John Bell

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Stewart Bell
John Stewart Bell (physicist) portrait.png
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 28 juni 1928
Geboorteplaats Belfast
Sterfdatum 1 oktober 1990
Sterfplaats Belfast
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Wiskunde
Natuurkunde
Portaal  Portaalicoon   Wetenschap & Technologie

John Stewart Bell (Belfast, 28 juni 1928 – aldaar, 1 oktober 1990) was een Brits wiskundige en natuurkundige die bekend is geworden door de zogenaamde ongelijkheid van Bell, een ongelijkheid die geldt voor bepaalde correlaties tussen relatieve frequenties.

Biografie[bewerken]

John Stewart Bell werd in Noord-Ierland geboren in een gezin van arme ouders. Toen hij elf was besloot hij wetenschapper te worden en op zijn zestiende slaagde hij aan de Belfast Technical High School. Via een studiebeurs studeerde hij aan de Queen's Universiteit van Belfast. Hij verkreeg een bachelorgraad in experimentele fysica in 1948 en een in mathematische fysica een jaar later. Vervolgens ging hij naar de Universiteit van Birmingham waar hij in 1956 bij Rudolf Peierls in de theoretische fysica promoveerde.

Vervolgens werkte hij aan de Atomic Energy Research Establishment (AERE) te Malvern en Harwell, waar hij zijn vrouw, de natuurkundige Mary Ross ontmoette en trouwde. Enkele jaren later vertrok hij naar CERN in Genève waar hij onder andere samenwerkte met de Nederlandse fysicus Martinus Veltman.

EPR-paradox[bewerken]

In 1964, tijdens een sabbaticaljaar bij de Stanford-universiteit publiceerde Bell zijn inmiddels klassiek geworden artikel over de Einstein Podolsky Rosen Paradox.[1] Einstein en Bohr kibbelden levenslang over de kwantummechanica wat betreft de statistische onderdelen hiervan. Einstein meende: "God dobbelt niet!" wat Bohr weersprak door te zeggen: "Vertel God niet wat Hij moet doen!" Hierin beschreef hij zijn "ongelijkheid van Bell" of "Bellongelijkheid", een criterium waarmee deterministische lokale theorieën konden worden onderscheiden van niet-lokale theorieën.

Met behulp van de Stelling van Bell heeft men kunnen aantonen dat zuiver toeval en non-lokaliteit inderdaad bestaan. Daarmee is het Bohr-Einstein-debat beslecht in het voordeel van Niels Bohr, maar dit heeft tevens gevolgen voor de speciale relativiteitstheorie. Pas in 1982 kon Alain Aspect (gedeeltelijk) het experimentele bewijs voor de Bellongelijkheid leveren. Een jaar voor zijn overlijden (op 1 oktober 1990) werd John Bell genomineerd voor de Nobelprijs.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. J.S. Bell (1964). On the Einstein Podolsky Rosen Paradox. Physics 1: 195-200 . Herdruk in J.S. Bell, Speakable and Unspeakable in Quantum Mechanics, Cambridge University Press ISBN 0-521-33495-0.