Nationaal Monument

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nationaal Monument
Nationaal monument op de Dam in Amsterdam
Nationaal monument op de Dam in Amsterdam
Kunstenaar Jacobus Johannes Pieter Oud, Johannes Anton Rädecker, Paul Grégoire en Jan Willem Rädecker
Jaar 1956
Locatie Dam, Amsterdam
Afmeting 22 × cm
Monumentnummer 530906
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Leeuw en pyloon

Het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam is het belangrijkste monument voor de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het monument staat centraal bij de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op 4 mei, bijgewoond door de koning.

Ontwerp[bewerken]

Het Nationaal Monument is ontworpen door architect J.J.P. Oud. Het monument bestaat uit een pyloon met beelden en een gedenkmuur met reliëfs. De beelden zijn van beeldhouwer Johannes Anton Rädecker, en de reliëfs van Paul Grégoire. Voor het monument staan twee leeuwenfiguren als wachters, gemaakt door Jan Willem Rädecker.

Pyloon[bewerken]

De 22 meter hoge pyloon is van beton bekleed met travertijn, een marmerachtige, poreuze kalksteen uit Toscane. Aan de voorzijde zijn vier geboeide mannenfiguren aangebracht met daarboven een vrouw met kind op de arm en een krans om het hoofd, met duiven die om haar heen vliegen. Rechts en links van de pyloon bevinden zich twee mannen met huilende honden.

Vier geboeide mannenfiguren

De vier geboeide mannen aan de voorkant staan voor de ellende van de oorlog. De twee mannen aan de zijkanten van de pilaar symboliseren het verzet; de linkerfiguur beeldt het verzet van de intellectuelen uit, de rechterfiguur het verzet van de arbeiders. De honden bij deze figuren verbeelden smart en trouw. De vrouwfiguur met het kind en de duiven symboliseert de overwinning, vrede en nieuw leven. Omhoogvliegende duiven op de achterzijde van de zuil verwijzen naar de bevrijding.

De Latijnse tekst op de voorzijde van het gedenkteken is van dr. J.D. Meerwaldt:

"Hic ubi cor patriae monumentum cordibus intus
quod gestant cives spectet ad astra dei."

"(Laat hier waar het hart van het vaderland is,
het monument dat burgers binnen in hun harten dragen,
naar de sterren van God kijken.)"

Gedenkmuur[bewerken]

Om de pyloon staat een gebogen gedenkmuur waarin elf urnen met aarde, afkomstig van fusillade- en erebegraafplaatsen uit de toenmalige elf provincies, en een urn met aarde van de erevelden uit het voormalig Nederlands-Indië zijn geplaatst. De tekst op deze muur luidt:

"Aarde, door het offer gewijd, samengebracht uit gans het land, teken tot in verren tijd van heugenis en vasten band."

Op de binnenkant van de gedenkmuur is een tekst van de Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst aangebracht, met belettering ontworpen door Jan van Krimpen:

"Nimmer, van erts tot arend, was enig schepsel vrij onder de zon,
noch de zon zelve, noch de gesternten.
Maar geest brak wet en stelde op de geslagen bres de mens.
Uit die eersteling daalden de ontelbaren.

Duchtend zijn hoge blik
deinsden hun zwermen binnen de wet terug
en werden volkeren en stonden elkander naar het leven,
onder nachtgewolkten verward treurspel, dat wereld heet.

Sindsdien werd geen mens vrij dan ontboden van boven zijn dak,
geen volk dan beheerst van boven zijn torens.
Blijve ons dat bij,
verlost als we werden uit het schrikbewind van een onderwereld.
Niet onbeheerst, doch enkel beheerst van boven de wereld
blijft vrijheid ons deel."

Geschiedenis[bewerken]

Het tijdelijke Nationaal Monument op de Dam in 1947 met de elf urnen van de fusilladeplaatsen

Vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog dienden twee voormalige Nederlandse militairen een voorstel in bij de gemeente Amsterdam voor de oprichting van een Nationaal Monument. Binnen twee jaar verklaarde het gemeentebestuur en de Nederlandse regering zich akkoord en bood de gemeente Amsterdam het Damplantsoen aan. Op de Dam verrees in afwachting van het uiteindelijke monument, in 1947 een tijdelijke kolomnade met daarin elf urnen met aarde van de fusilladeplaatsen uit de elf provincies en drie jaar later werd ook een urn geplaatst met aarde uit Nederlands-Indië. Dit monument was een ontwerp van A.J. van de Steur en Auke Komter.

