Toxoplasmose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Toxoplasmose
Toxoplasma gondii tachyzoïet
Toxoplasma gondii tachyzoïet
Coderingen
ICD-10 B58
ICD-9 130
DiseasesDB 13208
MedlinePlus 000637
eMedicine med/2294
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Toxoplasmose is een ziekte veroorzaakt door een microscopisch kleine, eencellige parasiet, Toxoplasma gondii, die vele dieren aantast maar in katachtigen een seksuele voortplantingscyclus heeft. De ziekte wordt daarom wel eens 'kattenziekte' genoemd maar dit is minder gewenst omdat deze naam ook wordt gebruikt voor parvovirose bij katten, een (voor katten) zeer gevaarlijke virusziekte, die niets met toxoplasmose te maken heeft.

Toxoplasma, de naam verwijst naar de boogvorm van de parasiet (toxon = boog). De ontwikkelingscyclus van de parasiet bestaat uit twee delen: seksueel en aseksueel.

Toxoplasmaparasieten komen met name voor in de uitwerpselen van een kat en in vlees van onder meer varkens, geiten en schapen. Men kan met deze parasiet in contact komen door:

  • De kattenbak te verschonen als daar jonge katten in hebben gepoept. Alle katten raken ermee besmet, maar ze scheiden alleen cysten uit gedurende een paar weken na de eerste besmetting; de cysten worden pas na 48 uur buiten het lichaam te hebben vertoefd infectieus. Normale hygiëne en geregeld verschonen zijn voldoende om besmetting te voorkomen.
  • Tuinieren.
  • Rauw of onvoldoende verhit vlees (bijvoorbeeld van de barbecue) te eten.
  • Ongewassen groenten te eten (risico op besmetting met mest van besmette dieren).
  • Zandbakken waar ook katten in komen.

Na een primaire infectie ontstaat een levenslange immuniteit die gebaseerd is op pre-immuniteit, dat wil zeggen zolang er sprake is van een voortdurende latent aanwezige infectie. Bij immuno-incompetente personen kan een latent aanwezige infectie opleven en ernstige symptomen met zich meebrengen.

De seksuele ontwikkelingscyclus van de parasiet[bewerken]

Deze vindt uitsluitend plaats in de kat of katachtige (= eindgastheer). De kat wordt besmet door ingestie van infectieuze oöcysten of weefselcysten van prooidieren. In de epitheelcellen van de dunne darm ontstaan uit de gametocyten weer oöcysten, die via de kattenfeces in het milieu terechtkomen. De kat is de eindgastheer en produceert gedurende hooguit 2 weken oöcysten. De oöcysten zijn pas infectieus na een rijpingsfase (sporulatie); deze duurt in een gematigd klimaat zoals in Nederland zo'n 2 tot 3 dagen. De oöcysten zijn erg resistent en kunnen meer dan een jaar infectieus blijven onder warme en vochtige omstandigheden. Infecties bij katachtigen zijn meestal symptoomloos, hoewel ook symptomatische infecties zijn beschreven.

De aseksuele ontwikkelingscyclus van de parasiet[bewerken]

Deze kan in elk type cel van de tussengastheer plaatsvinden (de mens, maar ook een grote variëteit aan dieren), behalve in de rode bloedcellen. Het actieve stadium van de parasiet is de tachyzoïet. Deze komt na ingestie vrij uit de oöcyste of uit de weefselcyste, dringt de gastheercel binnen en deelt intracellulair. Het delingsproces gaat door tot de gastheercel barst. De vrijgekomen tachyzoïeten dringen direct weer nieuwe cellen binnen en beginnen opnieuw met delen. Door een nog niet geheel begrepen mechanisme ontstaat na enige tijd een omslag in dit proces en ontstaan weefselcysten. Deze bevatten bradyzoïeten, dat wil zeggen een veel trager stadium van de parasiet met een zeer laag stofwisselingsniveau en slechts weinig deling. De weefselcysten variëren in grootte (tot 200 μm) en bevatten wisselende aantallen parasieten, variërend van enkele tot 3000 bradyzoïeten.

Bij de mens vindt alleen de aseksuele cyclus plaats. Eén tot 2 weken na infectie komt de vorming van weefselcysten (met daarin bradyzoïeten) tot stand. De cysten kunnen zich in elk weefsel bevinden en handhaven, maar de organen die het meest worden aangedaan zijn hersenen, retina (ogen), spierweefsel en de hartspier. Deze weefselcysten zijn vrijwel rond en veroorzaken geen ontstekingsreactie in de omliggende weefsels. Het aantal en de lokalisatie van de weefselcysten kan variëren, evenals de schade die ze teweeg kunnen brengen.

