Vladimir Solovjov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Solovjov door Ivan Kramskoj, 1885

Vladimir Sergejevitsj Solovjov (Russisch: Владимир Сергеевич Соловьёв) (Moskou, 16 januari/28 januari 1853 - Moskou, 31 juli/12 augustus 1900) was een Russisch filosoof, schrijver, dichter en mysticus. Solovjov oefende diepgaande invloed uit op de filosofie van Nikolaj Berdjajev, Sergej Boelgakov en Pavel Florenski. Aan het begin van de 20e eeuw laat het denken van Solovjov zich ook gelden in de poëzie van de Russische symbolisten Aleksandr Blok, Vjatseslav Ivanov en Andrej Bely.

Studie[bewerken]

Vladimir Solovjov groeide op in een russisch-orthodox gezin, waarvan de vader een bekend historicus was. Vanaf 1864 liep Solovjov school aan het gymnasium in Moskou. Tussen 1869 en 1873 studeerde hij verder aan de Moskouse universiteit. In deze tijd raakte Solovjov onder de indruk van de toen actuele materialistische filosofie en het nihilisme. Eerst door zijn studie van Baruch Spinoza en Arthur Schopenhauer keerde hij terug naar het orthodoxe geloof. Hij besloot bovendien te wisselen van studie: in plaats van natuurwetenschappen koos hij voor de filosofie. Eind 1874 studeerde hij af met het proefschrift "De crisis van de westerse filosofie" en begon met het houden van lezingen over filosofie. Volgens Solovjov moest men tot een synthese komen van het oosterse en westerse denken, die hij vooral zag als een vereniging van de oosterse "inhoudsloze vorm" en westerse "vormloze inhoud" via de weg van contemplatie.

Christelijke mystiek en politiek[bewerken]

In 1875 werd hij vrijgesteld om een jaar naar Londen en Egypte te gaan. Daar hield hij zich bezig met de middeleeuwse filosofie en gnostiek. Tijdens zijn verblijf maakte hij kennis met de figuur van de goddelijke Wijsheid, Sophia, de personificatie van het goddelijke in de wereld. Solovjov had naar eigen zeggen ook visioenen gehad (in Egypte) over de Sophia, die hij als een universeel idee, de bestaansgrond van al het bestaande, beschouwde. Hij meende dat het zijn taak was om dat universele idee een rationele expressie te verschaffen. Daarop ontwierp Solovjov zijn "De grote strijd en de christelijke politiek", waarin de Sophia zich zou moeten concretiseren. In 1878 presenteerde hij zijn opvattingen in de lezingencyclus »Lezingen over het Godmensdom« in Sint-Petersburg, waar ook Fjodor Dostojevski en Tolstoj regelmatige deelnemers waren. De Sophia was volgens Solovjov zichtbaar te maken in de heerschappij van de universele kerk: een "vrije theocratie".

Solovjov pleitte in 1881 voor amnestie voor de moordenaars van tsaar Alexander II. Omdat dit niet in goede aarde viel, werd hem door de autoriteiten aanbevolen enige tijd niet meer te onderwijzen. In 1882 nam Solovjov ontslag. Naar aanleiding van deze gebeurtenissen, dacht Solovjov opnieuw na over "De grote strijd en de christelijke politiek" en de verhouding tussen staat en de Russisch-orthodoxe Kerk. Deze kerk maakte zich, zo Solovjovs ervaring, zonder klachten ondergeschikt aan het wereldlijk gezag. Met de komst van tsaar Alexander III stak het nationalisme in Rusland de kop op, waartegen Solovjov fel ageerde. Nationalisme was volgens hem onverenigbaar met het ware slavendom.

Theocratie[bewerken]

In 1887 verscheen de "Geschiedenis en toekomst van de theocratie". De vereniging van alle christenen in een universele kerk en weerstand tegen het wereldlijk gezag vond Solovjov nu in het pausdom. Paradoxaal verklaarde hij zich als Russisch-orthodox gelovige tot aanhanger van de paus, evenwel zonder zich te bekeren tot het Rooms-katholicisme. Het ging hem om het beginsel dat geestelijk gezag belangrijker is dan wereldlijk gezag. Deze kerk was in Solovjovs ogen geen instituut of systeem of doctrine, maar een "organisme van waarheid en liefde". Uit de opheffing van het Grote Schisma, zou men kunnen terugkeren naar de situatie van "eenheid" uit de 11e eeuw, waarmee een voorwaarde voor de theocratie zou zijn geschapen.

Vanwege zijn sympathie voor het als on-Russisch beschouwde katholicisme raakte hij steeds meer in moeilijkheden. Hij verloor zijn optimisme dat de geschiedenis probleemloos zou overgaan in een theocratische samenleving. Solovjovs tanend vertrouwen veranderde in pessimisme; hij beschouwde de opkomende filosofie van Friedrich Nietzsche en Lev Tolstoj als negatief en was achterdochtig jegens alle vooruitgangsgeloof.

Invloed[bewerken]

Aan het begin van de 20e eeuw hebben vrijwel alle Russische intellectuelen hun plaats bepaald ten opzichte van de ideeën van Solovjov, totdat zijn persoon als gevolg van de revolutie uit de publieke discussie verdween. Zijn verbinding van het universalisme van de Rooms-Katholieke Kerk met een Slavische politieke staatsvorm heeft eveneens invloed uitgeoefend op de panslavistische beweging.

In West-Europa hebben zich mensen met verschillende achtergronden met het werk van Solovjov beziggehouden, zo de Tsjechoslowaakse president Tómaš Masaryk, de symbolist Andrej Bely en de theoloog Hans Urs von Balthasar. Voor veel christenen, bijvoorbeeld voor Johannes Paulus II, geldt Solovjov als een pionier van de oecumenische beweging. Tegenwoordig wint Solovjov ook aan belangstelling vanwege zijn literaire werk.

Werken[bewerken]