Oorlog in Nagorno-Karabach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oorlog in Nagorno-Karabach (1988-1994)
Azerbeidzjaanse vluchteling uit de Armeens-bezette zone van Azerbeidzjan.
Azerbeidzjaanse vluchteling uit de Armeens-bezette zone van Azerbeidzjan.
Datum 20 februari 198812 mei 1994
Locatie Nagorno-Karabach, Azerbeidzjan.
Resultaat Nagorno-Karabach is een de facto onafhankelijke republiek, maar is de jure onderdeel van Azerbeidzjan. Ook gebieden eromheen zijn onder Armeense controle.
Strijdende partijen
Vlag van Armenië Armenië
Flag of Nagorno-Karabakh.svg Nagorno-Karabach
Vlag van Rusland Russische 366e gepantserde regiment[1][2]
Vlag van Azerbeidzjan Azerbeidzjan
Vlag van Afghanistan Afghaanse moedjahedien [3]
Flag of Chechen Republic of Ichkeria.svg Tsjetsjeense rebellen
Commandanten
Flag of Nagorno-Karabakh.svg Samvel Babaian
Flag of Nagorno-Karabakh.svg Monte Melkonian
Vlag van Armenië Hemayag Haroian
Vlag van Armenië Vazgen Sargisian
Vlag van Armenië Arkady Ter-Tatevosian
Flag of the CIS.svg Anatoly Zinevich
Vlag van Rusland Seyran Ohanyan, bevelhebber van Russische 366e gepantserde regiment[4]
Vlag van Azerbeidzjan İsgandar Hamidov
Vlag van Azerbeidzjan Suret Huseinov
Vlag van Azerbeidzjan Rahim Gaziev
Flag of Chechen Republic of Ichkeria.svg Sjamil Basajev [5]
Troepensterkte
20,000 (NK, bevat 8.000 uit Armenië)
20,000 (Armenië)[6]
42,000 (36.000 in het leger, 1.600 in de luchtmacht) [6]
Verliezen
4.592 doden,
20.000 gewonden,
400.000 vluchtelingen.
20.000 doden,[5]
30.000 gewonden,
800.000 ontheemden.[7]

De Oorlog in Nagorno-Karabach was een gewapend conflict tussen Nagorno-Karabach, dat naar zelfbeschikking streeft (volstrekte onafhankelijkheid van Azerbeidzjan ofwel aansluiting bij Armenië), en Azerbeidzjan, dat deze regio onder volledige zeggenschap wil hebben. De wortels van het conflict gaan terug tot het begin van de 20e eeuw. In februari 1988 escaleerde het conflict geleidelijk tot een daadwerkelijke oorlog tussen Azerbeidzjan en Nagorno-Karabach, waarbij Armenië vanaf het begin hulp leverde aan de laatste en sinds 1993 zelf ook betrokken raakte bij het conflict. [8][9][10][11]

Momenteel is Nagorno-Karabach de facto onafhankelijk van Azerbeidzjan, maar is internationaal niet erkend. De meeste landen van de wereld rekenen deze regio de jure (formeel) tot het grondgebied van Azerbeidzjan. Sinds 1994 onderhandelen Armenië en Azerbeidzjan over de toekomstige status van het gebied.

Juridische en historische conceptie van het conflict[bewerken]

Bij de oorlog in Nagorno-Karabach, staan het zelfbeschikkingsrecht van een volk en de territoriale integriteit van een staat tegenover elkaar. Formeel behoort Nagorno-Karabach tot het grondgebied van Azerbeidzjan. Maar de Azerbeidzjaanse autoriteiten hebben momenteel geen enkele zeggenschap over Nagorno-Karabach. De facto gedraagt Nagorno-Karabach zich als een onafhankelijke republiek, waarbij sprake is van Armeense invloed op het bestuur[12]. In de oorlog van 1991-1994 hebben de Armeniërs van Nagorno-Karabach inmiddels niet alleen de voormalige autonome oblast gefortificeerd, maar ook de omstreken bezet, om zo verbinding te krijgen met Armenië[8] en een veiligheidsgordel te vormen[13]. Als vergelding voor het bezet houden van Azerbeidzjaans grondgebied, houden Azerbeidzjan en bondgenoot Turkije de grenzen met Armenië en Nagorno-Karabach gesloten.[12]

