Thomas Beecham

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sir Thomas Beecham

Thomas Beecham (St. Helens, 29 april 1879 - Londen, 8 maart 1961) was een Britse dirigent. Hij heeft zijn hele leven een grote invloed gehad op de klassieke muziek in het Verenigd Koninkrijk.

1879 tot 1900[bewerken]

Hij werd opgevoed in de omgeving van Huyton, dat nu in Merseyside ligt. Zijn vader was Sir Joseph Beecham (1848-1916). Via hem erfde hij een niet adellijke titel: 2nd Baronet (zijn vader was 1st Baronet). Hij ging daar naar school (Rossall School)) en daarna naar het Wadham College in Oxford (de muziekkamer is nu naar Beecham genoemd). Zijn muzikale kwaliteiten kwamen naar boven in 1899, toen hij het Hallé Orchestra dirigeerde in St. Helens. Hij studeerde nog compositie bij Charles Wood om zich geheel toe te leggen op componeren, maar vond uiteindelijk zijn roeping in dirigeren.

1900-1931[bewerken]

Vanaf 1906 dirigeerde hij regelmatiger; in eerste instantie werkte hij met het New Symphony Orchestra (dat niet door hem opgericht is) en dan vanaf 1908 met zijn eigen orkest, het Beecham Symphony Orchestra. Hij drong al snel door tot het Royal Opera House van Covent Garden en speelde toen vaak opera’s die nog niet bekend waren in Engeland van onder andere van Richard Strauss, Der Rosenkavalier, Ariadne and Naxos en Feuersnot. Gedurende de Eerste Wereldoorlog streefde hij ernaar de klassieke muziek (soms ook onbetaald) levend te houden in Londen en Manchester (ook hier probeerde hij een Operazaal te stichten). De situatie werd moeilijk toen zijn vader overleed en dat vergezeld ging met financiële perikelen. Hij kwam pas weer terug in de muziekwereld in 1923. In 1929 gaf hij op een festival een serie concerten rond composities van Frederick Delius.

1932-1943[bewerken]

In 1932 richtte hij zijn tweede orkest op: Het London Philharmonic Orchestra. Met dit orkest bereikte hij grote hoogten zowel op symfonische als opera gebied. Zij maakten ook plaatopnamen, die nu nog voor klassiek doorgaan (voor Columbia Records). In 1936 gingen zij samen op tournee in nazi-Duitsland. Het was een controversiële tournee. Beecham liet zich niet weerhouden door klachten als zou het bezoek als propaganda gebruikt kunnen worden. Hij stemde echter wel toe, dat er geen werk van Felix Mendelssohn uitgevoerd zou worden; de nazi's bestempelden deze componist als joods (hoewel hij bekeerd was tot het christendom). Een van de concerten werd zelfs bijgewoond door Adolf Hitler zelf. Beecham verliet in 1940 het Verenigd Koninkrijk, omdat er een grote oorlogsdreiging was. Hij vluchtte naar Australië waar hij de Sydney Symphony dirigeerde en daarna naar Noord-Amerika. Hij werd muzikaal leider van het Seattle Symphony Orchestra en dirigeerde het New York Philharmonic Orchestra, de Metropolitan Opera, en vele andere orkesten.

1944-1961[bewerken]

In 1944 kwam Beecham terug naar Engeland en richtte toen het Royal Philharmonic Orchestra op. Hij ging nog terug naar de VS in 1949 en hij maakte opnamen met het studio-orkest Columbia Symphony Orchestra (grotendeels gevuld met New Yorkse musici). In 1952 maakte hij opnamen met het Philadelphia Orchestra.

Privé-leven[bewerken]

Hij trouwde drie keer. Zijn eerste vrouw Utica Celestia Welles in 1903, met de scheiding in 1943. Daarna trouwde hij al snel met de Engelse pianiste Betty Humby (zij overleed in 1958). In 1959 trouwde hij zijn voormalige secretaresse Shirley Hudson, die hij via het Royal Philharmonic Orchestra leerde kennen.