Mikojan-Goerevitsj MiG-9

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mikojan-Goerevitsj MiG-9 Fargo
MiG-9 jno rvb.jpg
Algemeen
Rol jager en aanvalsvliegtuig
Bemanning een
Varianten MiG-9 (F), MiG-9 (FP), MiG-9 (FL), MiG-9 (FF), MiG-9L, Mig-9M (FR), MiG-9UTI
Status
Eerste vlucht 24 april 1946
Aantal gebouwd 610
Gebruik Sovjet-Unie, Volksrepubliek China
Afmetingen
Lengte 9,83 m
Hoogte 3,22 m
Spanwijdte 10,00 m
Vleugeloppervlak 18,20 m²
Gewicht
Leeggewicht 3.420 kg
Startgewicht 5.500 kg
Max. gewicht 4.965 kg
Krachtbron
Motor(en) Kolesov RD-21 turbojets met naverbranders
Stuwkracht 7,8 kN
Prestaties
Topsnelheid 910 km/h
Vliegbereik 800 km
Dienstplafond 13.000 m
Bewapening
Boordgeschut 1× 37 mm NL-37 kanon en 2× 23mm NS-23 kanonnen
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De Mikojan-Goerevitsj MiG-9 (Russisch: Микоян и Гуревич МиГ-9) (NAVO-codenaam: Fargo) was een Sovjet-Russische eerste generatie straaljager ontworpen door Mikojan-Goerevitsj in de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. Deze moet niet verward worden met een ontwikkeling van de MiG-3, die ook "MiG-9" werd genoemd.

Ontwikkeling[bewerken]

De MiG-9 werd ontwikkeld uit het I-300 prototype dat voor het eerst vloog op 24 april 1946 door testpiloot Alexei N. Grinchik. De I-300 werd Ruslands eerste puur straalaangedreven jager met een voorsprong van maar ongeveer een uur. De eerste vlucht van de Jakovlev Jak-15 was vlak na de vlucht van de I-300.

Het ontwerp van de I-300 was compleet van metaal, met de motoren gemonteerd achter de cockpit onder in de romp. deze configuratie werd veel gebruikt voor de eerste generatie Russische straaljagers. Er waren wat discussies over hoe de staart van het toestel beschermd diende te worden tegen de hete uitlaatgassen. Dit werd opgelost door een hitteschild van gelamineerd staal onder vrijwel de gehele staart te bevestigen.

De I-300 had simpele rechte vleugels met ingebouwde vleugelkleppen en driehoekige staartvlakken. De I-300 was een van de eerste Russische jagers met een driewielig onderstel.

De voortstuwing komt van twee Kolesov RD-20 turbojets die heel veel leken op de geconfisqueerde Duitse BMW 003 motoren. Wanner er te weinig RD-20 motoren waren, werden zelfs BMW 003 motoren in de toestellen ingebouwd.

Er zaten vier zak-achtige brandstoftanks in de romp en drie in elke vleugel, wat voor een totale brandstofcapaciteit zorgt van 1.625 liter.

Terwijl de geplande bewapening bestond uit een NL-57 57mm kanon gemonteerd in het midden van de luchtinlaat, kregen de productieversies van MiG-9 een enkel 37 mm kanon en twee NS-23 23mm kanonnen. De plaatsing van de kanonnen was ongewoon, met de NL-37 gemonteerd in het midden van de neus, en de twee kleine kanonnen die vanuit de onderste lip van de luchtinlaat vuurden. Deze ongewone plaatsing van de geweren heeft een aantal piloten het leven gekost, door het inhaleren van gassen van het geweer. Dit leidde tot restricties op het afvuren van het zware kanon op bepaalde hoogtes.

De I-300 bereikte tijdens testvluchten een snelheid van 910 km/u tijdens de eerste tests en na bijschaven van van het ontwerp ging het toestel in dienst als MiG-9 tijdens de winter van 1946-47. De straaljager had veel stuwkracht- en stuurproblemen, maar werd toch in productie genomen, voornamelijk vanwege politieke redenen. Dit leidde tot de dood van Alexei N. Grinchik op 11 juli 1946 toen hij met een prototype I-300 crashte terwijl hij het demonstreerde aan de VVS-leiding en regeringsambtenaren.

Latere ontwerpen van de MiG-9 probeerden de problemen van de I-300 op te lossen, waaronder een rechthoekige vin aan het 37mm kanon, maar dit werkte niet goed. Uiteindelijk is de complete neus herontworpen, met de kanonlopen achter de motorinlaat met de cockpit verder naar voren geplaatst. Het resultaat was de MiG-9M, die ook een schietstoel kreeg en RD-21 motoren, wat eigenlijk gewoon RD-20 motoren waren, maar dan met naverbrander.

De MiG-9 werd vooral ingezet tegen gronddoelen en er werden 610 vliegtuigen gebouwd in verschillende typen, waaronder ook een MiG-9UTI trainerversie, toen de productie stopte in 1948.