Op hetzelfde ogenblik werd er ook geld ingezameld voor een monument dat mede door Heineken werd gefinancierd. Dat had dan in het Tweede Weteringplantsoen, tegenover het kantoor van Freddy Heineken en dicht bij de brouwerij, moeten verrijzen. Johannes Anton Rädecker werd aangetrokken om dit monument vorm te geven. Zijn schetsen, en die van andere beeldhouwers, werden in 1946 tentoongesteld in het Stedelijk Museum.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling besloot burgemeester Arnold Jan d'Ailly dat het monument op de Dam zou verrijzen ten koste van het plan in de Tweede Weteringplantsoen. Om geld in te zamelen verkocht de gemeente symbolisch de grond aan particulieren voor 50ct per cm³. Overigens was deze actie niet erg succesvol. Johannes Anton Rädecker werd nogmaals voorgedragen als ontwerper, maar werd opgedragen samen te werken met een architect. Dit werd J.J.P. Oud. Na vier jaar kregen Oud en Rädecker van de Centrale Commissie voor Oorlogs- en Vredesgedenktekens het groene licht om hun ontwerp uit te voeren.

Rädecker werd langzaam ziek, en zijn ontwerpen werden aangevuld door zijn zoon Jan Willem.[1] De onthulling van het monument vond plaats op 4 mei 1956, enkele maanden na de dood van Rädecker.[2]

In 1965 en 1998 werd het monument grondig gerestaureerd. In 1998 is het volledig gedemonteerd en delen ervan, zoals de beelden, de leeuwen en de topbekleding van de pyloon, zijn in Duitsland geïmpregneerd met acrylhars. De steensoort is in het Nederlandse klimaat onvoldoende weervast gebleken. De binnenkant van de pyloon dat oorspronkelijk uit baksteen bestond is vervangen voor beton.[3]

Op 15 oktober 2007 werd het bouwwerk in de Top 100 Nederlandse monumenten 1940-1958 geplaatst en werd bekend dat het Nationaal Monument de status van rijksmonument krijgt. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voegde het monument op 14 augustus 2009 toe aan de lijst van rijksmonumenten.

Damslapers[bewerken]

Mariniers sturen een man weg (1970)

Aan het eind van de jaren 60 van de 20e eeuw trokken hippies van heinde en verre naar het Nationaal Monument om er in de zomer in de open lucht te bivakkeren. Er verbleven er soms enkele honderden. Het verschijnsel had voor- en tegenstanders. Het Amsterdamse gemeentebestuur liet het aanvankelijk oogluikend toe, maar het leverde problemen op met betrekking tot de openbare orde en hygiëne. De Gemeente Amsterdam wilde in 1969 al een eind maken aan het slapen op de Dam, maar tegelijkertijd begon het gebruik ook meer en meer een toeristische bekendheid te krijgen. In 1970 verbood de gemeente het slapen op de Dam. Het verbod leidde echter direct tot rellen waarbij verschillende mensen gewond raakten. De volgende dag (25 augustus) veegden mariniers met een bliksemactie de Dam schoon. Het ging om een persoonlijke actie en hoewel het met sympathie werd aanschouwd door een groot deel van de bevolking, werd het afgekeurd door de marineleiding en minister president de Jong.

Zie ook[bewerken]

Video[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een monument voor de natie - Dedalo Carasso, tijdschrift Jong Holland jaargang 3, nr.1 maart 1987
  2. Broekhuizen, Dolf, De Stijl toen / J.J.P. Oud nu. De bijdrage van architect J.J.P. Oud aan herdenken, herstellen en bouwen in Nederland (1938-1963)", Rotterdam: NAi uitgevers, pp. 166-190. (ISBN: 90-5662-193-9)
  3. Gemeente Amsterdam, Nationaal Monument

Beluister

(info)