Otto Willem van Bourgondië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Otto Willem
962-1026
Graaf van Mâcon
Periode 982-1002
Voorganger Alberik III
Opvolger Gwijde I
Paltsgraaf van Bourgondië
Periode 986-1026
Voorganger nieuw
Opvolger Reinoud I
Hertog van Bourgondië
Periode 1002-1004
Voorganger Hendrik I
Opvolger Robert
Vader Adelbert I van Ivrea
Moeder Gerberga van Dijon

Otto-Willem van Bourgondië (962 - Dijon, 21 september 1026) was een zoon van Adelbert I van Ivrea en Gerberga van Dijon, die hertrouwde met hertog Hendrik I van Bourgondië.

In zijn jonge jaren was hij een gevangene aan het hof van Otto I de Grote die zijn vader en zijn grootvader had verslagen. In 982 werd hij paltsgraaf van Bourgondië en door zijn huwelijk graaf van Mâcon. In 986 werd hij graaf van het gebied dat zijn ouders voor hem rond Dole hadden gevormd.

Na de dood van zijn stiefvader in 1002, wierp hij zich op als hertog van Bourgondië, maar in 1004 annexeerde koning Robert het hertogdom Bourgondië bij Frankrijk. Zijn andere titels en bezittingen wist hij echter te behouden. In 1004 deed hij een schenking aan de abdij van Saint-Bénigne (tegenwoordig de kathedraal) te Dijon, voor het zielenheil van zijn moeder, zijn stiefvader en zijn vrouw. In 1006 nam hij deel aan een opstand tegen keizer Hendrik II de Heilige toen die door Rudolf III van Bourgondië tot zijn erfgenaam was benoemd. Otto-Willem is begraven in de abdij van Saint-Bénigne.

Otto-Willem trouwde in 982 met Ermentrudis van Roucy (959 - 5 maart 1004), de weduwe van Alberik II van Mâcon, dochter van Ragenold van Roucy en Alberada van Lotharingen (dochter van Giselbert II van Maasgouw en Gerberga van Saksen). Zij kregen de volgende kinderen:

Otto hertrouwde voor 1016 met Adelheid, dochter van Fulco II van Anjou, en was haar vijfde echtgenoot.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Otto Willem van Bourgondië
Overgrootouders Adalbert van Ivrea (875-924)

Gisela (880-910)
Boso III van Arles (885–936)

Willa van Bourgondië (865-924)
Robrecht van Autun (–)

Ingeltrudis (-)
Robert I van Meaux (910–966)

Adelheid van Chalon (928-987)
Grootouders Berengarius II (900-966)

Willa III van Toscane (912-970)
Lambert I van Chalon (–987)

Adelheid van Chalon (-)
Ouders Adelbert I van Ivrea (932-971)
∞ 960
Gerberga van Dijon (940-991)