Maligne neuroleptisch syndroom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Maligne neuroleptisch syndroom
ICD-10 G21.0
ICD-9 333.92
DiseasesDB 8968
eMedicine emerg/339med/2614 ped/1581
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Het maligne neuroleptisch syndroom (afgekort NMS, van het Engelse neuroleptic malignant syndrome) is een idiosyncratische, levensbedreigende reactie op antipsychotische medicatie. NMS is bekend sinds 1956, kort na de introductie van de eerste fenothiazines en is afgeleid van het Franse syndrome malin des neuroleptiques. Het treedt op bij 0,01-0,02 procent van de patiënten die met antipsychotica worden behandeld. In 10 procent van de gevallen met fatale afloop.[1]

Oorzaak[bewerken]

NMS wordt veroorzaakt door antipsychotica, zowel door de klassieke (oudere) antipsychotica als door de atypische (nieuwere) antipsychotica. NMS kan zich ook ontwikkelen bij mensen die dopaminergica (bijvoorbeeld anti-Parkinson middelen)gebruiken.[2] Meestal wanneer de dosering verlaagd wordt.

Risicofactoren[bewerken]

  • Hoge dosering van de antipsychotische medicatie
  • Snelle of grote verhoging van de dosering
  • Onrust, opwinding
  • Uitdroging
  • Overmatige zelfcontrole
  • Bestaande verstoringen in de dopamine en ijzerhuishouding

Van de meeste NMS-patiënten is bekend dat zij voordat de NMS zich ontwikkelde, lichamelijk uitgeput waren en uitdrogingsverschijnselen vertoonden.

Symptomen[bewerken]

De 2 meest kenmerkende symptomen zijn: hoge koorts/hevig transpireren en ernstige spierstijfheid/verkramping. Vaak gepaard gaand met versnelde hartslag/ademhaling, kwijlen, trillen en insulten.

In het algemeen ontwikkelt NMS zich binnen twee weken na het starten met antipsychotische medicatie, maar de aandoening kan zich op elk moment tijdens het gebruik van de medicijnen ontwikkelen. In ongeveer 16 procent van de gevallen binnen 24 uur, 66 procent in de eerste week en bijna alle gevallen binnen 30 dagen.

Diagnose[bewerken]

De diagnose wordt gesteld op basis van de sterk verhoogde lichaamstemperatuur en spierstijfheid. Tevens moeten er nog 2 tekenen, symptomen of laboratoriumuitslagen zijn, die niet door een ander geneesmiddel/drug, neurologische aandoening of algemene medische afwijking veroorzaakt zijn.

De toegenomen spanning in de spieren leidt meestal tot rabdomyolyse (spierafbraak) met meestal een sterke verhoging van creatine kinase, aldolase, transaminases en melkzuurdehydrogenase. Vaak heeft de patiënt ook een metabole acidose, hypoxie, verlaagd serumijzer, verhoogde catecholamines en leukocytose.

Veranderingen in de geestelijke gesteldheid en andere neurologische afwijkingen treden meestal (in zo'n 80 procent van de gevallen) eerder op dan de 2 klassieke symptomen.

Een aantal zaken dient te worden uitgesloten: infecties van het centrale zenuwstelsel, met name virale encefalitis. Deze infecties kunnen NMS simuleren. Ook dient een vergevorderde psychotische toestand met catatone stupor of acute letale catatonie te worden uitgesloten.

Behandeling[bewerken]

Wanneer deze symptomen waargenomen worden kan een opname in een ziekenhuis noodzakelijk zijn alwaar de arts de uitlokkende medicatie stopt of ernstig vermindert. Vervolgens dient de patiënt van intensieve symptoombestrijding en medische controle te worden voorzien en behandeld te worden voor alle bijkomende medische problemen waarvoor een adequate behandelvorm voorhanden is. Er is geen algemene standaard farmacologische behandeling voor het neuroleptisch maligne syndroom.

Ondersteunende maatregelen[bewerken]

  • Correctie van de elektrolythuishouding
  • Koelen van de patiënt
  • Monitoren van hart-, nier- en longfuncties
  • Controle op stollingsafwijkingen

Geneesmiddelen[bewerken]

  • Lorazepam 1-2 mg, parenteraal. Bij een mild verlopend NMS.
  • Amantadine 200-400 mg/dag.
  • Bromocriptine 2,5 mg 2 tot 3 maal per dag.
  • Dantroleen 1-2,5 mg/kg lichaamsgewicht, gevolgd door 1 mg/kg elke 6 uur. In extreme gevallen.

Patiënten die NMS ontwikkelen kunnen tevens vatbaar worden voor andere ziektes waaronder longontsteking of een infectie van een ander orgaan gecombineerd met niet behandelde of inadequaat behandelde extrapiramidale symptomen.

Het hervatten van de antipsychotische medicatie dient alleen in het uiterste geval met zeer veel zorg te gebeuren daar er kans is van het opnieuw optreden van het maligne neuroleptica syndroom.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Strawn JR, Keck PE Jr, Caroff SN. Neuroleptic malignant syndrome. Am J Psychiatry. 2007;164:870-6.
  2. Keyser DL, Rodnitzky RL. Neuroleptic malignant syndrome in Parkinson's disease after withdrawal or alteration of dopaminergic therapy. Arch Intern Med. 1991;151:794-6.