Olympus OM-2

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
OM-2, OM-2N
Olympus OM-2 with Zuiko 50mm f1.8.jpg
Fabrikant Olympus Optical Co., LTD. (tegenwoordig: Olympus Corporation)
Type kleinbeeldreflexcamera, verwisselbaar objectief, matglas en achterwand, DDL-lichtmeting direct vanaf het filmvlak (TTL direct OTF) bij open diafragma, systeemcamera
Objectief Verwisselbare Zuiko met Olympus OM-bajonet uit range van 8-1000 mm
Sluitertype Horizontaal aflopende spleetsluiter van rubberdoek
Sluitertijd Handmatig: 1/1000 - 1 s. + B, Automatisch: 1/1000 - 60 s. (OM-2) 1/1000 - 120 s. (OM-2N)
Zoeker Vast pentaprisma, verwisselbaar matglas (keuze uit 13 typen) en standaard voorzien van type 1-13 (fresnelringen en centrale instelwig met ring van microprismaraster), afbeeldingsmaatstaf zoeker: 0,92 met 50mm-objectief, zoekerbegrenzing 97%.
Continu-opnamen Via optionele winder of motordrive
Filmgevoeligheid 25 - 1600
Flitser X-synchronisatie tot 1/60 s. FP-synchronisatie van 1/60-1/1000 s., kabel- en (accessoire) middencontact, beide met X- en FP-synchronisatie. Automatische intensiteitregeling via centraal "TTL Direct OTF"-circuit van de camera.
Voeding 2 x 1,5V-zilverdioxide-knoopcel (LR-44 of equiv.)
Gewicht 522 g (kale body), 692 g (met 50mm f/1.8), 752 g (met 50mm f/1.4), afmetingen: 136 x 83 x 81 mm
Bron Olympus Folder 7.679.I.200B

De Olympus OM-2 is de tweede analoge spiegelreflexcamera uit het Olympus OM-programma die werd geproduceerd door Olympus Corporation in 1974.

Introductie[bewerken]

Olympus OM-1 compared to OM-2.jpg

Op de Photokina van 1974 presenteerde Olympus zijn tweede spiegelreflex systeemcamera uit de professionele "OM"-serie: de Olympus OM-2. Groot was de verwondering dat Olympus het voor elkaar had gekregen een automatische camera in de (voor die tijd) compacte behuizing van de OM-1 onder te brengen. De OM-2 bleek exact dezelfde afmetingen en modellering te hebben als de OM-1. Alleen het gewicht is een fractie hoger; 522 gram tegen 500 gram bij de OM-1 (kale body).

Ten opzichte van de OM-1 vertoont het uiterlijk de volgende verschillen (zie afbeelding): het “ASA-wiel” is gewijzigd in een stappenknop voor de belichtingscorrectie, het flitsschoentje heeft een extra contactpunt gekregen en aan de twee vaste standen van de “aan/uit”-schakelaar is een derde toegevoegd met het bijschift: "Auto".

In vergelijking tot de Olympus OM-1[bewerken]

De echte verschillen zitten echter in het inwendige van de OM-2. Bij bestudering daarvan wordt duidelijk dat de blauwdruk van ontwerper Yoshihisa Maitani (1933 - 2009) voor de OM-1 eigenlijk al van meet af aan die van de OM-2 is geweest. De extra onderdelen voor de aanvullende functionaliteit van de OM-2 bleken namelijk allemaal keurig op vooraf vrijgehouden plekken van de OM-1 te zijn ondergebracht. Na zijn introductie op de Photokina kwam de OM-2 in 1975 definitief op de markt. Tegelijkertijd verscheen de OM-1 in een nieuwe variant: de OM-1 MD, die net als de OM-2 geschikt was voor toepassing van een motordrive. Bezitters van een prille OM-1 konden hun camera voor een gering bedrag laten ombouwen tot een OM-1 MD.

TTL Direct "OTF" Lichtmeting[bewerken]

Voor die tijd was de OM-2 is een vrij bijzondere spiegelreflexcamera. Om te beginnen had men in de stand “manual”, een OM-1 in handen. Daarnaast was de OM-2 een halfautomaat met diafragmavoorkeuze en een continue sluitertijdenregeling van 1/1000 – 60 sec. (wat ten opzichte van de toenmalige concurrentie een zeer lange sluitertijd was). Maar het meest opvallende was de TTL Direct "OTF" (Trough The Lens Direct Of The Film) lichtmeting, destijds de meest significante prestatie van het OM ontwikkelteam.

TTL (flits)meting is al tientallen jaren gemeengoed bij de hedendaagse analoge en digitale camera’s. Maar een meting direct vanaf het aan het licht blootgestelde filmvlak, was toen zeer revolutionair. Pas rond het jaar 2000 wordt vergelijkbare technologie aangetroffen in de topmodellen van merken als Canon, Minolta, Nikon en Pentax. Dat neemt niet weg dat het IDM (Integrated Direct Metering, de moderne benaming voor "TTL Direct OTF") systeem van de OM-2, met zijn zeer hoge gevoeligheid van minus 5,5 elektronvolt tot op vandaag de dag nog steeds ongeëvenaard is.

