Heipaal
Een heipaal is een lange paal, die in de zachte bodem wordt geheid om het gewicht van een bouwwerk over te brengen op de ondergrond waarin de heipaal is geheid.
Heipalen worden vaak toegepast als de diepte van de draagkrachtige laag te groot wordt om bijvoorbeeld een fundering op staal of een fundering op putringen aan te brengen.
Er zijn vele soorten heipalen qua uitvoering en materiaal; houten, prefab betonpalen, stalen buispalen en avegaar- of boorpalen.
Een 'stuitpaal' wordt door heien door de slappe bovenlagen gedreven, totdat de punt van de paal op een vaste laag komt te rusten. De diepteligging van deze dragende laag bepaalt de lengte van de palen (paallengte). Vaak worden palen voorzien van een verzwaarde punt om de draagkracht van de paal te vergroten. Palen kunnen hun draagvermogen ook ontlenen aan 'kleef'.
Met een sondeerapparaat wordt de draagkracht van de grondlagen bepaald. In de sondeerstaat zijn de resultaten van de sonderingen grafisch weergegeven en kan de constructeur bepalen tot op welke laag geheid moet worden en kan eveneens de paallengte worden bepaald. Verder kan aan de hand van dit diagram worden bepaald hoeveel en waar de palen moeten worden geheid.
Al eeuwen worden er in Nederland houten heipalen gebruikt, die ervoor zorgen dat de gebouwen die er boven op staan niet verzakken. Amsterdam is een bekend voorbeeld van een stad op palen. Het Paleis op de Dam is in 1648 gebouwd op 13.659 houten heipalen en staat nog keurig overeind.
De houten heipaal wordt gewoonlijk geleverd in combinatie met een ronde of vierkante betonnen oplanger (ook wel genoemd: betonopzetter). Wanneer de houten palen voldoende ver onder de grondwaterstand worden weggeslagen, kunnen ze voor eeuwen hun functie vervullen.
Bij het toepassen van een prefab betonpaal dient de leeftijd van de paal bij het heien minimaal 21 dagen te zijn.
Een bijzonder goed en duurzaam alternatief voor de heipaal is de grondverwijderende mortel schroefpaal. Deze wordt al sinds jaar en dag gebruikt. Het is trillingsvrij en dus een goed alternatief voor binnenstedelijke toepassingen. In Nederland zijn er een aantal bedrijven die zich gespecialiseerd hebben in deze techniek. De bedenker van deze techniek is Jac Bouten (1930) uit Nijmegen.