Groothertogdom Mecklenburg-Strelitz
| GroßHerzogtum Mecklenburg-Strelit | ||||||
| Onderdeel van de Duitse Bond | ||||||
|
||||||
|
||||||
| Kaart | ||||||
| Algemene gegevens | ||||||
| Hoofdstad | Neustrelitz | |||||
| Oppervlakte | 2929,5 km² | |||||
| Bevolking | 72.675 (1817) 106.442 (1910) |
|||||
| Talen | Duits | |||||
| Religie(s) | Protestants | |||||
| Munteenheid | Mark | |||||
| Regering | ||||||
| Regeringsvorm | Hertog/groothertog | |||||
| Dynastie | Obotriten | |||||
Groothertogdom Mecklenburg-Strelitz was een groothertogdom (1815-1918) in de huidige Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren.
De staat bestond uit twee niet-aangrenzende delen: het oostelijke hertogdom Strelitz, dat grensde aan Mecklenburg-Schwerin en de Pruisische provincies Pommeren en Brandenburg, en het westelijke vorstendom Ratzeburg, dat grensde aan Mecklenburg-Schwerin, de vrije stad Lübeck en de Pruisische provincie Hannover.
Geschiedenis [bewerken]
Het gebied bestond uit twee ver van elkaar gelegen territoria waarin één enclave en zes exclaves. In 1900 had het Groothertogdom 102 602 inwoners.
Het volk eiste in de Maartrevolutie (1848) in beide Mecklenburgse groothertogdommen liberale hervormingen. Na ongeregeldheden werd op 18 maart de censuur opgeheven en zegde de regering op 23 maart volksvertegenwoordiging bij de Bondsdag en diverse andere staatkundige en juridische hervormingen toe. Op 15 juli werd een op algemeen kiesrecht gebaseerde kieswet gepubliceerd. Op 31 oktober kwam een grondwetgevende vergadering bijeen, waarin de democraten domineerden, die een liberale grondwetswijziging bewerkstelligde.
Het grootste probleem vormde de unie tussen Schwerin en Strelitz. Met name Strelitz en de ridderschap, maar ook Pruisen (erfgenaam bij het uitsterven van het Mecklenburgse huis) protesteerden hier scherp tegen. Hoewel de unie aanvankelijk werd opgeheven, verklaarde een scheidsgerecht van de Duitse Bond de nieuwe grondwet en de scheidingswet in 1850 voor nietig. In de jaren die volgden zette de reactie scherp in: alle politieke bijeenkomsten werden verboden, de privileges van de ridderschap hersteld (1851) en lijfstraffen heringevoerd (1852).
Groothertog Frederik Willem (1860-1904) schaarde zich bij het uitbreken van de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866) door een loyaliteitsconflict zo aarzelend aan Pruisische zijde dat zijn contingent niet meer aan daadwerkelijke gevechtshandelingen deelnam. Noodgedwongen trad het land in 1866 toe tot de Noord-Duitse Bond - met name de federale grondwet was de stenden in de aartsconservatieve Mecklenburgse groothertogdommen een doorn in het oog. In 1867 werden beide staten lid van de Zollverein.
Mecklenburg-Strelitz streed in 1870/1871 in de Frans-Duitse Oorlog en trad toe tot het Duitse Keizerrijk. De laatste groothertog, Adolf Frederik VI (1914-1918), pleegde op 23 februari 1918 zelfmoord. Zijn erfgenaam, de in Rusland geboren Karel Michael, werd als opvolger onaanvaardbaar geacht en was ook zelf van zins van troonopvolging af te zien. In afwachting hiervan regeerde Frederik Frans IV van Mecklenburg-Schwerin als regent het land. In de Novemberrevolutie (1918) moest hij de regering in beide Mecklenburgs echter neerleggen.
De vereniging van beide staten, die door deze dynastieke verwikkelingen bijna was verwezenlijkt, kwam pas in 1934 tot stand toen de vrijstaten Mecklenburg-Strelitz en Mecklenburg-Schwerin onder nationaal-socialistische druk werden samengevoegd tot de deelstaat Mecklenburg. Sinds 1994 bestaat er in de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren een district Mecklenburg-Strelitz, dat echter maar een deel van de oude staat omvat.
Bestuur [bewerken]
Groothertogen 1815-1918 [bewerken]
- 1815-1816: Karel II
- 1816-1860: George
- 1860-1904: Frederik Willem
- 1904-1914: Adolf Frederik V
- 1914-1918: Adolf Frederik VI
| Staten (vanaf 1919: landen) van het Duitse Rijk (1871-1945) | |
|---|---|
|
Duitse Keizerrijk: Anhalt · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Elzas-Lotharingen · Hamburg · Hessen · Lauenburg · Lippe · Lübeck · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Oldenburg · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lippe · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck · Württemberg |
|
| Duitse Bond (1815-1866) | |
|---|---|
|
Anhalt (1863-1866) · Anhalt-Bernburg (1815-1863) · Anhalt-Dessau-Köthen (1853-1863) · Hertogdom Anhalt-Dessau (1815-1853) · Anhalt-Köthen (1815-1853) · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Frankfurt · Hamburg · Hannover · Hessen-Darmstadt · Hessen-Homburg · Hessen-Kassel · Hohenzollern-Hechingen · Hohenzollern-Sigmaringen · Holstein · Lauenburg · Liechtenstein · Limburg · Lippe · Lübeck · Luxemburg · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Nassau · Oldenburg · Oostenrijk · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lipp · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck-Pyrmont · Württemberg |
|