Olympus OM-2 met zichtbaar random blokjespatroon "met het gewicht op het midden", op het eerste sluitergordijn. Later werd de OM-2(N) voorzien van een homogeen patroon, omdat dit toch een evenwichtiger belichting opleverde - iets waar men overigens geen ruchtbaarheid heeft gegeven.

Bij de OM-2 is de aangegeven belichtingstijd, door de analoge wijzernaald in de zoeker, slechts een indicatie voor de sluitertijd. De werkelijk toegepaste belichtingstijd wordt én dynamisch én real-time, tijdens het ontspanproces én gedurende opname vastgesteld. Zodra de spiegel is opgeklapt (pal voor het moment van belichten) begint het eerste sluitergordijn te openen. Gedurende het opengaan wordt het gereflecteerde licht verzameld door de twee silicium cellen, dat afkomstig is van én het opengaande sluitergordijn, én het stukje film dat reeds is blootgesteld aan het licht. Om deze reden is op de voorzijde van het eerste sluitergordijn een willekeurig blokjespatroon aangebracht dat bij iedere OM-2 uniek is. Zodra er voldoende licht is verzameld door de siliciumcellen (alsmede de film), wordt het tweede sluitergordijn losgelaten. Dit proces resulteert voor alle sluitertijden onder de 60ste seconde in het voorbijtrekken van een spleet langs de film. Mocht het eerste sluitergordijn geheel geopend zijn terwijl er nog onvoldoende licht op de film is gevallen, wordt er simpelweg doorgemeten en doorbelicht. Pas bij voldoende licht sluit het tweede gordijn, waarbij de belichtingstijd kan oplopen tot 60 sec. Het bijzondere van deze meetmethode is dat eenvoudig ingespeeld wordt op veranderende lichtomstandigheden tijdens de belichting. Dit ontspanproces is goed te zien op het volgende YouTube filmpje

De continue IDM belichtingstechniek van de OM-2 werkt ook met winder of motordrive, waardoor voor elk beeld in de opnamereeks steeds opnieuw de belichtingstijd wordt vastgesteld. Uniek in een periode waarbij alle automatische camera’s de belichtingtijd in geheugen opsloegen en tijdens de werkelijke opname (of motordrive opnamereeks), geen correcties meer toepasten.

Flitsopnamen[bewerken]

Het gecentraliseerde lichtmeet- en regelsysteem van de OM-2 wordt ook gebruikt voor de aansturing van de bij de OM serie behorende flitsers. Hierbij wordt de flitsintensiteit vastgesteld op basis van dezelfde “TTL Direct OTF” techniek. Wanneer een OM-2 een OM compatible flitser “ziet”, wordt automatisch een synchronisatietijd van 1/60ste gekozen.

1e Opvolger: OM-2N[bewerken]

Betaalbare (en daarmee in der tijd gangbare) OM configuratie: met Winder II, Bounce Grip en T-32 Flitser, hier opgebouwd rond een Olympus OM-2N Black

Na de introductie van de OM-2 bleef de camera (samen met de OM-1) tot aan 1979 ongewijzigd. In de loop van 1979 ondergingen beide OM-camera’s wat kleine wijzigingen, wat tot uitdrukking werd gebracht door een aanpassing van de typeaanduiding in resp. OM-1N en OM-2N. Bij de “N“-typen kwam er in de viewfinder een waarschuwing voor belichtingscompensatie. Ook was de constructie van het sluitergordijn gewijzigd, omdat de “niet-N“-type camera’s wat krap aan de 1/1000ste sec. kwamen. Verder werd de maximale automatische belichtingstijd van de OM-2 opgeschroefd van 60 naar 120 sec. onafhankelijk van de ASA-instelling (bij de OM-2 was het 1 minuut bij ASA 100), hoewel in de praktijk de camera nog langer kon belichten (wel tot 240 sec.). Ook was de status van de flitser nu zichtbaar in de zoeker, werd de belichtingstijd automatisch op 1/60e ingesteld bij gebruik van een "T"-flitslicht en werd wederom duidelijk wat het voordeel was van een verwisselbare flitsschoen, waardoor bezitters van de oude OM-camera’s toch de nieuwe reeks flitsers konden gebruiken.

Gelijk in dat jaar (’79) kwam de meer betaalbare Olympus OM-10 op de markt die nog wel “TTL Direct OTF” OM-technologie bezat maar verder gezien mag worden als een sterk vereenvoudigde OM-2 en waarmee Olympus mikte op een groter publiek. De OM-10 heeft geen verwisselbaar matglas en flitsschoentje en de maximale automatische belichtingstijd werd teruggebracht van 120 naar 10 seconden.

2e Opvolger: OM-2SP[bewerken]

De OM-2N bleef in productie tot in 1984 en werd in dat jaar vervangen door de OM-2Spot Program. Die sloeg wat minder aan, maar vormde wel de - zij het wat moeizame - aanloop naar de weer meer succesvolle, maar dure Olympus OM-4Ti. In 1987 en 1988 viel uiteindelijk het doek voor resp. de OM-1N en de OM-2Spot Program.

Zie ook[bewerken]