Energielabel
Het energielabel is een label dat volgens verschillende Europese richtlijnen (92/75/CEE, 94/2/CE, 95/12/CE, 96/89/CE, 2003/66/CE) moet worden meegeleverd bij de verkoop van onder andere auto’s, elektrische apparaten, lampen en gebouwen.
Dit label is een maatstaf voor de consument om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. Tevens staat er vaak informatie op over de prestaties van het product en de gebruikte materialen bij de productie.
Inhoud |
[bewerken] Grote apparaten
[bewerken] Labeling
De energielabels tot 2012 bij apparaten zijn te verdelen in ten minste vier categorieën:”
- De details omtrent het apparaat, zoals het model en de materialen gebruikt voor productie.
- Energieklasse: een schaal van A tot G, waarvan de kleur verandert van donkergroen bij A via geel bij D naar rood bij G. Hoe lager de aangegeven waarde, des te energiezuiniger is het aangekochte product.
- Consumptie, efficiëntie, capaciteit etc.
- Geluid: het geluid dat het apparaat tijdens gebruik gemiddeld maakt, uitgedrukt in decibel.
De energielabels zijn sinds 2012 aangepast[1].
[bewerken] Koelkasten, diepvriezers en combinaties
Bij koelkasten en diepvriezers geeft het label in eerste instantie aan hoe zuinig het apparaat met energie is. De kleuren op het label geven het verbruik van energie aan; de getallen zijn een index die berekend wordt op grond van onder meer het energieverbruik, de inhoud van het apparaat en het type apparaat:
| A++ | A+ | A | B | C | D | E | F | G |
| <30 | <42 | <55 | <75 | <90 | <100 | <110 | <125 | >125 |
Het label geeft ook informatie over:
- Het gemiddelde energieverbruik per jaar.
- De opslagcapaciteit voor vers voedsel in de koelkast, vriezer of combinatie.
- Het geluidsniveau.
[bewerken] Wasmachines, wasdrogers en combinaties
Voor wasmachines en wasdrogers geeft het label het gemiddelde energieverbruik aan van een katoenwas bij 60 °C (140 °F), met een maximale lading wasgoed (meestal 6 kilo). Ook hier wordt de energie uitgedrukt in kilowattuur:
| A | B | C | D | E | F | G |
| <0.19 | <0.23 | <0.27 | <0.31 | <0.35 | <0.39 | >0.39 |
Het label geeft ook aan:
- Het totale energieverbruik per wascyclus.
- Wasprestaties, met een klasse van A tot G.
- Prestaties van de centrifuge.
- Maximale centrifugesnelheid.
- Totale capaciteit in kilogram.
- Waterverbruik per cyclus in liters.
- Geluidsniveau tijdens het centrifugeren.
Voor wasdrogers wordt de energiezuinigheid berekend voor het drogen van een maximale lading katoenen wasgoed. Er bestaan twee schalen.
Condensatiedroger:
| A | B | C | D | E | F | G |
| <0.55 | <0.64 | <0.73 | <0.82 | <0.91 | <1.00 | >1.00 |
Geventileerde droger:
| A | B | C | D | E | F | G |
| <0.51 | <0.59 | <0.67 | <0.75 | <0.83 | <0.91 | >0.91 |
Het label bevat ook informatie over:
- Energieverbruik per cyclus
- Totale capaciteit
- Type droger
- Geluidsniveau
Voor wasmachine/droger-combinaties wordt eveneens de katoencyclus als maatstaf gebruikt.
| A | B | C | D | E | F | G |
| <0.68 | <0.81 | <0.93 | <1.05 | <1.17 | <1.29 | >1.29 |
[bewerken] Afwasmachines
Op afwasmachines staat vermeld:
- Het energieverbruik in kilowattuur:
| A | B | C | D | E | F | G |
| <1.06 | <1.25 | <1.45 | <1.65 | <1.85 | <2.05 | >2.05 |
- De efficiëntie van de wascyclus op een schaal van A tot G.
- De efficiëntie van de droogcyclus op een schaal van A tot G.
- De capaciteit van de machine.
- Het geluid
- Het waterverbruik in liters.
[bewerken] Ovens
Op ovens staat:
- Energieverbruik
- Volume in liter
- Type (klein, medium of groot)
- Efficiëntie
[bewerken] Airconditioners
Voor airconditioners is het energielabel alleen van toepassing op apparaten van minder dan 12 kW. Op het label staat;
- Het model
- De energie-efficiëntie op een schaal van A tot G.
- De jaarlijkse hoeveelheid energieverbruik (op de hoogste stand gedurende 500 uur per jaar)
- De maximale koelkracht in kW.
- Het type (alleen koelen of een combinatie van koelen en verwarmen)
- Koelmode (water of lucht)
- Geluidsniveau in decibel.
[bewerken] Motorvoertuigen
In Nederland wordt voor motorvoertuigen niet de uitstoot van koolstofdioxide in grammen per gereden kilometer gebruikt voor het label, maar hoe zuinig een auto is ten opzichte van andere auto's in dezelfde grootteklasse:
| A | Minstens 20% zuiniger |
| B | 10% tot 20% zuiniger |
| C | Maximaal 10% zuiniger |
| D | Maximaal 10% onzuiniger |
| E | 10% tot 20% onzuiniger |
| F | 20% tot 30% onzuiniger |
| G | Minstens 30% onzuiniger |
De gegevens over het brandstofverbruik zijn afkomstig van de fabrikant. A is dus zeer zuinig en G is zeer onzuinig binnen dezelfde grootteklasse. Er zijn 3 grootteklassen: Klein (miniklasse en kleine middenklasse), Middelgroot (middenklasse en medium MPV) en Groot (grote middenklasse en MPV)[2]. Omdat de energielabels relatief zijn kan een grote zware auto (bijvoorbeeld een suv/terreinauto) ook een A-label krijgen, terwijl hij veel meer CO2 uitstoot en benzine verbruikt dan een kleine A-label auto. De zuinigste auto op benzine rijdt 25,6 kilometer en de zuinigste auto op diesel rijdt 30,3 kilometer op een liter[2]. De vrijstelling van wegenbelasting is niet aan het energielabel gekoppeld, maar aan de absolute CO2 uitstoot: maximaal 110 gram per km voor benzine en 95 gram per km voor diesel. Hieronder vallen zowel A-label als B-label auto's.
