuurbeleid. Het is de basis van een beleidsplan dat tot doel heeft de natuurwaarden in Nederland te stabiliseren. In 1950 waren er 1400 soorten hogere planten. Sindsdien zijn hiervan 70 uitgestorven en 500 zijn in aantal/oppervlakte ernstig achteruitgegaan. Het aantal broedvogels is in dezelfde periode met een derde afgenomen. De achteruitgang van de natuur is vooral zo ernstig omdat het tempo waarin dit gebeurt toeneemt. De ecologische hoofdstructuur levert, samen met het Natura 2000 netwerk, een bijdrage aan het behoud en de versterking van de biodiversiteit in Nederland.
De ecologische hoofdstructuur is opgebouwd uit kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones.
- Kerngebieden zijn natuurterreinen, landgoederen, bossen, grote wateren en waardevolle agrarische cultuurlandschappen die minimaal 250 hectare groot zijn.
- Natuurontwikkelingsgebieden zijn gebieden met goede mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuurwaarden, van nationale en/of internationale betekenis.
- Verbindingszones zijn gebieden die kern- en natuurontwikkelingsgebieden als het ware aan elkaar knopen.
Het doel is ook om deze structuur te laten aansluiten op ecologische verbindingszones in het buitenland. In dit kader is de discussie of er een ecoduct bij Hattem komt belangwekkend. Een ecoduct bij Hattem is belangrijk voor de beweging van met name edelherten richting Duitsland.
In Vlaanderen spreekt men van het Vlaams Ecologisch Netwerk of VEN.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
De term EHS (Ecologische Hoofd Structuur) werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 1995 werden de doelsoorten en de natuurdoeltypen gedefinieerd, die pas in 2000 waren doorgevoerd in alle provinciale plannen. Er is toen besloten om een extra beleidsinspanning te leveren in de nota Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur. Het bijbehorende Meerjarenprogramma Ontsnippering is in 2005 door het parlement goedgekeurd. In dit plan zijn de belangrijkste barrières en manieren om ze te overwinnen in kaart gebracht. Voor edelherten worden bijvoorbeeld ecoducten over snelwegen gebouwd. Voor dassen en andere kleine dieren worden tunnels onder wegen aangelegd. De einddatum voor het hele programma staat op 2018.
[bewerken] Eindbeeld
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) streeft ernaar om in 2020 meer dan 750.000 hectare aan natuurgebieden bij de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te laten horen. Echter in 2010 heeft het kabinet Rutte verklaard geen geld meer uit te geven aan de EHS. Het grootste deel van deze EHS-gebieden zijn bestaande bossen en natuurgebieden. Daarbij komt nog ruim zes miljoen hectare natte natuur: meren, rivieren en de Nederlandse delen van de Noordzee en de Waddenzee. In de EHS liggen de twintig Nationale Parken die Nederland kent (met een gezamenlijke oppervlakte van 123 duizend hectare). Ongeveer 45 procent van alle hectares EHS op het land is ook Natura 2000-gebied.
De droge en natte natuur van de EHS zal uiteindelijk een aaneengesloten netwerk vormen dat over de grenzen met andere landen aansluit bij het Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN). Daarnaast wordt in de Europese Unie waardevolle en voor Europa kenmerkende natuur beschermd door het netwerk Natura 2000.