Instrumentalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het instrumentalisme is een opvatting binnen de wetenschapsfilosofie waarbij gesteld wordt dat theorieën en begrippen louter 'instrumenten' zijn. Hierbij is het van ondergeschikt belang of deze theorieën of begrippen juist of fout zijn. Wat van belang is, is niet dat ze correct de realiteit weergeven, maar of ze op een afdoende wijze het verschijnen van bepaalde fenomenen kunnen verklaren en voorspellen. Hierdoor is de opvatting nauw verwant met het pragmatisme en het behaviorisme.

Het strafrechtelijk instrumentalisme is volgens vele rechtswetenschappers herkenbaar in tendens in het beleid van de Nederlandse overheid sinds 1985. Het instrumentalisme wordt door A.C. 't Hart en R. Foque omschreven als de visie "waarin het strafrecht uitsluitend wordt opgevat als een specifiek dwangmiddel om een bepaald maatschappelijk doel te bereiken:een doel dat, extern aan het strafrecht, politiek bepaald wordt en in een omvattender beleid wordt uitgewerkt."

Bezwaren die hiertegen worden aangevoerd zijn onder andere de gevaren voor de bescherming van grondrechten t.o.v. het handelen van de overheid, omdat deze ondergeschikt worden aan het gestelde doel van het beleid. Daarnaast is er het bezwaar dat de instrumentaliteit van het strafrecht beperkt is, omdat de criminaliteit niet op te lossen is door het strafrecht.