Een congenitale infectie ontstaat als een foetus intra-uterien wordt geïnfecteerd. Dit kan tot ernstige gevolgen leiden, met name als de infectie ontstaat in de eerste 3 maanden van de zwangerschap. Dan treedt geen adequate immuunrespons op en wordt de infectie niet bedwongen.

Er werd lange tijd verondersteld dat Toxoplasma slechts weinig onderlinge variatie kende, ondanks het feit dat de parasiet in vele diersoorten werd gevonden. Door toepassing van moleculaire technieken blijken er echter meerdere stammen van de parasiet te bestaan, die morfologisch identiek zijn maar verschillen in virulentie bij muizen. In Europa en Noord-Amerika is hoofdzakelijk sprake van drie afzonderlijke clonale lijnen (type I, II en III), waarbij type II-stammen domineren. ( In Brazilië komen alle typen voor, maar ook veel atypische stammen. Type I-stammen en atypische Toxoplasma-stammen zijn geassocieerd met ernstigere oculaire toxoplasmose, vergeleken met de type II-stammen. Dit verklaart mogelijk het veel ernstiger beloop van toxoplasmose in Brazilië.

Incubatieperiode[bewerken]

De incubatietijd bedraagt 10 tot 23 dagen.

Levenscyclus[bewerken]

De parasiet is een intracellulair levende protozoön. Katten raken besmet door het eten van vlees met cysten of door infectueuze oöcysten in te slikken. In de cellen van de darmwand van de kat ontstaan uit gametocyten nieuwe oöcysten, die met de ontlasting naar buiten worden getransporteerd en nu eerst enige tijd moeten rijpen voor ze infectueus kunnen worden. Dit duurt van 1 tot 24 dagen, afhankelijk van de temperatuur. Bij 24 graden, dus ruim boven kamertemperatuur, 2 a 3 dagen. Ze kunnen onder warme en vochtige omstandigheden meer dan een jaar infectueus blijven.

Symptomen[bewerken]

De meeste mensen merken weinig tot niets als ze geïnfecteerd worden, symptomen blijven uit of doen denken aan een griepje. Het meest voorkomende symptoom is lymfadenopathie, met name van de lymfeklieren in de nek. Doch ernstige symptomen komen voor, vaak bij mensen met een verminderde weerstand. Dit zijn bijvoorbeeld: koorts, algemene malaise, ooginfectie, lever- en miltvergroting en huiduitslag. Slechts bij een klein deel van de patiënten met een primaire infectie zal zich een ernstige manifestatie van de ziekte voordoen zoals: beschadigingen aan onder andere de hersenen en het netvlies. De afgelopen jaren zijn aanwijzingen gevonden dat Toxoplasma-infectie geassocieerd is met een verandering in persoonlijkheidskenmerken en een verminderd psychomotorisch vermogen. Enige tientallen procenten van de bevolking hebben antistoffen tegen de parasiet en zijn er dus ooit mee besmet geweest. De meesten hebben daar nooit iets van gemerkt. De infectie blijft levenslang bestaan maar bij een normaal functionerend immuunsysteem wordt hij niet meer actief.

Toxoplasmose en gedrag[bewerken]

Er wordt vermoed dat de toxoplasmaparasiet een invloed kan hebben op het gedrag. Ratten met toxoplasmose worden makkelijker door katten gevangen, doordat ze de katten in sommige gevallen zelfs opzoeken, wat verspreiding van de parasiet in de hand werkt. Mensen met toxoplasmose blijken vaker risico's te nemen, hun reactiesnelheid vertraagt en men maakt maar liefst twee keer zoveel kans op een ongeluk in het verkeer. Volgens een theorie zouden mensen die besmet zijn sneller geneigd zijn een kat als huisdier te nemen. Ook lijkt het erop dat mensen met schizofrenie vaker met toxoplasma besmet zijn dan gemiddeld. Of dit een oorzaak of een gevolg van de schizofrenie is, is echter niet duidelijk.

Toxoplasmose en zwangerschap[bewerken]

Zwangere vrouwen die nog niet geïnfecteerd waren moeten extra opletten; toxoplasmose tast als de vrouw geïnfecteerd raakt tijdens de zwangerschap de ongeboren vrucht aan. Naarmate de zwangerschap jonger is is de kans dat de vrucht het krijgt kleiner maar zijn de gevolgen, als dit toch gebeurt, ernstiger. Er kan zich een spontane abortus, afwijkingen aan de ogen en aan het zenuwstelsel van de vrucht voordoen.

In de media[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties