Onkostenvergoeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een onkostenvergoeding (of kostenvergoeding) is een vergoeding die vooral werkgevers aan hun werknemers kunnen toekennen ter compensatie van kosten die werknemers maken bij de uitoefening van hun functie. Zo krijgen veel werknemers van hun werkgever een onkostenvergoeding voor hun woon-werk verkeer. Vaak is dit bedoeld als tegemoetkoming in de kosten, en niet per se bedoeld om de onkosten geheel te vergoeden. Bij zakenreizen wordt de onkostenvergoeding vaak op basis van declaratie betaald. Dan wordt juist wel precies de gemaakte kosten vergoed.

Hetgeen hierboven voor reiskosten is gesteld, geldt in het algemeen voor allerlei soorten kosten die vooral werknemers kunnen maken. De fiscale gevolgen van kostenvergoedingen zijn vaak belangrijk. De vraag die hierbij vooral speelt, is of over de kostenvergoeding loonbelasting en sociale premies verschuldigd zijn. Het antwoord op die vraag verschilt van land tot land. In Nederland zijn kostenvergoedingen onder omstandigheden vrijgesteld voor alle zogenoemde loonheffingen.

Vrijwilligerswerk in Nederland[bewerken]

Organisaties in Nederland die met vrijwilligers werken, kunnen hen een vergoeding geven voor de kosten die de vrijwilligers maken voor het vrijwilligerswerk, zoals reiskosten. De organisatie is niet verplicht om een onkostenvergoeding te geven. Verder mogen organisaties zelf beslissen hoe hoog deze vergoeding is. Dit kan een vast bedrag zijn, een vergoeding voor de werkelijk gemaakte kosten of beide.

Heeft men een vaste vergoeding ontvangen voor vrijwilligerswerk, dan hoeft men hierover geen belasting en sociale premies te betalen indien voldaan wordt aan de volgende twee voorwaarden:

1. De vergoedingen zijn betaald door een niet-commerciële instelling (bijvoorbeeld een sportvereniging)op een publiekrechtelijk lichaam (overheidsorgaan). Deze regeling geldt niet voor organisaties die in de vorm van een BV of NV worden geëxploiteerd.

2. Het bedrag was niet hoger dan 735,- euro per jaar of 21,- euro per week gedurende maximaal 35 weken. Dit noemt men de forfaitaire vergoeding.

Wanneer u de maximale vaste vergoeding en daarboven op een vergoeding van werkelijk gemaakte en aantoonbare kosten hebt ontvangen, komt u niet meer in aanmerking voor vrijstelling van belasting- en premieheffing. U moet dan aangifte doen op uw P-biljet. Het volledig bedrag wordt dan belast als 'inkomsten uit werkzaamheden die niet in dienstbetrekking zijn verricht'

Belastingen: Een onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk kan nog hoger zijn, maar dan moeten de gemaakte hogere kosten ook aangetoond kunnen worden. Niet alle instellingen willen dat betalen. Is het een vergoeding op basis van werkelijk gemaakte een aantoonbare kosten, dan hoeven er hierover geen premies en belastingen te worden betaald. Dus de onkostenvergoeding hoeft niet op de inkomstenbriefje te worden vermeld.