Warning icon.svg De neutraliteit van dit gedeelte wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Armenië, Nagorno-Karabach en Azerbeidzjan. Het gebied van de voormalige Nagorno-Karabachse autonome oblast omlijnd met rood. Het gebied onder de feitelijke jurisdictie van de rebuliek Nagorno-Karabach in het bruin.

Volgens Strabo en middeleeuwse Armeense kronieken waren de Armeniërs al in de Oudheid dominant in dit gebied[14]. Armeense prinselijke dynastieën hebben door de eeuwen heen succesvol het gezag uitgeoefend in Nagorno-Karabach en bleven een lange tijd soeverein[15]. De geschiedenis van de oorspronkelijk Turkse minderheid van Nagorno-Karabach gaat daarentegen niet langer terug dan tot het begin van de 18e eeuw; zij kwam hier met name onder het Karabachkanaat[9]. In 1805 werd Karabach geannexeerd door het Russische Rijk, bekrachtigd met de Vrede van Gulistan in 1813. Van een stabiele Russische overheersing kon er evenwel alleen na de Tweede Russisch-Iraanse oorlog (1826-1828) sprake zijn.

Ontstaan van het conflict[bewerken]

Bestuurlijke indeling van de Kaukasus onder het Russische Rijk in de periode van 1905-1917. Nagorno-Karabach maakte deel uit van het Elizavetpolgouvernement (rood).

In het Russische Rijk was het gebied van het huidige Armenië en Azerbeidzjan van 1905 tot 1917 bestuurlijk ingedeeld in drie gouvernementen: het Jerevan-, het Elizavetpol- en het Bakoegouvernement. Toen Armenië en Azerbeidzjan op 28 mei 1918 de onafhankelijkheid uitriepen, ontstonden al gauw moeilijkheden wat betreft de bepaling van de grenslijn tussen de nieuwe republieken. Een belangrijke factor hierbij was de gemengde etnische samenstelling van veel streken. Zo woonden er veel Azerbeidzjanen in het Jerevangouvernement (met name in Nachitsjevan) en veel Armeniërs in het Bakoegouvernement (vooral in de hoofdstad Bakoe).


Herleving van het conflict in 1988[bewerken]

In februari 1988 verzocht het regionale bestuur van Nagorno-Karabach aan de Opperste Sovjet van Azerbeidzjan en Armenië om in te stemmen met een overdracht van het gebied aan Armenië. Zij meenden dat de Armeense bewoners van het gebied onder het bestuur van Haidar Alijev te weinig rechten hadden. In de Sovjet-Unie voerde Michail Gorbatsjov een politiek van glasnost en perestrojka, waardoor de autoriteiten van Nagorno-Karabach hun verzoek legitiem achtten. Het verzoek werd echter afgewezen door de Azerbeidzjaanse regionale autoriteiten en door de federale Sovjet autoriteiten. Dit leidde tot massale demonstraties in de Armeense hoofdstad Jerevan en in Nagorno-Karabach zelf. Azerbeidzjanen begonnen Armenië te verlaten en er gingen geruchten dat deze vluchtelingen onderweg werden aangevallen. Dit vormde de aanleiding voor drie dagen anti-Armeens geweld in de Azerbeidzjaanse stad Soemgait. Officiële cijfers spraken van 32 doden, waarvan 26 Armeniërs, maar de Armeniërs schatten het aantal slachtoffers aanzienlijk hoger in. Door de pogrom van Soemgait kreeg Azerbeidzjan in de media al snel de schurkenrol toebedeeld. In werkelijkheid maakten beide partijen zich schuldig aan geweld tegen burgers en vluchtelingen, soms 'spontaan’ en soms georganiseerd.

