Hypertrofie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hypertrofie (Grieks voor overmatige voeding) is een term uit de celbiologie en het houdt in dat weefsels of organen in grootte toenemen door vergroting van het volume van de afzonderlijke cellen. Hypertrofie betekent op cellulair niveau dat de cel meer water en bouwstoffen opneemt met als gevolg een toename van het volume.

Normale cellen (A), hypertrofie (B), hyperplasie (C) en (D) combinatie.

Het aantal cellen neemt bij hypertrofie niet toe, in tegenstelling tot bij hyperplasie waarbij de grootte van weefsels of organen toeneemt door toename van het celaantal. Hypertrofie is het tegenovergestelde van atrofie, waarbij weefsels of organen in grootte afnemen door verkleining van het celvolume.

Voorbeelden van hypertrofie[bewerken]

Spierhypertrofie
Eén van de meest zichtbare vormen van orgaanhypertrofie vindt plaats in het skeletachtig spierweefsel. Als reactie op krachttraining gaat de spier groeien. Afhankelijk van welk type training er wordt gedaan kan de spieromvang toenemen door middel van het vermeerderen van het sarcoplasmavolume of door het toenemen van de samentrekbare proteïnen (actine en myosine).
Ventriculaire hypertrofie
Ventriculaire hypertrofie is de vergroting van de ventrikels van het hart. Als gevolg daarvan wordt de hartwand minder soepel zodat de hartkamers tijdens de hartontspanning (diastole) minder goed gevuld worden met bloed.