Wettelijke reserve

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De wettelijke reserve is (onder andere in België) een reserve die door de wet verplicht wordt opgelegd aan bepaalde vennootschappen, met name de nv, de bvba en de cvba.

België[bewerken]

De wettelijke reserve moet jaarlijks aangevuld worden totdat deze gelijk is aan 10% van het kapitaal. Het bedrag dat afgehouden moet worden volgens artikel 319 van het Wetboek op de Vennootschappen van de winst na belasting is minimum 5% van de winst van het boekjaar. Deze winst komt dus niet in aanmerking voor uitkering. De wettelijke reserve is rekening nummer 130 in het genormaliseerd rekeningstelsel.

Voorbeeld: Stel dat een onderneming met een kapitaal van € 100.000 en een reserve van reeds € 5.000, een winst maakt van € 10.000. Dan moet de onderneming 5% van de winst afhouden voor de wettelijke reserve, in dit geval dus € 500. De wettelijke reserve wordt dan € 5.500 en de uitkeerbare winst wordt dan € 9.500.

Aangezien de 5% het minimumpercentage is, kan de onderneming ervoor kiezen om meer dan 5% te gebruiken voor de wettelijke reserve. De onderneming kan ophouden met het aanleggen van de wettelijke reserve zodra de wettelijke reserve € 10.000 is (10% van het kapitaal).

Uitzondering: Als de onderneming de eerste jaren verlies geleden heeft, dan krijgt de onderneming de kans eerst deze verliezen te "zuiveren". Hij is dan niet verplicht een wettelijke reserve aan te leggen totdat de verliezen gerecupereerd zijn. Zodra de onderneming "gezuiverd" is, is het wel verplicht om de wettelijke reserve verder aan te leggen.