Gorbatsjov reageerde door te verklaren dat artikel 78 van de constitutie het onmogelijk maakte dat het grondgebied van Sovjet-republieken zou worden gewijzigd zonder de instemming van de betrokken republieken (in dit geval van Azerbeidzjan). Hij vreesde dat toegeven aan de wens van Nagorno-Karabach een precedent zou scheppen, en bood het gebied daarom geen gelegenheid om zich aan te sluiten bij Armenië. Daardoor liepen de spanningen verder op. Dit ontaardde tenslotte in etnische zuiveringen, zowel in de Nagorno-Karabach als in Armenië en in Azerbeidzjan. In september 1988 werden er Sovjet-troepen naar het gebied gestuurd.

In januari 1990 riepen de Sovjetautoriteiten de noodtoestand uit, na een nieuwe pogrom in Bakoe. Dat jaar stond in het teken van gevechten in verschillende steden in Azerbeidzjan, waar troepen uit Armenië, Azerbeidzjan en de Sovjet-Unie bij betrokken waren.

Operatie Ring[bewerken]

In april 1991 werd er voor het eerst groot militair materieel ingezet. Daardoor wordt 1991 ook wel eens genoemd als jaar waarin het conflict werkelijk begon, in plaats van 1988. De door Armeniërs bevolkte dorpen Getasjen en Martunasjen werden vernietigd, nadat de bevolking opdracht had gekregen te vertrekken en documenten moest ondertekenen waarin stond dat het vertrek vrijwillig was. Lang niet alle bewoners wisten aan de vernietiging te ontkomen, er vielen veel slachtoffers. Een periode van openlijk grootscheeps geweld in het conflict was hiermee aangebroken. De autoriteiten in Azerbeidzjan verdedigden het geweld, en zeiden dat de massale volksverhuizingen de vrijwillige keus van de Armeense bevolking waren en daarom geen punt van zorg.

Onafhankelijkheid[bewerken]

In het voorjaar van 1991 werd in de Sovjet-Unie een referendum uitgeschreven over de vraag of de verschillende republieken een eenheid zouden blijven. Verschillende republieken, waaronder Armenië, boycotten dit referendum. Op 2 september 1991 verklaarde Nagorno-Karabach zich onafhankelijk, drie weken later gevolgd door Armenië en op 18 oktober 1991 door Azerbeidzjan.

Hoewel het in 1991 niet meer direct de bedoeling van Nagorno-Karabach was om deel uit te gaan maken van Armenië werd het gebied toch te hulp geschoten door de Armeense strijdkrachten toen Azerbeidzjan zich gewapenderhand verzette tegen de onafhankelijkheid van het gebied. De gevechten waren hevig, mede doordat er wapens uit het Sovjetarsenaal beschikbaar waren. Het gevolg was een vluchtelingenstroom die twee kanten op trok: de meeste Azerbeidzjaanse inwoners verlieten het gebied, Armeense vluchtelingen uit Azerbeidzjaanse gebieden trokken er juist naartoe.

Aanvankelijk stond Azerbeidzjan er in militair opzicht veel beter voor dan Armenië. Ten tijde van de Koude Oorlog had de Sovjet-Unie Armenië bedoeld als frontgebied, mocht er een aanval komen vanuit Turkije. Armenië zelf was daardoor voorzien van een klein leger, terwijl Azerbeidzjan over veel meer materieel beschikte. Intussen was de Sovjet-Unie echter uit elkaar gevallen. In het gebied achtergebleven Sovjet-troepen verkochten hun materieel voor een appel en een ei, waardoor beide partijen in korte tijd kon beschikken over een ruim arsenaal aan wapens, munitie en vervoermiddelen. Beide landen kregen ook buitenlandse steun. Azerbeidzjan werd door verschillende Arabische landen gesteund, en ook door Turkije en Israël. Armenië kreeg steun uit Rusland, aanvankelijk in het geheim maar later meer openlijk.