[bewerken] Verlichting
Voor verlichting;
- Energie-efficiëntie op een schaal van A tot G
- De lichtstroom van de lamp in lumen
- Het elektrische verbruik in watt
- De gemiddelde levensduur in uren (niet verplicht)
De huidige regels voor energie-labels voor lampen loopt sterk achter bij de praktijk. Halogeenlampen krijgen een C-label, terwijl die (met het verdwijnen van de gloeilamp) de slechtst presterende lamp is, wat een F- of een G-label zou rechtvaardigen. Ook is er geen differentiatie mogelijk tussen goede en nog betere led-lampen. Lampen van minder dan 5 watt krijgen geen energie-label, (toentertijd vielen alleen de fiets- en kerstlampjes in die categorie) terwijl een goede LED-lamp van vier watt net zo veel licht geeft als een halogeenlamp van 50 watt, en het daarmee de huishoud-standaard van de nabije toekomst is.
[bewerken] Gebouwen
In 2002 heeft het Europese Parlement de EPBD richtlijn aangenomen. Deze richtlijn is gericht op het terugdringen van het energiegebruik van gebouwen, met het oog op vermindering van de uitstoot van o.a. CO2 en om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verkleinen. Op basis van deze Europese richtlijn is het in Nederland sinds 1 januari 2008 verplicht gesteld dat bij iedere transactie van een woning of utiliteitsgebouw ouder dan 10 jaar een energielabel aan de nieuwe gebruiker overhandigd moet worden. Dit energielabel wordt officieel een energieprestatiecertificaat genoemd (zie aldaar voor meer informatie). Woningcorporaties hoeven pas op 1 januari 2009 te voldoen aan deze verplichting, mits zij dan wel hun gehele gebouwenbestand ineens van een energielabel voorzien.
Sinds 2010 zijn de regels voor toekenning sterk versimpeld: Er wordt geschat hoeveel gigajoule energie de woning elk jaar per vierkante meter gebruikt voor verwarming, warm water en verlichting. Hiervan wordt afgetrokken de geschatte warmteterugwinning uit rioolwater en ventilatie, en de geschatte energieproductie via zonnecollectoren (zowel elektrisch als warm water). Er wordt uitgegaan van gemiddelde bewoning, gemiddeld buitenklimaat en gemiddeld stookgedrag.
| A++ | Minder dan 0,5 |
| A+ | Minder dan 0,7 |
| A | Minder dan 1,05 |
| B | Minder dan 1,3 |
| C | Minder dan 1,6 |
| D | Minder dan 2,0 |
| E | Minder dan 2,4 |
| F | Minder dan 2,9 |
| G | Meer dan 2,9 |
Een woning met een A++-label stookt in theorie dus vier keer minder energie dan een woning met een D-label. Dat scheelt bij een woning van 100 vierkante meter elk jaar ruwweg 3000 euro op de energierekening. Overigens gebruikt iemand die 's nachts en tijdens werkuren de verwarming altijd laag zet, meestal veel minder dan het label suggereert.
De verplichting van een energielabel geldt ook bij verkoop of verhuur van een ander gebouw dan een woning. Het energielabel is verplicht bij bouw, verkoop of verhuur van woningen en bij utiliteitsgebouwen, dit zijn kantoren, scholen, fabrieken, kazernes, ziekenhuizen en dergelijke. Een verhuurder hoeft alleen een energielabel te overhandigen bij de aanvang van een nieuw huurcontract. De verplichting geldt ook voor nieuwe huurcontracten van onzelfstandige woonruimten, zoals studentenkamers en ook voor sommige vakantiewoningen. In gebouwen groter dan 1000 m2 waarin overheidsdiensten of overheidsinstellingen zijn gehuisvest en die voor het publiek toegankelijk zijn, dient per 1 januari 2009 permanent een energielabel aanwezig te zijn. Dit label moet zichtbaar voor het publiek in het gebouw zijn aangebracht.
In Nederland zijn eind 2008 circa 350 gecertificeerde bedrijven die een energielabel kunnen verstrekken. Sinds 1 november 2008 dient iedere energielabelopnemer en/of -adviseur die een woning wil keuren, in het bezit te zijn van een door CITO afgegeven diploma. Zonder dit diploma is men niet meer bevoegd energielabels voor woningen ter verstrekken. In 2009 komt er een soortgelijk diploma voor utiliteitsbouw (kantoren, bedrijfsgebouwen).
Op http://www.ep-online.nl/Default.aspx kunnen energielabels van gebouwen worden geraadpleegd.
Ook in België is het energielabel verplicht. Hier wordt het een EPC genoemd (Energie Prestatie Certificaat). In België zijn momenteel ruim 200 energielabelaars.
[bewerken] Externe links
- European Council Directive 92/75/EEC
- EU Intelligent Energy.
- Energielabel nieuws en informatie (NL)
- De energielabelkeuring
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Referenties
- ↑ [1]Beschrijving van de Europese standaard voor energielabels vanaf 2012
- ↑ a b Energielabel