De Sovjettroepen hadden zich overigens slechts tijdelijk teruggetrokken uit het gebied. In februari 1992 keerden deze troepen, nu in het kader van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, terug naar Nagorno-Karabach. Zij maakten een hoofdkwartier in Stepanakert, met de bedoeling de rust in het gebied te handhaven.

Offensieven van Nagorno-Karabach[bewerken]

Bloedbad van Chodzjali[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Bloedbad van Chodzjali voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Armenië kon het gebied uitsluitend bereiken door gebruik te maken van het vliegveld van het stadje Chodzjali (zeven kilometer ten noorden van Stepanakert): het enige vliegveld in Nagorno-Karabach. In februari 1992 begonnen Armeense troepen een offensief om de controle over dit stadje te krijgen.

Volgens Azerbeidzjan en volgens organisaties als Human Rights Watch begon na de inname van Chodzjali een slachting waarbij honderden slachtoffers vielen. Het 366e Russische gemotoriseerde regiment zou assistentie verleend hebben. Door koude en honger vielen andere slachtoffers onder vluchtelingen die wisten te ontkomen. Volgens Armenië echter vielen er uitsluitend slachtoffers onder de verdedigers van het dorp. Burgerslachtoffers vielen volgens Armenië doordat burgers zich mengden onder de verdedigers. Ook verklaarde Armenië dat burgers konden vluchten via een humanitaire corridor, en dat ze in die corridor juist door Azerbeidzjaanse troepen werden gedood. Armenië verdedigde de aanval met het argument dat vanuit Chodzjali beschietingen werden uitgevoerd op Stepanakert, die na de aanval stopten.

Twee maanden later viel Azerbeidzjan het Armeense dorp Maragha aan, bij wijze van wraakoefening. Armeense bronnen zeggen dat hier soortgelijke taferelen zich afspeelden, hetgeen door de Azerbeidzjaanse zijde wordt ontkend.

De val van Şuşa[bewerken]

De beschietingen op Stepanakert vanuit Chodzjali waren na de aanval op Chodzjali gestopt. Maar vanuit Şuşa (zeven kilometer ten zuiden van Stepanakert) werden er wel aanvallen op de stad uitgevoerd. Şuşa lag op een strategisch voordelige plek, en beschietingen vanuit dat stadje leverden grote schade op in Stepanakert.

In mei 1992 omsingelden Armeense troepen Şuşa. Deze keer werd er merkbaarder werk gemaakt van een veilige aftocht voor de burgers. Daarna viel Şuşa na een hevig gevecht tussen Armeense en Azerbeidzjaanse troepen, waarbij beide zijden ongeveer 100 man verloren.

De val van de stad betekende een belangrijk strategisch verlies voor Azerbeidzjan. Het was ook een grote slag voor het moreel van de burgers van Azerbeidzjan, vanwege de historische waarde van de stad. De val van Şuşa betekende de eerste grote overwinning voor Armenië sinds het begin van het conflict in 1988. Maar ook betekende het dat Turkije zich genoodzaakt voelde om Azerbeidzjan te hulp te schieten.

Lachin[bewerken]

Een nieuw verlies voor Azerbeidzjan dat jaar was de val van Lachin. Deze stad lag in de smalle corridor tussen Armenië en Azerbeidzjan. De stad was slecht verdedigd en hij viel snel in Armeense handen, die daardoor een toegang over land kregen naar Nagorno-Karabach.

De val van Lachin leidde tot grote onvrede bij de bevolking van Azerbeidzjan, die tegen de regering in protest kwam.

Azerbeidzjaanse offensieven[bewerken]

Op 12 juni 1992 begon Azerbeidzjan een groot offensief in het noorden van Nagorno-Karabach, dat op dat moment relatief slecht verdedigd werd. Verschillende door Armeense troepen gecontroleerde gebieden werden terugveroverd. Een grote nieuwe vluchtelingenstroom was het gevolg. Een deel van de strijders aan Azerbeidzjaanse zijde bestond uit Russen, en dat was ook aan de Armeense zijde het geval. Het strijdtoneel was zeer onoverzichtelijk geworden.

Eind juni was er weer een Azerbeidzjaans offensief gepland, dit keer tegen de stad Martuni in het zuidoosten van Nagorno-Karabach. Armeense troepen raakten echter op de hoogte, en verdedigden zich fel.

Wapenstilstand[bewerken]

In mei 1994 werd een akkoord bereikt tussen de strijdende partijen (het zogenaamde Bishkek Protocol). Sindsdien is sprake van een wapenstilstand tussen Armenië en Azerbeidzjan. Hoewel de militaire grenzen onveranderd zijn gebleven, vinden incidenteel nog schendingen plaats van het staakt-het-vuren.

Onder supervisie van de OVSE wordt er al jaren gezocht naar een oplossing voor de impasse rond de enclave in de zogenaamde Minskgroep, onder gezamenlijk voorzitterschap van Frankrijk, de Verenigde Staten en de Russische Federatie. Deze oplossing is echter nog steeds niet gevonden. Op 14 augustus 2002 vond in Sadarak de laatste bilaterale ontmoeting plaats tussen de presidenten van Armenië en Azerbeidzjan. Daarbij waren de voorzitters van de Minskgroep niet aanwezig. Op 6 oktober 2002 spraken de presidenten nog eens met elkaar tijdens de GOS-top in Moldavië en op 21 november 2002 ontmoetten zij elkaar tijdens de NAVO-top in Praag. Daarna heeft er geen ontmoeting meer plaatsgevonden. De geschilpunten in de onderhandelingen liggen op het gebied van de status van de enclave, de Armeense terugtrekking uit de bezette gebieden, de corridors door Azerbeidzjan naar Nagorno-Karabach, de status van de exclave Nachitsjevan en de terugkeer van vluchtelingen naar de gebieden waaruit zij verdreven waren.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Small Nations and Great Powers: A Study of Ethnopolitical Conflict in the Caucasus By Svante E. Cornell
  2. Bloodshed in the Caucasus: escalation of the armed conflict in Nagorno Karabakh, vol. 1245 of Human rights documents, Human Rights Watch, 1992, p. 24
  3. Cooley .: Unholy Wars: Afghanistan, America and International Terrorism. London: Pluto Press. ISBN 0-7453-1917-3.
  4. de Waal. Black Garden, p. 167.
  5. a b Thomas de Waal (2003). Black Garden: Armenia and Azerbaijan Through Peace and War. New York: New York University Press. ISBN 0-8147-1945-7.
  6. a b Levon Chorbajian, Patrick Donabédian, Claude Mutafian The Caucasian knot: the history & geopolitics of Nagorno-Karabagh. Zed Books, 1994, p. 14. ISBN 978-1-85649-288-1.
  7. The Central Intelligence Agency. The CIA World Factbook: Transnational Issues in Country Profile of Azerbaijan.
  8. a b United States Institute of Peace Nagorno-Karabakh: Searching for a Solution. Foreword
  9. a b United States Institute of Peace Sovereignty after Empire. Self-Determination Movements in the Former Soviet Union. Hopes and Disappointments: Case Studies
  10. Human Rights Watch Playing the "Communal Card". Communal Violence and Human Rights
  11. Human Rights Watch The former Soviet Union. Human Rights Developments
  12. a b Ministerie van Buitenlandse Zaken, Algemeen ambtsbericht Armenië 2006, p. 24.
  13. NKR office in Washington DC. Nagorno Karabakh Conflict. Facts and Evidence. Part 1
  14. Svante Cornell, The Nagorno-Karabakh Conflict. Uppsala University: Report no. 46, Department of East European Studies, p. 4.
  15. A Memorandum Prepared by the Public International Law and Policy Group, "The Nagorno Karabagh Crisis: A Blueprint for Resolution", juni 2000, p. 4.